Reisverhaal «Welcome to Bosnia»

op reis | Bosnia Herzegowina | 0 Reacties 04 Maart 2016 - Laatste Aanpassing 05 Maart 2016

We zijn alle vier in de ban van Bosnië-Herzegovina. Dit bergachtig land is het gebied waar de oorlog na het uiteenvallen van Joegoslavië – zo’n 25 jaar geleden-het ergste woedde. Het roept dan ook associaties op met snel oplaaiende en oncontroleerbare emoties. Nochtans worden we, dadelijk na de grensovergang met Kroatië, hartelijk welkom geheten door een jonge tankbediende. In gebrekkig Duits zeg hij het fijn te vinden dat we naar zijn land komen want ‘het is hier veilig maar de mensen lijken dat niet te weten’. Ondanks zijn hartelijke welkom, voel ik met hier niet veilig. Ik ben zelfs wat bang. Bosnië-Herzegovina is opgedeeld in twee delen. De republiek Bosnië-Herzegovina, vooral moslims, die gericht zijn op het Verenigde Europa én de republiek Strpska, orthodoxe Serven, die weinig sympathie hebben voor het Verenigde Europa. De politie controleert er minitieus en zou altijd wel iets vinden om een boete uit te schrijven. Tenminste, zo is ons verteld.

Tijdens het rijden passeren we dorp na dorp waarvan( een ruwe schatting) één op tien huizen ofwel verwoest ofwel in wederopbouw is. De andere negen zijn al heropgebouwd.

Jajce

Dat was ook zo in het Kroatische binnenland, maar daar voelden we ons als toeristen welkom. Hier weten we het niet zo. Nog diezelfde avond beleven we ons eerste spannende avontuur. Maar dat hebben we volledig aan onszelf te danken. Op zoek naar een camping in Jajce, maken we een foute beslissing. We nemen een stijgende weg, die alsmaar smaller wordt. Net als ik aan een scherpe bocht naar rechts kom, zonder zicht op mogelijke tegenliggers, hoor ik iets tegen Arjomjerom schuren. Instinctief vertraag ik. ‘Gas geven,’ roept Joris, ‘ dat zijn maar takken.’ Hij is als de dood dat we stilvallen, hier op deze weg. In de avondschemering. kWant hoe geraken we dan weer vertrokken? ‘ Ik gééf gas,’ roep ik even hard terug. Ties, die op de achterbank een Jommeke leest, is zich van geen kwaad bewust. Gijs snelt me ridderlijk ter hulp ‘Mama geeft gas’ laat hij zijn vader weten. Het mag niet helpen. De weg loopt dood. Aan het huis rechts van ons komen twee kleine kindjes en een oudere vrouw in het deurgat kijken. Links ligt er gelukkig een oprit. Vriendelijk wuif ik naar de kindjes. De sleutels overhandig ik aan Joris want de oprit is erg smal. Terwijl Joris probeert te draaien, komt uit het huis met de kleine kindjes een oude man. De gaten in zijn gebit lijken een weerspiegeling van de gehavende huizen die we overal zien. Met enkele woorden Duits maakt hij duidelijk dat keren hier niet zal lukken. Maar als we 15 meter achteruit rijden, is er achter een bocht een plaats waar we kunnen draaien. Ik positioneer me achter Arjomjerom zodat Joris me in de achteruitkijkspiegel kan zien. De man blijft aan Joris’ linkerkant instructies geven. Vermoedelijk denkt hij ‘ domme koe, je man kan je niet zien’. Maar hoe leg ik in het Duits uit dat we een achteruitrijcamera hebben? De oude man wilt Joris zover mogelijk weg hebben van de kant van zijn huis zodat Joris de afsluiting niet omver rijdt. Begrijpelijk, maar hij laat hem daardoor wel op millimeterafstand van een rotswand mét uitsteeksels passeren, terwijl er aan zijn hek een zee van ruimte is. Wel 40 centimeter. Gevolg: Joris krijgt twee verschillende instructies en rijdt de langzaamste 15 meter uit zijn autocarrière. Ook ik zweet peentjes, ben bang dat hij iets kapot rijdt en dat er mensen ongelofelijk woedend zullen worden. Teveel slechte films gezien, waarschijnlijk. Gelukkig is er na 15 meter inderdaad een oprit waar we kunnen keren. Ga maar, doet de man een teken. Opgelucht stap ik in. Dan rijden we ergens tegen. Ik stap uit. Her en der liggen houtblokken: het was de houtstapel maar. Op dat moment merk ik dat het linkerachterlicht helemaal verdwenen is. De oude man houdt het in zijn hand. Langzaam loop ik ermee naar Joris. ‘Dat maak ik wel,’ zegt die nonchalant, ‘dat is thuis ook al eens gebeurd’. We rijden de heuvel af en onderaan stoppen we om het licht te maken.

avondlijke reparatie na een botsing met een houtst

Het is ondertussen donker dus ik maak me nuttig door het eten klaar te maken. Als blijkt dat Joris het licht niet gerepareerd krijgt, rijden we - op aanraden van buurtbewoners - een halve kilometer verder zodat we onder een verlichtingspaal staan. Je weet ’s nachts immers nooit. Ik slaap niet goed die nacht: angsthaas dat ik ben.

De volgende ochtend worden Ties en Gijs vrolijk wakker. Aan onze deur staan immers twee brave zwerfhonden. De eerste van vele die we in Bosnië zullen ontmoeten. En in de ochtendzon slaagt Joris er in het licht weer op orde te krijgen. Jajce blijkt een mooie stad te zijn met vriendelijk inwoners. Net als op andere plaatsen hier zijn er weinig mensen die een taal spreken die wij ook machtig zijn. Maar we worden steeds met veel gebaren geholpen om de weg of wat dan ook te vinden. Zelf gebruiken we ook gebaren om aan te duiden wat we willen. Zo vond Joris geen eieren in de winkel. Ten langen leste deed hij maar een kip na. Ze brachten hem naar de vleesafdeling.Bij zijn tweede poging, greep hij na het kakelen naar de grond en deed of hij iets opraapte. Dat had meer succes. En zo konden wij die avond onze eerste pannenkoeken van de reis eten. Ties en Gijs genoten.

Maar we ondernamen deze reis niet om pannenkoeken te eten. Het vooruitzicht van skiën in onbekende gebieden trok Joris over de streep voor deze trip. Dus van zodra het kon, stonden we op de latten in Bosnië. Ook hier zat het weer niet mee. Mits zorgvuldige planning en strikte opvolging van de sneeuwweerberichten slaagden we erin om in twee gebieden te skiën. Het eerste was Vlasic, in het dorp Babanovac. Couleur local à volonté. Bij het binnenrijden van Babanovac staat er een politie- agent naar ons te glimlachen. ‘Waarom heeft die zoveel tanden uit?’ vraagt Ties. Het is het eerste land op onze reis dusver waar heel wat mensen zich niet teveel tandartskosten kunnen veroorloven. Babanovac blijkt een plein met moddersneeuw te zijn, geflankeerd door aan de linkerkant een vervallen hotel, rechts een café en een paar kraampjes. Eén van de kooplui maakt ons met grote gebaren duidelijk waar we Arjomjerom kunnen parkeren. Achter zijn kraam. Na het uitstappen, komt hij naar ons toe en richt zich tot de man des auto. ‘Ski, ski’ zegt Joris. Waarop de marktkramer, overigens gekleed in behoorlijk slobberige kleding, ons de weg naar de skilift wijst. Hij vergezelt ons en brengt daarbij één woord uit ‘honey’. Uiteraard kunnen we niets anders dan aan zijn kraampje een grote pot honing kopen, vooraleer we de piste betreden.

Het skiseizoen hier is rampzalig. Enkel in november was het goed. De dag voor en de dag na ons bezoek liggen de liften stil wegens te weinig sneeuw. We merken het aan de slechte kwaliteit van de sneeuw. Er liggen stukken grond open, alles is papperig en enkel de ankerlift is open. Een ankerlift is mijn minst geliefde lift om te nemen. Kinderen mogen hem niet alleen nemen. Daardoor hangt het anker comfortabel onder Ties zijn achterwerk en iets minder comfortabel onder mijn knieën. Met Gijs neem ik niet eens de ankerlift. Dat laat ik over aan Joris. Dan renderen al zijn ski-opleidingen tenminste ;-) . Maar vinden we het leuk? Ja, want we skiën en het is zo anders hier: er zit een hond op de piste, de piste gaat over een weg diein de winter dus niet gebruikt wordt. En er is een café met de grootste open haard die we ooit zagen. We kopen schapenkaas van een oude vrouw: 5 euro voor een kilo. Heel de transactie verloopt in gebaren en enkele woorden Bosnisch die we niet verstonden.

Ties en Gijs voor de grootste open haard die we oo

kaas kopen in Babanovac

Na Babanovac, bezoeken we Sarajevo. Sarajevo blijft ons bij omwille van drie zaken. Ten eerste de regen: er komt geen einde aan de hele periode dat we hier zijn. Onze jongens kunnen er beter tegen dan wij. Die spelen buiten in de regen: dolle pret. Ieder een paraplu krijgen? Een ander topmoment. Maar op ons weegt het toch. Zeker omdat een mobilhome wel erg klein wordt dan. Dus kiezen we ervoor om de tweede avond te dineren in een restaurant met een indoorpeeltuintje voor de kinderen. Eén van onze betere beslissingen deze reis. Jammer genoeg nemen we daarna een mindere beslissing. Omdat de wifi op de camping niet ver reikt, kiezen we een andere plaats. Eén op het gras. Maar ook daar is nog geen wifi. Dus rijden we even verder. Tenminste dat is de bedoeling. Want de aanhoudende regen maakte het gras ongelofelijk drassig.De banden draaien. Ter plaatse. We zitten vast. Dus slapen we daar. De volgende ochtend helpen werkmannen ( tegen betaling) ons er weer uit: 3, 5 ton is niet niks om te doen vertrekken.

Wat ons nog bijblijft van Sarajevo: de oude stad met een westelijk en een oostelijk gedeelte, beide met hun charmes. Wat echter het meest indruk maakt, is ons bezoek aan de tunnel of life. Een 800 meter lange tunnel die tussen 1992 en 1995 zorgde voor de bevoorrading van een omsingeld Sarajevo. Meer dan 10.000 doden vielen er in deze stad van 500.000 inwoners. Ties en Gijs zijn onder de indruk. Ze spelen de daaropvolgende dagen heel vaak legertje. Ties stelt regelmatig vragen ‘ of er ook gewone mensen gestorven zijn en niet alleen legermannen? Ook wij blijven met heel wat vragen zitten: hoe leven Bosniaks ( moslims) en Serven ( orthodoxe christenen) nu verder naast en met elkaar? We durven het eigenlijk niet vragen aan de mensen. We zien wel enkele tekens: zo hangt er in het zwembad een sticker die duidelijk maakt dat geweren niet welkom zijn. Verder zijn er soms straatnamen in het cyrillisch schrift doorstreept. Een duidelijker antwoord krijgen we als we aan het skiën zijn in Jahorina. Dat ligt op een half uur rijden van Sarajevo maar wel in republika Strpska. Als Joris tegen een lokale skileraar zegt ‘hier in Bosnië, reageert die onmiddellijk ‘ this is not Bosnia, this is republika Strspka, we hate Bosnia’. Een tankbediende geeft aan dat ik Strypska niet mag vergelijken met Kroatië: ook met dat land zijn er nog veel onverteerde gevoelens. Ik vermoed dat ze hier samenleven in koude vrede omdat het alternatief, zijnde een verdere oorlog, nog erger is.

Jahorina is als skigebied helemaal anders dan Babanovac. De olympische winterspelen van 1984 werden hier gehouden. En toch, toch kunnen we Arjomjerom parkeren op de parking net naast de skiliften. Als we de mobilhome verlaten, zakken onze voeten weg in de verse sneeuw, we wandelen

overnachten naast de skipiste, Jahorinavijftig meter en hebben dan de keuze uit twee liften.

 Eindelijk is er weer verse, goede sneeuw. Ook ons mannekes merken het: Gijs skiet zingend de heuvel af en Ties weet van geen ophouden. De tweede dag houden we het op 2 uur skiën. Ties heeft schoolwerk te doen en de lange afdalingen zijn erg vermoeiend voor Gijs. Onze laatste nacht brengen we door op een afgelegen pleintje in Foca. Ik slaap er slecht. Foca ligt in republica Strpska. Het pleintje lijkt ons de parking van een autocontrole te zijn, voor zover we de bosnischte taal kunnen ontcijferen tenminste. Maar de campingwas gesloten en het was te donker om verder te rijden. Als we wakker worden om tien voor zes, vraag ik Joris te vertrekken. Bang voor mensen die de politie zullen bellen. Het wordt een prachtige rit door het nationale park Sutjeska. Door kilometerslange ravijnen met in de diepte een kolkende rivier. ’Kayak,’ likkebaardt Joris, ‘klasse vijf’. 

Sutjeska, nationaal park.

Het zal wel denk ik, het is vooral prachtig.Heel dit land lijkt prachtig. Het is hier mooi. Het is het eerste land dat echt anders voelt dan België. Ik heb mijn angst grotendeels overwonnen. Maar ik ben toch ook blij dat we weer in Kroatië zijn. Ook dat land heeft oorlogswonden maar de vrede lijkt er warmer en stabieler. Als is dat natuurlijk alleen maar mijn blik na acht dagen Bosnië. Die trouwens eindigen met een bittere noot als we nog een laatste keer tanken op 10 kilometer van de grens. Depompbediende rekent ons galant 30 euro te veel aan. Aangezien hij de benzineteller dadelijk weer op nul zette, kunnen we niets bewijzen en er slechts 10 euro van af krijgen. Republika Strpska is een ervaring die we niet snel zullen vergeten.

 

 

 

 

Fotoalbums van Bosnia Herzegowina

bosnië (36)

04 Maart 2016 | op reis | Bosnia Herzegowina | Laatste Aanpassing 04 Maart 2016

  • Sarajevo, drie dagen daar: drie dagen regen.
  • kaas kopen in Babanovac
  • Arjomjerom in Jahorina.
  • Ties en Gijs voor de grootste open haard die we oo

 

Plaats een Reactie

 

      
This site is only viewable in landscape mode !
Session Tracking