Reisverhaal «Hit the road»

reis rond de wereld in ca. 365 dagen | Australië | 0 Reacties 30 Januari 2012 - Laatste Aanpassing 31 Januari 2012

40 liter drinkwater: check! De esky (Australisch voor frigobox) gevuld: check! De van volgetankt: check! Onze splinternieuwe jerrycan gevuld met petrol: check! Proviand voor een aantal dagen: check! We waren klaar om onze toch naar de Australische Outback te starten. Een gps hebben we niet: behalve “1250 km rechtdoor” zou ze ons toch niet zoveel hebben kunnen helpen (al was Vanessa er toch bijna in geslaagd om de verkeerde weg te nemen, maar soit…)

Gedurende drie dagen zoefden we aan 90km per uur (kwestie van het benzineverbruik een beetje te beperken) over het dierenkerkhof dat de Stuart Highway is: kangoeroes, emoes, vossen en zelfs koeien zagen we als roadkill langs de weg liggen. Eén klein vogeltje bleef ook aan onze bumper kleven…  De gesneuvelde koeien zijn waarschijnlijk het werk van de immense roadtrains die hier rijden: megatrucks met maar liefst drie aanhangers, meer dan 5Om lang! Al snel leerden we dat de wegetiquette ons gebood even te zwaaien naar tegenliggers, kwestie van de sleur wat te breken. Vermoeidheid is waarschijnlijk de grootste doder op deze weg. Een aantal autowrakken langs de kant helpen je wel om wakker te blijven.

Al rijdend merk je snel hoe ontzettend groot het binnenland van Australië is. Soms heb je een prachtig uitzicht van 360° absoluut niets! Soms staan er bomen in deze woestijn, maar even vaak is het gewoon een dor grasland. De Outback is momenteel tamelijk groen. De afgelopen jaren heeft het hier volgens de locals vaak  geregend. Als je eventjes in het gras loopt, merk je wel dat zelfs het groene gras kurkdroog is. Waarschuwingen voor brand zijn  echt niet overbodig.

Om de twee- of driehonderd kilometer staat er een zogenaamd “roadhouse”: een oase voor de automobilist: het zijn benzinestations, hotels, campings en supermarkten in één. Je slaat ze best niet over, niet alleen omwille van de toiletten, maar ook omdat je echt niet wil stilvallen met een lege tank… 

De kamelen die men eind de 19de eeuw heeft achtergelaten in de streek , voelen zich er ontzettend thuis. Een Belgische fietser die we onderweg tegenkwamen (“hoe sterk is de eenzame fietser, die kromgebogen over z’n stuur tegen de wind”, je kent het deuntje wel, we zagen er hier toch een aantal die de tocht probeerden op hun velo) vertelde ons dat hij zelfs een platgereden kameel had gezien (en geroken; alle zintuigen worden blijkbaar extra verwend met de fiets!).

Alice Springs is de grootste stad in de Outback. We bezochten er een afdeling van de Royal Flying Doctors Service, die het binnenland per vliegtuig van medische zorgen voorziet. Ook voor kinderen die te ver wonen om naar school te kunnen gaan, werd een oplossing gezocht: vroeger via de radio en nu  via het internet krijgen ze les via ‘the School of the Air’. Kinderen die op honderden kilometers  van elkaar wonen krijgen les in dezelfde virtuele klas. De zanglessen schijnen, mede door de vertragingen op de lijnen, tamelijk hilarisch te zijn.

Vanuit Alice Springs bezochten we de McDonnel Ranges: prachtige heuvelruggen en kloven waar dieren er toch in slagen om drinkbaar water te vinden. Wij maakten er lange wandelingen om onze spiertjes te trainen voor de wandeltochten bij Uluru, het nationale symbool van Australië. 

 

 

 

 

Fotoalbums van locatie «Alice Springs»

Hit the road (12)

30 Januari 2012 | reis rond de wereld in ca. 365 dagen | Australië | Laatste Aanpassing 31 Januari 2012

  • La vache qui ne rit plus
  • Kamelen!
  • East McDonnel Ranges
  • West McDonnel Ranges

 

Plaats een Reactie

 

      
This site is only viewable in landscape mode !
Session Tracking