Reisverhaal «Door Mauretanië»

Mauritanië | 0 Reacties 24 Oktober 2009 - Laatste Aanpassing 24 Oktober 2009

Waar de campers rechtsomkeer maken stappen wij in Tiznit voor een rit van 19 uur op de bus naar Dakhla. Een plek waar je niet komt als je er niet moet zijn. Hier eindigt het Marokko voor de toeristen, begint het voor de reizigers.

In Dakhla informeren we ons over Mauretanië en hoe daar te geraken. Op een camping even buiten de stad ontmoeten we Stephan en Helga, twee Duitsers op weg naar Senegal. Ze stellen zelf voor om in hun bejaarde Mercedes mee te rijden naar Mauretanië. Die wil Stephan in Nouakchott verkopen. “Of we het niet erg vinden dat we in de auto niet teveel plaats zullen hebben?” We zijn de Marokkaanse grand taxi’s gewend, dus dat lukt wel.

Bij dageraad breken we de tent op en nestelen ons tussen en onder de bagage op de achterbank. Langs de bijna 400 km tot aan de Marokkaanse grens wisselen verschillende desolate maanlandschappen elkaar af. Kamelen flaneren rustig tussen de vele legerkampen. Ze zijn talrijk, zij die vandaag Marokko binnen willen. In de lange rij wachten we geduldig tot we onze naam horen. De wachtenden voor ons hebben wisselend succes. Een Senegalese vrouw wordt zonder pardon teruggestuurd. Moedeloos wandelt ze terug door niemandsland terug naar waar ze niet wil. “We rijden best in konvooi naar de Mauretaanse grens”, krijgen we te horen. Stephan lapt het advies aan z’n laars en weet vlak na de grens niet echt waar en hoe te rijden. Hier is geen weg meer en de Mercedes botst en blutst op de rotsige ondergrond. “Bonjour, je suis en train de vous attendre depuis hier”, worden we plots verrast. Ali is een kennis van Ibrahim, die Sidi kent. Sidi is de vriend van de vriend van Stephan die hem in Nouakchott zal helpen de auto te verkopen. Of hoe iemand te vertrouwen in the middle of nowhere. Ali neemt wijselijk het stuur over van Stephan en rijdt de wagen ervaren verder. Niemandsland is zijn terrein. Ook voor de vele anderen die er onbegrijpelijk rondhangen. Ali baant zich een weg tussen de vele verkoolde wrakken die de overkant niet gehaald hebben. Hier voelen we ons echt nergens. Op het akelige af.
 
Het voelt als een opluchting als de Mauretaanse grenspost in de verte opduikt. Daar wisselt Ibrahim Ali af. Die regelt voor Stephan de autoverzekering. Voor ons Mauretaanse visum wordt ons geduld serieus op de proef gesteld. De beambten schrijven tergend traag de gegevens over in logge boeken en na vijf visa roken ze een sigaret of drinken thee. Een prima oefening in het Afrikaans ondergaan van je lot. In een aftands caravannetje wisselen we wat Dirhams in Ouguiya's.  Bij valavond loodst Ibrahim ons feilloos langs de vele police checkposts tot in Nouâdhibou.
 
We kunnen verder mee met Stephan en Helga tot in Nouakchott, de Mauretaanse hoofdstad. Vijfhonderd kilometer police checkposts en een magnifieke zonsondergang vanop machtige, sierlijke zandduinen. Na enkele dagen kilometers wreten bekomen in Auberge Sahara, een Westers eiland temidden deze zandbak.
 
Alle Mercedessen die in de hoofdstad rondrijden (en dat is 90% van alle wagens in de stad) fungeert met plezier als taxi. Dat maakt het ons makkelijk om er in de lege straten snel eentje te strikken. Aan de garage Rosso kost het ons meer moeite om voor een schappelijke prijs een betaalbare rit tot aan de grens te regelen.
Is het niet la police, het is le gendarmerie. Is het niet le gendarmerie, het is la douane die je doet stoppen. “Waar we heen gaan?” Waar denken ze? Zo heel veel keuzemogelijkheden zijn er vanop deze weg niet. Ons beroep? “Werkloos” is geen optie. In Europa heeft iedereen werk en hoe zouden we overigens kunnen reizen? Onze paspoorts? “S.v.p. monsieur. ”  “Ah des Belges! ”  Niet alleen de vele checkposts, ook de vochtigheid en het steeds groenere landschap kondigt Senegal aan. De grens is het begin van de Senegal Rivier, ook het begin van de Sahel. Het einde van de Sahara.
“1000 Ouguiya's per persoon”, dingt de eerste beambte die we aan de grens treffen naar onze laatste Mauretaanse centen. Een kordate “dat hoeven wij niet te betalen” en wat geduld doet hem kleur bekennen en we mogen door. We krijgen net op tijd onze stempels om de laatste bac voor de drie uur durende middagpauze te halen. “Let je even op mijn fiets”, vraagt Artur, een Pool die zomaar even door de Sahara gefietst is. Hij loopt de boot af, door het water tot op de oever. “Die moet vlug nog even kakken”, denk ik. Zonder pardon begint de bac te varen. Terwijl Artur als een manische gek nog steeds op zoek lijkt naar zijn toilet. Als hij de boot ziet afvaren spurt hij tot aan z’n knieën het water in. Maar wij en de fiets zijn al te ver weg. Er is heel even plaats voor ongeloof en moedeloosheid maar al snel draait Artur de knop om en maant een gemotoriseerde pirogue aan om hem tot aan de overkant te varen. Ondertussen letten wij op z’n fiets en doen ons best om die zonder brokken vanop de boot door het water tot op het droge te brengen. Artur moest helemaal niet kakken. Hij was om z’n portefeuille gerend, die ze op de bac hadden gestolen. Zijn paspoort heeft hij nog en met de €100 die we hem lenen zal Artur het wel redden.

 

 

 

 

Fotoalbums van Mauritanië

General (5)

24 Oktober 2009 | Mauritanië | Laatste Aanpassing 03 December 2010

  • Mauritanian highway
  • Sahara sunset
  • Senegal River
  • Niemandsland

 

Plaats een Reactie

 

      
This site is only viewable in landscape mode !
Session Tracking