Reisverhaal «Chicken Tikka Masala»

Indië | Indië | 0 Reacties 09 Januari 2013 - Laatste Aanpassing 04 Februari 2013

Donderdagnacht slaap ik niet zo veel. Ironisch, het is de langste nacht van het jaar. Ik sta tijdens deze kristalnacht een aantal keer op, iets wat ik anders nooit doe. Mijn nachtrust is heilig en alles wat voor 07.45 komt, beschouw ik als midden in de nacht. Ik kan niet anders dan aan mezelf toegeven dat ik wel wat zenuwachtig ben voor deze trip.

De dag van vertrek word ik geleefd. De wereld is nog steeds niet vergaan en ik spurt van hot naar her, laatste dagen van een trimester kunnen gezellig druk zijn. Kerstcarroussel, we delen zelfgemaakte pakjes uit en wat later trakteert het team de leerlingen op kerstgezang. Heerlijk. Ik sta luidkeels mee te zingen. De hele school is blij, echt blij. Behalve Douha, haar kerstcadeautje is niet wat ze gehoopt had. Compleet pedagogisch onverantwoord maar ik duw haar nog gauw een ander klein zelfgemaakt pakje in de hand. Er waren er nog heel wat over en deze kleine maar mollige kinderhand is gauw gevuld. Geen traantjes op deze dag. Ook niet op het vliegveld straks.

 De schoolbel rinkelt en dus tijd om te vertrekken. Die ijzeren vogel wacht heus niet op jou. Ik laat m'n klas een beetje verweesd achter – na de kerstvakantie een nieuwe leerling erbij en ik moet nog zoveel regelen – en zie dan dat de collega's een 'haag' hebben gevormd met voor zich een naambordje, 'Delphine Vandenbossche'.  Ok, ik heb het al zitten. Toch traantjes.

Ik had hen verteld dat ik gisteren nog had kunnen regelen dat er me iemand komt oppikken aan luchthaven Delhi om de Taj Mahal te gaan bezoeken in Agra (leve TripAdvisor)en dat die zo een bordje zou bijhebben met mijn naam op. Zo gelijk in de films.

Dat hebben ze goed onthouden. Een kus voor iedereen.

 Tijdens de rit naar het station vertelt Isolde enthousiast dat ze straks met haar kroost naar de Action gaat, om kerstcadeautjes uit te kiezen. Meteen zegt ze erbij dat het misschien wat raar is om daar naar uit te kijken, den Action in vergelijking met een trip naar India stelt niets voor.

Ik geef haar ongelijk.

Met een tweejarige naar de Action om hem cadeautjes te laten uitkiezen voor zuslief, lijkt me minstens even spannend en mooi. Maar ze gelooft me niet. ’t Is nochtans waar.

Zwaai zwaai. Let the journey begin.

 In Frankfurt haal ik héél erg nipt de vlucht naar Delhi. Dit jumbotoestel zit afgeladen vol en ik denk dat ik het allerlaatste zitje inneem. Ik begin als een klein meisje ALLE opties van mijn touchscreen uit te testen. Films, muziek, spelletjes.. En telkens de keuze: Indian style – Western style. De bollywood filmmuziek brengt me zo in hogere sferen en voor ik het weet lig ik te tukken ergens boven Oman en ik zwaai naar Wim op zijn fiets daar beneden. 

 

Een paar uur later ruik ik in Delhi de doordringende geur van India al tijdens het bewandelen van de navelstreng die me met de luchthaven verbindt. Ik ben er.

Aankomen in India is alsof je al je hele leven vredig sluimert en opeens wakker schrikt van een fanfare-orkest. Het is een invasie van je zintuigen, tettert in je oren, vult je neus met fijne en verschrikkelijke geuren, doet je ogen knipperen van het kleurgeweld en smoort je lichaam in een veel te warme mantel. Soms speelt het orkest wat zachter, maar het houdt nooit op, zolang als je er bent. Het volgt je als je eigen schaduw, brengt je in verwarring of drijft je tot wanhoop en na terugkomst, zal ik het waarschijnlijk nog missen ook.

 

Mister Puri staat me inderdaad met naambordje op te wachten, easy! Geen gehassel, geen discussie over taxiprijzen… gewoon instappen en wegwezen.  Heb 22 uur in Delhi voordat mijn vlucht naar Kerala vertrekt, ritje Delhi – Agra en terug moet lukken! Voor de Taj Mahal neemt men wel al eens een (berekend) risico. In Delhi alleen al wonen 16 miljoen mensen, uit deze stad weggeraken is geen sinecure. Maar 6 uren en 200 km verder, ontmoet ik in Agra Mister Shanee, met wie ik via mail afsprak. Hij heeft een lokaal reisbureau en organiseert dagtrips, vervoer, … wat je maar wil. Ik vertel hem wat over mezelf, ook over Kriskras en hun reizen naar India, zowel noord en zuid en ik krijg plots een vriendenprijs en een cadeautje toegestopt.  De Taj Mahal wordt vereeuwigd in een postuurke op de schouw die ik (nog) niet heb.

 

Mensen drummen samen, hele lanen lopen vol en de auto mag niet verder. Ik voel het in mijn kleine teen, de Taj Mahal is nu vlakbij. We schuiven aan en ik moet als 'foreigner' een andere rij nemen. Ik vind dit absurd en voel me er ongemakkelijk bij. Dit is jullie culturele erfgoed, jullie geschiedenis, jullie pracht en praal. Ik neem wel wat dosa's en ga achteraan in de rij staan, tussen al die mooie mensen. Maar het mag niet van Mr. Shanoo, hij zegt dat ik snel moet doorstappen en ook terloops dat mijn ticket 7 x duurder was dan dat voor een Indiër.  Of hoe je met geld ongewild een stukje tijd kan kopen.

 

Nadat ik de beveiliging en de metaaldetector ben doorgekomen, wacht er een nieuwe wereld op me. Die van verwondering, dankbaarheid en ongeloof. Ik snap het nog niet helemaal en vraag Mister Shanoo om in mijn arm te knijpen. Als ik voor de Taj Mahal sta, op nog een heel eind ervan, wordt het me te machtig. M'n ogen schieten vol, weeral. Ik sta wat verwonderd te wankelen en hoop dat Mr. Shanee het traanvocht niet zag. Maar hij geeft me een schouderklopje en fluistert me toe: “it's ok, you can cry now”. Waarop ze naar beneden bungelen, die enkelingen van zoutig vocht.

Vero en co zouden het moeten weten, hun pretpakket nu al in de aanslag. Bedankt voor de zakdoekjes, vriendschap. Ik ben geëmotioneerd, dit bouwwerk is verbluffend mooi, groot, innemend… Wellicht ook door de reis, de vermoeidheid maar evenzeer omdat ik dit al zo lang wou zien en nu besef dat ik dromen waarmaak. “Goed gedaan Fientje” hoor ik K. in gedachten zeggen.  India begon nu al in mijn hart te boren en alles wat ik weggedrukt had, begon naar buiten te wellen.

 Ik stond zonet voor, in en naast de Taj Mahal. Wat er ook gebeurt de volgende 15 dagen, deze reis kan nu al niet meer stuk. De Taj Mahal is een ongeëvenaard bouwwerk. Deze marmeren schoonheid  kwam er door keizer Sjah Jahan. Bij de geboorte van hun 14e kind overleed in 1631 zijn vrouw, en deze klap kon de keizer niet verwerken. Met verscheurd hart begon hij in hetzelfde jaar de constructie van de Taj Mahal, als graf en gedenkmonument voor haar. De volgende 22 jaar hebben zo’n 20.000 werkmannen zich dagelijks beziggehouden met dit pronkstuk. 

Liefde is tijdloos.

 

Terug in het straatbeeld zie ik tientallen, wel honderd riksja’s. Ik kijk m’n ogen uit en word meerdere keren aangesproken. Ik weet dat dit er gewoon bij hoort, net zoals groene taxi’s bij Banjul horen, de koetsen bij Marrekech, brommerriksja’s bij Hanoi... Maar dit zijn er toch een pak meer. Als er eentje begint te vloeken tegen mij – ik weet nog steeds niet waarom, misschien omdat ik een vrouw ben – schrik ik toch even. Maar geen paniek, Mister Shanu kalmeert: “Vergeet niet,” zei hij gelukzalig, “dat dit God is maar dan vermomd als riksjabestuurder.”

Zo had ik het nog niet bekeken.

 

Enkele uren en een binnenlandse vlucht later, sta ik in de meest Zuidelijke provincie, Kerala. Even balen als blijkt dat mijn bagage niet mee is. “Ok, niets aan te doen. Maar waar bevindt mijn bagage zich dan?” “Momentje mevrouw, we kunnen het niet traceren. Het kan zowat overal zijn.”

Hmm. Zou er ook een God vermomd zitten in de bagagedepots? Ik zal het nooit weten. Jammer genoeg ben ik hier niet om verlicht te worden.

 

Zonder bagage vertrek ik naar Kuchi. Ik geef m’n ogen de kost tijdens deze anderhalf uur durende taxirit. Kerala, de kleinste deelstaat van Zuid-India, wekt de indruk alsof het ieder moment uit zijn voegen kan barsten. Het gebied is zeer dicht bevolkt en bestaat uit een smalle strook land tussen de bergen van de West-Ghats en de stranden van de Arabische Zee. Ik kom tijdens de juiste periode, tropische temperaturen tijdens de maand december zijn altijd mooi meegenomen en 6 maanden winter, ik kan dat gewoon niet aan. Vanaf begin juni wordt de kust hier drie maanden geteisterd door de stormen van de zuidwestmoesson. Na de moesson zwelt de rode aarde van Kerala door het bruisende water van zijn 44 rivieren en wordt het land bedekt met het groen van rijstvelden, bananenplantages, kokospalmen en arecanoten . In het mistige hoogland wil ik straks de rubber-, thee- en koffieplantages bezoeken. Hiertussen groeit de klimplant met de groene vruchtjes die zo'n grote rol heeft gespeeld in de geschiedenis van Kerala: peper. Dankzij de handel in peper stond Kerala al op de kaarten uit de klassieke oudheid.

 

Ik check in in Vedanta hostel en dit blijkt vanaf moment één, een bijzonder leuke plek te zijn, mede dankzij Binu. Hij is gewoonweg hilarisch. Vreemd hoe je op zo een korte tijd een ongelooflijke klik kan maken met compleet vreemden.  Voordelen van het alleen reizen. Ik deel de kamer met 6 anderen en maak ook kennis met Malek. Ik haal mijn slaapgebrek van de voorbije 48h nu ruimschoots in. Toch een beetje vreemd, op vakantie zo zonder bagage. Ik heb in heel m’n leven wellicht nog nooit zo hard gestonken als nu.

Sorry roomies.

 

De volgende dag staat vooral in het teken van het terugvinden van mijn bagage. Terug helemaal naar de luchthaven, het neemt 6 uur in beslag maar m’n vakantie in Kerala kan nu wel officieel beginnen, ze is terecht! Ik weet nog altijd niet hoe die rugzak er geraakt is maar in een vergeten hoekje van een al even vergeten zaaltje in deze kleine luchthaven, staat ze al van ver te lachen naar me, the coloured bag. Er was een God in het bagageruim, ik ben het zeker. Ook bij de balie van Air India zit er een Goddelijke goeroe. Ben bescheiden en heel beleefd gebleven maar met de nodige assertiviteit, betaalden ze me wel m’n taxi terug. In Kochi dwaal ik wat rond in de straten van deze kleine stad. Het heeft een aparte en aanstekelijke sfeer. De geest van de Portugezen, de Hollanders en de Engelsen voel ik nog steeds in de nauwe steegjes en oude gebouwen.

 

Malek polst naar mijn plannen voor Kerstavond en vraagt me mee naar een cultureel programma. Ik heb er helemaal zin in. Kerala kent een rijke traditie op het gebied van dans, sport en godsdienstige rituelen. Een van deze rituelen is de Kathakali, een hoog ontwikkelde en dramatisch-expressieve dans waarvan de naam 'verhaalspel' betekent. Kathakali is voorgekomen uit een vorm van yoga (filmpje). De dansers worden zorgvuldig geschminkt en gekostumeerd. Hierbij spelen de kleuren een symbolische rol. De dans, een gestileerd pantomime, gebaseerd op episodes uit de Indiase mythologie, kan de hele nacht duren. Deze ingekorte toeristische voorstelling was gezellig en uitstekend gebracht, ik heb een idee gekregen van deze rijke traditie.

De maag knort en op kerstavond kopen we verse vis bij de kaai aan de Chinese fishing nets. We laten ze grillen in een lokaal restaurantje vlakbij en klinken bij dit heerlijke kerstmenu. Ik eet ongelooflijk veel, zo lekker. Die bikini zal nog niet voor onmiddellijk zijn. Om 24h gaan we naar de middernachtsmis. Het merendeel van de bevoling in Zuid-India is Christen. Wat een zalige ervaring. Zo blij dat ik dit mag meemaken.  Zo kleurrijk, zo vredevol…  In het begin van de viering waren we allemaal echt onder de indruk, de samenhorigheid kon je zo hard voelen. Ik zei tegen Malek: “I think I’m gonna cry.” waarop deze koele Duitse knaap stilletjes antwoordt: “Me too.” 

Grappig intermezzo tijdens de mis als er plots vuurwerk wordt afgestoken en een kerststal vooraan wordt geplaatst. Malek is protestants maar gaat toch om de hostie!  Na de viering krijgen we nog een kaarsje aangeboden en wandelen we in stoet rond de grote kerk. Mooi. Tot slot ook nog even allemaal kindje Jezus aanraken, de pop vooraan bij de pastoor. Grappig.  Ik voel me zo klein en dankbaar dat ik dit mag meemaken. Deze Kerst zal ik niet snel vergeten.

 

Op Kerstdag neem ik afscheid van Malek, hij gaat verder zuidwaarts en ik plan een uitstap naar de beroemde backwaters.  Een waterrijk gebied van ondiepe meren, riviertjes en lagunes omgeven door palmbomen. De riviertjes en kanalen hebben een totale lengte van maar liefst 1500 km. Op de smalle stroken grond tussen de kanalen zijn kleine dorpjes ontstaan. De dorpjes in dit schilderachtige natuurgebied zijn omgeven door duizenden palmbomen. De belangrijkste bron van inkomsten is de handel in kokosproducten. In kleine bootjes van bamboe en hout worden de producten via het water naar de stad gebracht om verkocht te worden. Helemaal zen breng ik deze Kerstdag door. Ik deel de boot met een internationaal gezelschap maar heb vandaag niet direct de behoefte om te socializen. Ik ben ook graag ‘alleen’. Genieten van de rust. Wat nadenken.

Tijdens de lunch raak ik toch aan de praat met 2 meisjes uit Singapore. ’t Is te zeggen, ze woonde in Singapore maar was geboren in de UK, haar moeder was Indonesisch haar vader uit Nieuw-Zeeland en na een aantal jaren in de Verenigde Staten en India te hebben gewoond, woont ze nu terug in Nieuw-Zeeland maar studeert ze wel in Singapore.

De wereld is een dorp.

En als Vlamingen zijn we vaak écht geworteld. Vroeger beschouwde ik dit eerder als een belemmering en vond ik het jammer dat men in een kleine kustgemeente soms wat minder 'open' naar de wijde wereld om ons heen kon kijken, net door die hechte geworteldheid aan het Vlaamsche land.

Nu besef ik dat ik daarover zelf een enge visie had en dat die wortels zeker  z’n voordelen hebben.

Nieuwe inzichten. Heerlijk.

De  ervaringen met mijn New Yorkse roomie in de Halvemaanstraat dragen hier zeker tot bij.  Ze was de max, daar niet van. Maar een wereld van cultuurverschil. 

 

De volgende dag trek ik verder naar de bergen. Een rit in de tuktuk brengt me naar het busstation, het lijkt wel een mierennest. Ik slaag erin om de juiste bus terug te vinden en tot mijn vreugde en verwondering bots ik op een andere gekende mier, Malek. We wisten het niet van elkaar maar gaan dezelfde richting uit de volgende dagen. Munnar ligt op zo een 1800 meter hoogte. We maken grote wandelingen door de groene heuvels van de Westelijke Ghats. Verspreid in de heuvels leven verschillende stammen, zoals de Todas, de Kurumbhas en de Irulas. We bezoeken er theeplantages en genieten van de frisse berglucht.  

Bovenaan het topstation komt Malek naast me zitten. Zelfverzekerd als een mus die weet waar alle wormen zich verstoppen. We gaan iets eten.

 

We ontmoeten twee meiden uit Brazilië en ook Eric, de Amerikaan. Het wordt een bont gezelschap en na een dag samen op zwier te zijn, zoeken we samen een hostel voor de komende nacht. Als blijkt dat de ‘dormitory’ in dit hostel bestaat uit één groot platform,  beslissen we unaniem dat we klaar zijn voor deze familyroom. Hilarisch. Het wordt een nacht vol verhalen vertellen, iets van een roze olifant, dromen delen en natuurlijk goede voornemens voor 2013.

 

Bij het afscheid zegt Malek niet zoveel. Koele kikker. We komen elkaar misschien wel nog eens tegen, op de moto in Europa zegt hij. OK. Hij had zijn dosa opgegeten en zat te wachten op de trein, die vreemdeling met wie ik toevallig een busbank en enkele dagen reis had gedeeld.

 

Oudejaar beslissen we om Braziliaans gewijs aan zee door te brengen... De rit is lang maar het lukt ons om de I-pod door de boksen te laten galmen. Zalig om zo door de bergen te cruisen. En daar, achter een groene zee van palmen, aan de voet van hoge rode kliffen, ligt het paradijselijke strand van Varkala. Vissers zijn in alle vroegte al druk in de weer met het binnenhalen van hun netten. Op het strand heerst een lome bedrijvigheid van de fruitverkoopsters en andere kleine middenstanders. Alle clichés komen aan bod, ik drink uit een kokosnoot, smul van de versgevangen vis, onderga een ontspannende ayurvedische massage en tuur eindeloos naar die schitterende zonsondergang. Straks is het oudejaar. Maar ik hou niet zo van oudejaar. Ik weet niet waarom maar die avond hoef ik echt niet uitbundig te doen. Geef mij maar een ‘gewone’ zaterdagavond in De Vooruit om daarna te gaan dansen ergens aan de Beestenmarkt. 31 december, ik vind het altijd wat vreemd.  Dat ik het hier mag meemaken vind ik dan wel weer bijzonder. Zoals de Braziliaanse traditie het wil, spring ik om middernacht over 7 golven in zee. Goed voor 7 jaar geluk! Bring. it. on.

 

Na het feestje van gisteren is het vandaag tijd om te rusten. Met het Braziliaans gezelschap plan ik een dagje strand. Vreemd hoe je een paradijselijk strand anders kan ervaren. Mijn mond valt open valt van het palmbomenstrand en ik sta al klaar om  kokosnoten te rapen. Maar voor de Braziliaanse meiden is dit anders, “The beach is ok.”  It’s ok… Ok?? Dit is het paradijs... Maar als je Braziliaanse stranden gewoon bent, is dit misschien gewoon ‘ok’.

Maar ik ben een ander strand gewoon. Dat van Middelkerke.

Andere ervaringen, andere percepties.  Ik voelde me gisteren verwaand om nog maar te denken dat de theeplantages in The Cameron Highlands in Maleisië  mooier waren dan hier in Munnar. Maar je vergelijkt en bouwt een ruimer referentiekader op.

Het is gevaarlijk, reizen. De wereld is veel te mooi om ze niet te gaan ontdekken maar toen ik onbewust de theeplantages van Munnar vergeleek met die van Maleisië, besefte ik plots dat ik verwend ben. En dat is nooit goed. Misschien moeten we meer thuis blijven.  Zodat we terug oprecht verwonderd kunnen zijn over iets dat er zomaar is, in al z’n eenvoud. Oprecht verwonderd kunnen zijn over een uitstap van Middelkerke naar De Haan. En terug.

 

Deze zon doet me wel enorm veel deugd. Zonnebril check, leesboekje check, in de zon liggen check. Sometimes girls got to do what girls got to do.

Even later is er wat tumult. Een toerist is in problemen gekomen door te ver in zee te gaan, de (onder)stroming is hier verradelijk en bijzonder sterk. Hij moet gered en uit zee gehaald worden. Politie en zo ter plaatse. Hij strompelt het strand op en z’n vriendin geeft hem een mep waar heel Varkala staat op te kijken. “Domkop”! hoor ik haar er nog net bij zeggen. Die gast was duidelijk niet alleen in paniek.

 

Als de rust is teruggekeerd, plonst Brasil op hun beurt ook in de golven terwijl ik even op de spullen let. Aline komt terug uit het water en waarschuwt me dat de man achter me aan het masturberen is. 

D e g o u t a n t.

 

Tot zover het strandplezier. Anna wil voor het nieuwe jaar graag een nieuw kapsel. Ze vraagt me of ik het wil afscheren. Afscheren? Ik kan dat niet. Jawel, ik heb er alle vertrouwen in. Ok dan, eerste stop vandaag is in het kapsalon. Beetje wennen met die tondeuse maar het lukt wel. Hilariteit alom en de hele dorpskern was afgezakt naar dit salon.

Als afsluiter met team Brasil kon dit wel tellen.

“It was really nice travelling together, it was very Brasil, very nice”.

“The pleasure was ours, Delphi. Sorry you had to see us so much naked.”

“No problem dear.”

We deelden de kamer, dat was goedkoper. Voor dezelfde prijs van een dorm hadden we nu wel een heel mooie kamer, hier aan het strand. Meisjes kunnen daar echt van genieten. Ik was ook vergeten hoe heerlijk het is om uit te pakken en je kleren zo eens in stapeltjes te ordenen. Anna is met haar 22 jaren verbazingwekkend volwassen, heel wat levenservaring en o zo grappig. “We, designers, are so well organised,” waarna ze prompt een post it uit haar dagboek tovert. “For you.” Om op te schrijven wat ik niet mag vergeten tijdens de shopping van straks. Thanks.

De douche in onze kamer leek wel een balzaal. De Braziliaanse nichtjes namen telkens samen een douche. “Come and join Delphi!”, waarop ze gierend van het lachen elkaar met water bespatten. Braziliaanse heupen en blote borsten in het wild slingerend. Menig man zou jaloers op me zijn.

Ik liet het toch even voor wat het is, met drie onder de douche is me net een brug te ver. Dit lijkt wel de kleedkamer van het meidenvoetbal.

 

’t Is tijd om terug alleen verder te reizen maar deze drie voorbije dagen met Anna en Aline, dat was dikke fun. Of ik deze zomer naar Brazilië op bezoek wil komen? Sure!

 

Ik baan me een weg naar de tuktukstandplaats en vraag een enkeltje station. Heel toevallig tref ik dezelfde chauffeur die ons gisteren naar het kapsalon bracht. “Need a haircut?” vraagt hij breed grijnzend. Ik lig in een deuk.

Aan het station schuif ik beleefd aan bij het loket. Maar menig Indiër steekt me ongegeneerd voorbij. Ik laat het gebeuren. Het was me al eerder overkomen, overal steken ze me voorbij want ik ben maar een vrouw en bovendien kastenloos. Na wat uitleg is dat blijkbaar een vrijgeleide om me massaal voor te steken. Maar dan was het er wel even over.

Met wat geduld bemachtig ik dan toch een sleeperclassticket naar Trivandrum. Lokaal heet de stad Thiruvananthapura, een mondje vol. De Engelsen hebben indertijd alle plaatsnamen aangepast. Maar men wil terug naar de originele benamingen, vandaar ook Mumbai en geen Bombay meer.

Deze hoofdstad van Kerala ligt aan de zee. Mooi meegenomen voor mijn laatste dagen India!

 

De dame vlak naast me op het perron is verbluffend mooi, net als zo veel Indiase vrouwen lijken te zijn. Ze stralen vaak een soort moeiteloze kalmte uit, met hun prachtige donkere ogen en gave olijfkleurige huid. Ondanks al het stof op het treinstation is haar sari schoon en in elegante vouwen gedrapeerd. Ze ziet eruit alsof ze in haar leven nog nooit een druppel heeft gezweet. Ik daarentegen zweet me te pletter.

De kunst om licht en handig te pakken leek vandaag veraf.

 

 

 

De trein zit afgeladen vol. Met de trein reizen is een ervaring in India. Mijn bagage blijft ergens staan in het gangpad en een blik in de wagon zegt dat ik er onmogelijk nog bij kan. Ik word geplet  en moet echt waar bijna overgeven van de urinegeur.  Ik moet zo snel mogelijk en zo dicht mogelijk bij ‘de deur’ geraken die er niet is. Er niet uitvallen is de boodschap. Ik geraak erbij, m’n haar wappert van de wind en ik geniet van al die landschappen die we voorbij kruisen. Van hieruit zie ik wel m’n bagage niet meer. . Ik probeer af en toe te kijken maar de Indische student naast me stelt me gerust. “It’s safe. Don’t worry”. We geraken aan de praat en hij helpt me ook bij het uitstappen, gelukkig. Best een onderneming. Bij deze wirwar aan ongelooflijke mensenMASSA loodst hij me probleemloos naar de uitgang en the prepaid taxistand. Hij betaalt 1 roepie voor me en ik krijg een ticket in m’n handen geduwd. Even later en voor ik het goed besef zit ik al in een tuktuk op weg naar Kovalam. Ongelooflijk erg bedankt, vreemdeling.  Bedankt. Bedankt. Bedankt om me hier doorheen te loodsen met al die bagage en me op die tuktuk te zetten. Hij was zo bescheiden, charmant verlegen.  En heel erg mooi. I like.

 

In Kovalam  check ik in, verfris me even onder de douche en trek naar het strand. De zon gaat bijna onder en dan is het hier een fantastisch zicht over de Indische oceaan. Een hond vergezelt me - in India ben je nooit écht alleen - en samen rennen we over het strand. Ik hurk neer en geef hem een flinke aai over zijn bol, waardoor hij wild wordt van extase, hij kwispelt zijn staart er zowat af en zijn bek is wijd gespreid met een bekwijlde grijns. Liefde! Liefde! Als hij omhoog schiet om mijn gezicht te likken, sta ik snel weer op. Je moet weer naar huis. Ik pak een steen op en doe alsof ik op het punt sta die te gooien. De hond deinst terug en kruipt ineen, maar zijn ogen stralen nog steeds, in een vreemde combinatie van hoop en vrees. Als ik kon, ik nam hem mee in het hotel.

Ik koop wat souvenirs op ‘den dijk’ van Kovalam. Thee, een Indische pop (mét sari aan : ) voor mijn nichtje, olifantjes en kralen voor mijn metekindje, thee, handgemaakte zeepjes… en ik koop ook voor elk van mijn leerlingen een nieuwe felgekleurde pen. Import uit India. Kunnen ze nooit meer zeggen dat ze geen balpen bij hebben! Verlang al om hen cadeautje te geven maandag.

Ik zelf ben ook aan het schrijven geslaan en ga iets eten. Het eten is en blijft verrukkelijk hier in India. Ik die zo kan genieten van lekker eten, het is werkelijk een streling voor al mijn smaakpupillen. Smaken, kleuren en geuren zijn hier verbluffend helder. Bij het eten vanavond ben ik me daar extra van bewust, misschien omdat ik na enkele dagen samen reizen nog eens alleen op pad ben. Ik verwonder me over het web van smaken en texturen: ui, knoflook, kurkuma, zout, de zijdezachte kruimels van aardappel. Het was zo verrukkelijk.

 

De voorlaatste dag van deze trip trein ik terug naar Kochi. Toekomen in Vedanta hostel voelt een klein beetje als thuiskomen. Nog even uitblazen voor de terugvlucht en het nakende ‘back to reality- gevoel’.

Binu heeft een etentje gepland vanavond. Hij is en blijft hilarisch. En humor werkt altijd. Altijd.

 

 

India heeft me zoveel deugd gedaan. Dat ik reizen in Azië fantastisch vind, staat vast. Of het nu Thailand, Vietnam, Maleisië, Borneo of India is, allen vind ik ongelooflijk mooi.

 

Maar het is beslist. Als ik niet kan thuisblijven wordt het de volgende keer toch terug Afrika.

 

Afrika kruipt in je kleren, ja , zelfs onder je huid. Het doet me heel klein voelen, wie ben ik om zoiets te zeggen. Maar het is iets intuïtief en een sterk persoonlijk gevoel. Reizen in Afrika neemt me helemaal in, alsof elke vezel in mijn lichaam voelt en weet dat daar de oorsprong van ons bestaan ligt. Het is een struggle, elke dag opnieuw, keihard met momenten. Maar de mensen maken voor mij het verschil. Alsof het een soort van thuiskomen is, telkens opnieuw. Ik droom van Namibië naar Zambia naar DRCongo, naar Rwanda, Uganda, Malawi en Mozambique. Van fotoreportages maken. Van een jeugdverhaal schrijven.

Next time.

 

 

 

 

 

 

 

Fotoalbums van Indië

Indië (123)

09 Januari 2013 | Indië | Indië | Laatste Aanpassing 24 Januari 2013

  • IMG 6923
  • IMG 6757
  • IMG 6726
  • IMG 6498

 

Plaats een Reactie

 

      
This site is only viewable in landscape mode !
Session Tracking