|
Enkele Guatemalteekse gewoontes en tradities
- 1 november: Día de los Santos -- Allerheiligen
Deze dag zijn er geen sombere, droevige gezichten te bespeuren... geen donker, grauw, miezerig weer... maar het begin van de zomer en een dag om gezellig samen te zijn met de familie; zowel levenden als overledenen. Het kerkhof is een en al bedrijvigheid in de dagen die voorafgaan aan Allerheiligen. Arm en rijk haalt zijn spaarpotje boven om een pot verf te kopen en zich de mooiste bloemen te veroorloven. Gewapend met emmers, kuisproduct, verf en borstels trekt iedereen richting ‘el cementerio’ om het geheel wat op te vrolijken. Elk jaar krijgt het graf een ander kleedje en kleurtje.
Op Allerheiligen zelf wordt het kerkhof omgedoopt tot een gezellige plek om te eten, te drinken, plezier te maken en bij te kletsen met de levenden en de overledenen. De flakkerende kaarsjes geven het geheel een sfeervolle aanblik en natuurlijk mag de marimba niet ontbreken. Men klautert er letterlek van graf tot graf om elk overleden familielid even gezelschap te houden; men begraaft trouwens waar men plaats vindt en bijgevolg ligt iedereen vaak nogal wat verspreid. De lege gaten in de familiezerken liggen er nogal luguber bij te wachten om opgevuld te worden... Maar geen tijd om daar lang bij stil te staan; ieder graf wordt gezegend met tequila of een ander goddelijk drankje en de rest wordt verdeeld onder de aanwezige ‘dorstigen’. Misschien wel een mooi alternatief voor bij ons?
Wanneer een (katholiek) persoon overlijdt, worden er bij de kerk bommen afgeschoten, oorverdovend, om het (slechte) nieuws aan iedereen bekend te maken. Dit in tegenstelling tot bij ons in België, waar sommigen er de traditie op nahouden om te ‘schieten’ of een ‘schieting’ te houden als aankondiging van een huwelijk.
Vanaf dit moment wordt de overledene zijn schoonste kleren aangetrokken en wordt het huis in gereedheid gebracht om gasten te ontvangen. Men komt al gauw aandraven met een kist (24u service), de living wordt snel omgetoverd tot een rouwkamer, koffie wordt gezet en broodjes worden geprepareerd. Het volk stroomt toe om de familie zijn medeleven te betuigen “mi más sentido pésame”.
De volgende morgen rijdt een wagen met megafoon/boxen door de straten van San Rafael. Op de tonen van een zweverig melodietje galmt een schelle vrouwenstem door de luidsprekers: het leven van de overledene wordt kort uit de doeken gedaan en de mis wordt aangekondigd om 14u in de namiddag. Aan alle kennissen van de overledene wordt een ‘pan dulce’ kado gedaan (zoet sandwich-cake-achtig brood dat hier dagelijks wordt gegeten). ‘Pan de los muertos’.
Om 15u worden opnieuw bommen afgevuurd: einde van de mis, de familieleden verlaten de kerk en de rouwstoet trekt door de straten. Een wagen, volgepropt met luidsprekers, koffer en deuren wagenwijd open, gaat de stoet vooraf en voorziet het geheel van rustige achtergrondmuziek. Het repertorium bestaat uit een 4-tal liedjes die soms uitgebreid wordt met de lievelingsmuziek van de overledene. De kist wordt al wiegend door de straten gedragen op de schouders van 10 à 12 mannen of vrouwen. Om de 50-100 meter wordt de kist doorgegeven aan de volgende dragers; bestaande uit vrienden, kennissen, dorpsgenoten of toevallige voorbijgangers. De familie wandelt achter de kist met een kaars, een glas water (voorzien de overledene respectievelijk van licht en water op zijn weg naar Díos) en papieren kransen in de hand. Wie niet tot de naaste familie behoort, volgt in 2 lange rijen naast de kist. Ikzelf word heel vaak uit de rij gehaald om de kist te dragen, aangezien ik (voor hier toch wel) groot ben. De kist weegt nogal veel, vooral als je vooraan stapt, iets groter bent dan de rest en in de laatste 300m moet dragen waar de weg naar het kerkhof bergafwaarts gaat. Wanneer de overledene obees is, wordt hij in een wagen naar het kerkhof gereden, maar dit heb ik tot nu toe nog niet meegemaakt.
De optocht doorkruist de belangrijkste straten van het dorp, passeert langs het huis van de overledene, waar eventjes halt wordt gehouden, en eindigt in het kerkhof. Deze tocht kan soms heel lang duren. De rouwstoet van Cristian bijvoorbeeld, een jongeman van 29 jaar die overleed aan kanker en eveneens het revalidatiecentrum steunde, duurde wel 2.5 uur; bijna iedereen van het dorp voegde zich bij de stoet. Vooraleer de kist in het graf wordt geplaatst en deze wordt dichtgemetst, geven dichte familieleden en/of goede vrienden ellenlange speeches ter nagedachtenis van de overledene.
Een week na het overlijden worden de gasten terug in het huis van de overledene ontvangen om samen te zijn, koffie of thee te drinken en een broodje te eten. Een jaar lang komt de familie nog maandelijks samen om het overleden familielid te herdenken.
Vanaf half november tot 7 december worden de nachten ‘geterroriseerd’ door duivels of ‘diablos’. Een traditie die men nogal in ere houdt hier in San Rafael. Groepen kinderen, vrouwen of mannen, verkleed als duivel, trekken om 20u de straat op. Gemaskerd en gewapend met een stok slenteren ze al dreigend door de straten van het dorp. Omstaanders treiteren, dagen de duivels uit en roepen ‘Diablo Hueco’ (vrij vertaald: ‘verwaande duivel’). Op dit moment schieten de duivels in actie, crossen achter de weglopende treiteraars en mogen ze slaan met hun stok. Niet altijd gemakkelijk: er zijn heel veel omstaanders, maar wie heeft nu geroepen en de echte treiteraars vluchten snel een huis binnen en slaan de deur toe vooraleer ze geattaqueerd worden door de duivels. Een echt kat-en-muisspelletjes. Leuk, zolang je niet geslagen wordt, want dit kan soms pijnlijk zijn.
Deze traditie is altijd blijven bestaan hier in San Rafael. Enkele jaren geleden werd deze traditie verboden in de hoofdstad San Marcos van het gelijknamige departement. Sommige gemaskerde duivels maakten van de gelegenheid gebruik om enkele ‘rekeningen’ te vereffenen en sloegen er maar op los. Geleidelijk aan laat men deze traditie weer toe, zolang er geen misbruik wordt gemaakt en er geen accidenten gebeuren. Op 7 december gaat een processie van diablos door de straten en wordt de mooiste diablo en diabla verkozen.
Zelf ben ik ook een keertje als diabla op straat getrokken met 18 vrouwen. Gewoon in het rood gekleed en met bivakmuts met horentjes. Die mooie, grote houten maskers wegen gigantisch veel en zijn voor mij veel te groot; ik zag gewoon niets. Het was wel eens leuk om mee te doen, maar vermoeiend. Het probleem is dat de vrouwen weinig tactisch inzicht hadden. In plaats van de treiteraars via verschillende kanten in te sluiten, beginnen ze van 100 m ver al te lopen, tjah... zo krijg je ze ook nooit te pakken. Ze zitten allang veilig te grinniken achter hun gesloten deur, voordat je in de buurt geraakt. Maar allé, het was wel leuk.
Ik ben ook eens goed geattaqueerd geweest. An De Kesel, een vriendin van België die ook in Guatemala woont, was enkele dagen bij mij op bezoek. We vallen hier nogal op en ook zonder treiteren zouden ze ons wel durven slaan. Ze naderden iets te dicht naar onze goesting... An zette het op een lopen, ik dus ook... maar van om het hoekje kwam een obese vrouw. Er waren 2 opties: ofwel rechtdoor, met zachte landing, maar met het risico dat die vrouw wel eens lelijk terecht kwam, of uitwijken met het risico een slippertje te maken. Ik ging voor de 2 de optie. Ik ben heel lelijk gevallen, onder het oog van alle duivels en er waren zóveel omstaanders in de straat, recht voor de deur van de gouverneur (waarnaar we op weg waren). Afgang :S. Van het daaropvolgend gesprek met de gouverneur heb ik niet veel gehoord, ik glimlachte vriendelijk en deed of ik luisterde, maar mijn gedachten waren op mijn pijnlijke pols en elleboog gericht...
In de 9 dagen voor kerstmis vinden de ‘Posada’s’ plaats. De posada representeert de problemen die Maria en Jozef ondervinden om overnachting te vinden tijdens hun reis naar Bethlehem. Een groep kinderen en volwassenen ‘Pelgrims’, voorgegaan door Jozef en Maria, trekken met rammelaars, trommels en kaarsen naar een huis in de wijk op zoek naar overnachting. Via een traditioneel lied vraagt men toestemming om het huis te betreden. De eigenaar van het huis weigert al zingend de toegang tot zijn huis. Vraag en antwoord gaan zo een tijdje door. Uiteindelijk opent de eigenaar zijn deuren en Maria en Jozef, met de Pelgrims in het gevolg, mogen het huis betreden. Vervolgens wordt er samen gebeden (meestal de rozenkrans).
Na afloop wordt iedereen bediend met koffie, broodjes en snoepjes. Voor de kinderen is wordt steeds een piñata voorzien (een figuur, gevuld met snoep, waarop de kinderen beurtelings met een stok slaan, totdat alle snoepjes eruit vallen). De volgende dag trekt de processie van het huis waar men eindigde naar een ander huis. Deze posada’s gaan zo 9 dagen door en de laatste posada eindigt op kerstavond in de kerk, waar de posada’s van de verschillende wijken samenkomen.
|