Reisverhaal «Trekking rond de Annapurna’s»

Himalaya en verder | Nepal | 0 Reacties 14 Januari 2020 - Laatste Aanpassing 14 Januari 2020

Voor mij begint een trekking niet met de wandeltocht zelf. Er is ook zo veel plezier te beleven met de voorbereiding ervan. Ik geniet ervan uren door te brengen in een gespecialiseerde reisboekhandel om inspiratie op te doen, reisgidsen te doorbladeren, kaarten te bestuderen, uit te zoeken wat de interessante uitzichtpunten en overnachtingsplaatsen zijn. De fysieke voorbereiding is voor mij ook heel belangrijk. Weten dat een lange zware trektocht eraan komt, motiveert me om te gaan lopen, elke kilometer in de omgeving met de fiets af te leggen en in de weekends de pittige Ardennen in te trekken. De meest interessante voorbereiding is voor mij het uitkiezen wat ik in mijn rugzak zal meenemen. Tot nu toe proberen Igor en ik zonder dragers of lastdieren de natuur in te trekken. Als je beseft dat je 3 weken aan een stuk alle spullen die je denkt nodig te hebben duizenden meters omhoog en omlaag moet meezeulen, dan wordt het begrip “nodig” meteen een pak relatiever. Elke keer bij het inpakken voor een nieuwe tocht neem ik mijn dagboek van de vorige erbij, waarin ik altijd onze bedenkingen over de meegenomen of gemiste spullen noteer. Meestal negeer ik dit lijstje omdat ik de items bij het inpakken zelf uiteindelijk toch niet zo noodzakelijk meer vind. Zo heb ik bijvoorbeeld zo goed als elke keer al gemerkt dat ik een thermos heb gemist. De hele dag iets warm kunnen drinken is zalig, comfortabel. Maar is het ook echt nodig? Het is leerrijk om te strippen tot je bij de essentie bent aangekomen: zorgen dat je je droog, warm, gezond en proper kan houden. Het interessante is dat dit voor elke trekker anders is en dan ook nog eens afhankelijk van trekking tot trekking. Mijn rugzak voor Kanchenjunga bevatte iets meer spullen dan die voor Annapurna en in Nieuw Zeeland binnenkort zal de inhoud helemaal anders zijn. Tijdens de Annapurna trekking stappen we van het ene theehuis naar het andere. Overal kunnen we ontbijt, lunch en avondeten verkrijgen. ’s Avonds slapen we binnen in een vrij comfortabel bed. Hoewel soms in primitieve toestanden is zo’n huttentocht niet te vergelijken met een expeditie-achtige trekking in de wildernis, waar je je helemaal zelf moet beredderen, je eigen eten, kookgerief en tent moet meesleuren. Deze keer neem ik dus naar mijn normen een lichtgewicht grote rugzak mee met wat extra kleren, regenkledij, warme donsjas, slaap- en lakenzak, kaart, gidsboek, zakmes, toiletzakje en wat glutenvrij noodeten. Het enige waar ik nooit in toegeef is een leesboek, notitieboekje en schrijfgerief. Mijn knieën, schouders en rug zullen me dankbaar zijn…
De Annapurna trekking is al decennia een klassieker en scoort vrij hoog in de één of andere top 10 van de mooiste trektochten ter wereld. Ze is beroemd, staat bekend als mega druk en is wat verknoeid door de aanleg van wegen. Vrienden van ons waarschuwden ons daar weg te blijven. Wij gingen toch, wetende dat de meeste valleien rond de Annapurna’s geen wild onontdekt gebied meer zijn. En toch hebben we een heel plezante tijd beleefd, afwisselende en spectaculaire uitzichten gehad en pittiger gewandeld dan verwacht.

Waar zit dat volk?
’s Middags worden we door een taxi afgezet in Besi Sahar, het offiële beginpunt van het klassieke Annapurna circuit. Het jeeppad werd ondertussen al een heel traject doorgetrokken aan beide kanten van de over te steken pas. Sommige trekkers herleiden de 21 dagen durende trekking zo tot amper 5 dagen stappen. Een trekking voor mensen die eigenlijk niet graag wandelen? De eerste dagen komen we bijna niemand tegen en passeren we dorpjes met exotisch klinkende namen als Bhulbule, Lili Bhir en Dharapani. ACAP, Annapurna Conservation Area Project heeft nieuwe trekkingspaden geopend zodat je de jeeppaden grote stukken kan vermijden.
De eerste dag wandelen we nog volop tussen de behuizing. De lokale bevolking is druk bezig met het oogsten van rijst, tarwe en gerst en het planten van aardappelen. Alles gebeurt hier nog handmatig of met de hulp van lastdieren. Een span ossen loopt in een cirkel rond om het graan onder hun zware gewicht te dorsen. Op een ondergrond van hard geworden uitgestreken koemest wordt rijst in de zon te drogen gelegd. Twee dagen stappen brengt ons 100 jaar terug in de tijd. We komen 3 andere trekkers tegen, allemaal Fransen, 1 stelletje en een andere op zijn eentje. Hij heet Jerome, is van Parijs naar de Pyreneeën verhuisd om meer te kunnen wandelen en spreekt zalig Engels op zijn Allo-Allo’s. Verder worden we gepasseerd door 1 busje, vol gepropt met lokale mensen dat de vallei inrijdt en een tiental jeeps. We vragen ons af of we wel juist zitten. Waar zit die menigte? In de late namiddag bereiken we Bhulbule. Een Nepalese vrouw vraagt of we een plek om te slapen zoeken. Na wat speels afdingen krijgen we een tweepersoonskamer en warme douche voor een mooie prijs. De hele dag hebben we wat bewolking gehad, maar wanneer we op het terras van de lodge onze dal bhat oplepelen, krijgen we uitzicht op sneeuwbergen, de imposante Manaslu en Ngadi Chuli.
De eerste dagen krijgen we zo nu en dan jeeppaden onder onze schoenen. Telkens er een alternatief trekkingspad met rood-witte markering wordt aangegeven (zoals onze GR-paden), verlaten we de berijdbare weg. Het is moeilijk in te schatten op basis van de wandelkaart of zo’n pad de moeite is. Soms lijkt het enkel voor extra hoogtemeters te zorgen, maar meestal biedt het niet te missen vergezichten en brengt het ons naar afgelegen gezellige dorpjes. Het zijn vermoeiende, lange dagen met veel hoogtemeters. Onze trekkingsgids is verouderd, de wandeltijden in de routebeschrijving zijn altijd korter dan de praktijk.
Vanuit de rijstterrassen gaat het groen over in groentetuintjes en bloemenperkjes. Dieper in de vallei, de Marsyangdi rivier volgend, klimmen we verder omhoog door bananenplantages, andere palmachtigen en bamboe. Machtige watervallen storten langs beide oevers de diepte in en doen de machtige bergstroom verder zwellen. Het gezwier van langur apen hoog in de begroeiing en gekakel van parkieten maken het junglegevoel compleet. Hoewel er nog heel wat wilde hoekjes te ontdekken zijn, werd deze vallei getemd en volop ontwikkeld. Sommige watervallen worden gebruikt voor het opwekken van elektriciteit. Hoe middeleeuws en afgelegen sommige dorpjes ook lijken, elk huisje waar we hebben overnacht of ’s middags gegeten, had elektriciteit, als er tenminste geen stroompanne was.
Regelmatig houden we rust in de schaduw van een reusachtige stokoude bodhiboom, te herkennen aan zijn opvallende luchtwortels en hartvormige grote bladeren. Na 5 dagen stappen komen we geen jeepsporen meer tegen. Een alternatief hooggebergtepad leidt ons langs schattige dorpjes. De oude huisjes zijn opgetrokken uit steen en hebben een plat dak, sommige bedekt met leisteen. Het uitzicht vanop de stoepa van Ghyani is fenomenaal. De machtige Annapurna’s lijken zo dichtbij. Het is vreemd dat deze paden in ’s werelds drukste trekking zo leeg zijn. Waarschijnlijk is dit deels te wijten aan het einde van het trekkingsseizoen. De winter nadert. Het belooft koud worden boven de 4.000m. En tot onze verbazing merken we dat de georganiseerde groepen met berggids de vlakkere weg afstappen, lager gelegen in de vallei. Door de nieuwe paden te volgen kan je nochtans de grotere moderne dorpen vermijden en acclimatiseer je beter. We slapen hoger en komen al eens boven de 3.500m.
Ik voel me moe wanneer we het klooster van Braka in de verte zien verschijnen. Het oude gebouw en omliggende dorpje lijken tegen de steile kliffen te kleven. Hoewel de weg hier ook aankomt, is er bijna geen auto te zien. De lokalen gebruiken nog steeds vooral paarden als vervoermiddel. De kuddes kleine, maar stevige gebouwde paarden lopen ’s avonds vrij rond in de vallei.
We naderen de 4.000m grens en douchen begint een opgave te worden. De douchekoten zijn koud en smerig, wat het soms erg moeilijk maakt mijn kleren proper en droog te houden. Maar nadien voel ik me telkens herboren. Helemaal opgewarmd door de warme douche en dal baht als avondeten kruip ik moe maar voldaan vroeg in mijn slaapzak.

Great Barrier
In de vroege ochtend snoeren we voor de 7e dag op rij onze rugzak aan. We wijken af van de basistrektocht en nemen een pad naar een zijvallei dat ons volgens onze routebeschrijving in 2 dagen moet leiden naar een ijsmeer met spectaculair uitzicht. Het ligt aan de voet van wat tijdens de eerste expedities werd omschreven als de Great Barrier, een hoge altijd besneeuwde kam, ingeklemd tussen 2 7.000ers, Kahangsar Kang en Nilgiri North.
Het luchtige pad is onderhevig aan landslides. De hellingen zijn erg steil en bestaan uit opgehoopt los grind. Diep onder ons stroomt de rivier Khangsar. Voorzichtig en geconcentreerd slingeren we tussen zanderige rotsformaties, grillig en vreemd gevormd door de wind en regen. Het landschap lijkt wel een bedenksel van Dahli. De overkant van de vallei bestaat uit de ene sneeuwberg naast en achter de andere. Bevroren watervallen hangen als lange druppelende ijspegels in rotsspleten.
Vlak voor de middag komen we al aan in het basiskamp van Tiliccho Tal. Ik moet mijn idee over wat een basiskamp is wat bijstellen. In de Annapurna’s is het anders. We krijgen een eenvoudige, maar gezellige tweepersoonskamer toegewezen. De menukaart van het bijhorende theehuis vermeld buiten de traditionele dal baht ook ei-, rijst-, pasta- en aardappelgerechten. Er is cola, warme chocomelk en bier te verkrijgen.
Na onze lunch neem ik een middagdutje op ons bed, dat verwarmd en verlicht wordt door de zalige zon. Later gaan we aan de rivier water filteren voor de volgende dagen en wandelen we wat rond op zoek naar een geschikte plek om de zonsondergang te bekijken. We zitten hoog maar doordat de vallei beschut ligt van de wind, voelt het buiten toch aangenaam aan. Het ondergaan van de zon geeft een spectaculair lichtspel dat weerkaatst op de stervende gletsjertong. De lucht kleurt lavendel daarna felroos en eindigt volgoud, waarna een kalme donkerte valt. ‘s Avonds eten we in een kring rond de kachel, met ons bord op de schoot. Het is de enige plek waar het een beetje warm is, zelfs met donsjas aan.
We zetten onze wekker vroeg voor de klim naar het hoog gelegen ijsmeer. Ik voel me geweldig, vol energie en sterk in mijn benen. Mijn ademhaling onder controle houdend, hoef ik geen enkele keer te rusten of bij te eten. Op een gestaag vlot tempo steken we veel wandelaars voorbij. Jerome, die we vanaf het begin van de trekking sporadisch tegenkomen is al om 4:00 uur gestart. Hij wilde de zonsopgang daarboven mee maken en is al aan het afdalen. Uitbundig als altijd vertelt hij dat hij genoten heeft van het uitzicht. Hij informeert ons dat wij nog zo’n half uurtje van het meer verwijderd zijn, maar het lastigste klimwerk achter de rug hebben.
We komen bovenop een besneeuwd en verijseld plateau. Het pad is gemarkeerd met hoog uitstekende stokken, die nu overbodig zijn door het gebrek aan metershoge sneeuw. Het diepblauwe meer is op sommige plekken bedekt met een dunne ijspel. De ijskoude wind maakt rimpels op het grote wateroppervlak. Boven het meer rijst een enorme witte wand hoog op, waar we naartoe stappen. Je kan hier zo dichtbij die prachtige gletsjers en seracs komen. Al die stilte, grootsheid en witheid overvalt me. Ik houd ervan op plekken te zijn waar je enkel te voet kan geraken, liefst op een paar dagen stappen van de moderne beschaving. De lucht is ijl, fris, maar zo zuiver. De ongereptheid doet mijn hart een vreugdesprong maken. Dankbaar dat mijn lijf dit kan, mijn geest dit wil, geniet ik van waar ik ben en ervaar ik rust.
De koude is bijtend en hoewel ik langer zou willen blijven, wachten we niet te lang met de afdaling. Na nog eens 2 uurtjes staan we terug in de lodge, waar we iets warm drinken en de rest van onze spullen oppikken. ‘s Middags komen we al aan in het mooi gelegen Blue Sheep, waar we een kamer krijgen met comfortabele dikke matrassen. De eetzaal bestaat helemaal uit glas en kijkt de ene kant uit dieper in de vallei naar Tilicho Peak. Aan de andere kant biedt ze een panorama op de lager gelegen brede hoofdvallei, richting Pisang. Een douche nemen kost hier te veel geld en lijkt me niet erg betrouwbaar. Het in elkaar getimmerde douchekot, dat aangesloten is op een grote rode gasfles, staat aan de overkant van het pad en zweeft eigenlijk boven de afgrond. Het afvoerwater kan zo efficiënt recht naar beneden lopen. Al vrij vroeg in de namiddag wordt de zon geblokkeerd door de hoge toppen rondom ons en zakt de temperatuur voelbaar onder het vriespunt. De wind wakkert fel aan en duwt indrukwekkende grijze wolkenformaties over de bergen. Een Nederlander laat ons weten dat het buiten -20° aanvoelt volgens zijn meteobericht. Deze keer krijgen we een interessante, maar beetje onrustwekkende zonsondergang. Volgens ons hangt er sneeuw in de lucht. De wolken glijden traag over de hoge hellingen. Ze kleuren eerst purper, daarna een zwaar donkerblauw en later donkergrijs. Een enkele zonnestraal die sterk genoeg is om door het dikke wolkendek te breken, zet de hemel in vuur en vlam. Ik geniet van het spektakel vanuit de comfortabele glazen eetzaal. Igor vindt de moed om toch buiten te gaan fotograferen en komt wat later als een ijsblok terug binnen. De Nederlander laat ons weten dat er volgens diezelfde meteo inderdaad overmorgen lichte sneeuw wordt verwacht. De dag dat we de pas zullen oversteken of de dag erna wordt er zelfs zware sneeuwval voorspeld.

De pas
‘s Ochtends beginnen we na een lekker ontbijt aan de etappe richting de pas, Thorung La van 5.416m hoog. We volgen een nieuw geopend bergpad en kunnen zo de volledige terugtocht naar het drukke Manang vermijden. De steile puinhellingen zijn begroeid met doornstruiken en stugge grassen. We wandelen steeds op en neer in de richting van de Marsyangdi, maar draaien regelmatig om naar de prachtige witte vallei achter ons. Diep onder ons stroomt een kalme rivier die we via een hangbrug oversteken en even later komen we terug op de rood-witte markering, de hoofdroute. Het landschap blijft dor en heeft veel weg van een woestijn. Voor ons is weinig sneeuw te zien en we komen zelden zijriviertjes tegen. Het pad loopt over steile zandhellingen. Alles ligt los. Een waarschuwingsbord vraagt ons heel voorzichtig te stappen. De berggeiten die boven ons van het weinige eetbare dat hier groeit aan het grazen zijn, houden we goed in de gaten. Als ze paniekeren zouden ze wel eens wat puin in onze richting kunnen laten storten. Behoedzaam stappen we goed door en we bereiken diezelfde dag nog de lodge in Thorung Phedi, die we met amper 14 andere trekkers delen. Morgenvroeg beginnen we aan de pas voordat deze misschien ontoegankelijk wordt door de voorspelde sneeuw.
Rond 4u worden we wakker van de vertrekkende groepen. Na een erg vroeg ontbijt starten wij ook aan de klim in het spoor van de hoofdlampjes voor ons. Het sneeuwt, maar de temperatuur valt enorm mee doordat het windstil is. We klimmen over een breed eenvoudig pad, dat ook gemarkeerd is door stokken. Omdat ik het al snel warm krijg, rits ik mijn donsjas open. Achter ons in de verte zie ik al een licht oranje gloed aftekenen aan de horizon. De sneeuw blijft aan onze kleren en in Igors baard plakken. De laaghangende wolken hullen de pas in een mysterieus wit. Op een smal richel, bedekt met bevroren sneeuw is het even voorzichtig slibberen om de diepe afgrond te vermijden. Het pad wordt terug eenvoudig en we bereiken vlot het theehuisje bovenop de bergpas. Het blijft sneeuwen. Aangezien we geen uitzicht hebben en geen zin hebben in een overdreven dure thee, beginnen we ineens aan de afdaling, eerst over sneeuwvelden. Ook hier ontmoeten we Jerome weer. We maken een praatje, wijzen bergen aan die helaas verscholen zitten achter bergen. Voor ons ligt de hoogwoestijn Mustang, dat de bijnaam “Klein Tibet” heeft gekregen omwille van het vergelijkbare landschap en de boeddhistische manier van leven. Het land van de blauwe bergen, zoals het hier in Nepal wordt genoemd zit toegedekt onder indrukwekkende strato’s, die traag naar het oosten zweven. De kleurnuances op de hellingen voor ons veranderen constant. De Himalaya keten blijft verscholen, Dhaulagiri verstopt en toch is het genieten van een groots, onvergetelijk uitzicht. Na de sneeuwvelden blijven we in kleine haarspeldbochten afdalen. De gedachte aan een welverdiend biertje en sizzler doen me soms vergeten voorzichtig te zijn op het losliggende grind. De weg stopt aan een hangbrug die overgaat in een brede berijdbare zandweg.

Makgidakgadi
We bereiken Muktinath, een door Nepalezen en Indiërs druk bezocht bedevaartsoord. Het klooster met de grote zittende boeddha in de bergen trekt heel wat pelgrims en dagjestoeristen aan. Het rumoer overvalt ons wat. Dit dorpje vlak voor de pas is bereikbaar met jeep en bus. De Makgidakgadi vallei is al eeuwenlang een deel van een belangrijke handelsroute die Tibet via Nepal met Indië verbindt. De oorspronkelijke paden die gebruikt werden voor de ruilhandel in rijst, zout, graan en luxegoederen uit Indië met behulp van yaks, is nu uitgegroeid tot een toeristische bergvallei, waar je vanuit je hotel één- of meerdaagse wandeltochten kan maken naar watervallen, gletsjers en meren. Sommigen beweren dat de trekking van Annapurna helemaal verknoeid is. Ik probeer deze veranderingen eerder te interpreteren als ontwikkeling. Ooit lagen er in de bergvalleien van de Alpen ook enkel bergpaden. Mensen willen elektriciteit, meer comfort, gemakkelijker te bereiken scholen en ziekenhuizen en dat is in Nepal natuurlijk niet anders. Voor de meeste wandelaars eindigt de trekking dan ook hier. Met een bus of zelfs vliegtuig geraak je vrij snel de vallei uit. Wij stappen verder over nieuwe bergpaden, langs kleine afgelegen gehuchtjes.
De volgende dagen blijft het slecht weer. De aangekondigde neerslag blijft uit maar de laaghangende wolken blijven sterk aanwezig. Enkel op basis van de kaart weten we dat de sneeuw waar we zo nu en dan een glimp van opvangen behoort tot Nalgiri, Dhaulagiri en Annapurna III. We nemen middagpauze in Lubra, waar de kokkin ons vriendelijk vraagt hetzelfde te bestellen. Ze is met andere dingen bezig en staat er alleen voor. De gebakken rijst smaakt en we maken een compliment over haar heerlijke limoenthee. Ze vindt de tijd om er nog eentje voor ons te brouwen. In de kleine dorpjes Tiny en Konjo kunnen we eten en overnachten bij lokale families. Mijn roman heb ik de tweede week al uitgelezen. De rest van de trekking amuseer ik me ’s avonds met het staren naar het steeds veranderende licht. Ik geraak nooit uitgekeken op de donkere hemel die zich vult met sterren. Ik speel hoger lager met de vijfjarige dochter van de lodge eigenaar en babbel met de dorpsleraar, die les probeert te geven aan een klas van 60 kinderen tussen 5 en 10 jaar. Sowieso leven we nu ook meer op het ritme van de zon. Haar stralen wekken ons rond 5u30. Om 18u is het al stikdonker. We hebben meestal avondeten rond 19u, waarna we al redelijk vlug in onze slaapzak kruipen.
Toch verlopen deze dagen niet altijd even vlot. Het vrij recente bergpad wordt nu al soms onderbroken voor een nieuwe weg. Een keer komen we midden in wegenwerken terecht. Een enorme graafmachine passeren op een steile berghelling vol losliggende rotsen is gewoonweg gevaarlijk. Twee keer hebben we een stuk bergwand recht naar beneden moeten afklimmen omdat het wandelpad gewoon verwoest was voor de aanleg van een nieuwe weg. Voor ons laat ACAP het in deze vallei afweten, jammer! We vragen ons af hoeveel wegen er nog moeten bijkomen en of er dan ook telkens nieuwe wandelpaden aangemaakt worden die dan ook weer getransformeerd zullen worden tot berijdbare weg.

De doorsteek
De Annapurna trekking loopt op haar einde. Ik voel me beter dan bij de start, 16 dagen geleden. We hebben nog geld over om naar schatting 5 dagen zonder extraatjes te kunnen betalen. En we hebben nog tijd en vooral goesting. We beslissen een doorsteek te maken naar de Annapurna Sanctuary trekking, een heen en weer trektocht die de Modi rivier stroomopwaarts volgt tot aan Annapurna Basecamp Zuid. Meestal worden deze twee trekkings aan elkaar gelinkt via het veel lager gelegen Ghorepani. Op onze niet zo gedetailleerde kaart zien we een interessantere optie. Deze laat ons toe op hoogte te blijven, meer uitzichten te hebben en misschien een dag te winnen. Het plan is om via Khopra Danda, via het uitkijkpunt Muldai door te steken naar Chomrung, waar we het officiële pad naar Sanctuary oppikken. We hebben al wat info over de route ingewonnen in ACAP bureaus en bij berggidsen die we onderweg ontmoet hebben. Iedereen zegt dat het pad open is en Khopra Danda te bereiken. De lodge eigenaar waar we de nacht voordat we aan deze tocht beginnen verblijven, laat ons weten dat de klim maar 6 uur duurt, bistarde bistarde, op het gemakje... Op de vraag hoeveel hoogte we moeten overwinnen kan ook hij niet antwoorden. Hij verzekert ons dat de dag voordien 2 groepen naar boven zijn vertrokken.
Vrij gerust gesteld volgen we het pad dat al snel steil begint te stijgen. Via serpentines winnen we heel vlug hoogte en geraken zo in een hoger gelegen dorpje. Als we vragen naar Khopra Danda, wordt er knikkend omhoog gewezen. Niemand spreekt Engels, een ander Nepal. De helling vlak volgend, passeren we de laatste groentetuintjes en komen zo terecht in de dichte wilde begroeiing. Oriënterend op onze slechte kaart en met het mini kompasje, dat Igor gebruikt bij het nemen van foto’s, schatten we dat we in de juiste richting aan het lopen zijn. Het pad wordt steeds smaller en minder duidelijk. Wanneer we een houthakkerskamp bereiken, geraken we het spoor helemaal kwijt.
Een tijdje volgen we een steeds op en neer gaand beestenpad. We merken dat we globaal niet meer stijgen en afwijken van de richting dus besluiten we terug te keren naar het kamp. Vanuit een andere invalshoek merkt Igor een aangelegde trap op, een echt pad. Ondertussen is het al middag en overwegen we even om terug te keren. Het pad is in slechtere staat dan we hoopten, de markering is heel verwarrend en we weten niet hoe ver we gevorderd zijn en hoeveel hoogtemeters we nog te gaan hebben. Na wat overleg besluiten we door te zetten. Het kan gewoonweg niet ver meer zijn. Het pad brengt ons hoger de berg op, dieper de jungle in. Alles lijkt hier op elkaar en ik vraag me af of ik al niet eerder deze watervalinkeping ben gepasseerd. Na vijf uur stappen nemen we onze eerste echte rust. We eten een koekje en checken onze watervoorraad. Aan een met bamboescheuten versterkt stukje afgrond merken we wat geschaafde planken op, alsof ze zijn neergezet om verder te dragen naar boven of beneden. Voor ons is dit een duidelijk teken van menselijke nabijheid. Wat gerust gesteld lopen we verder omhoog tot we een vlak tussenplateau bereiken. Een wegwijzer naar Khopra bevestigt ons dat we nog juist zitten. Ik trek mijn trui bij aan. Door de hoogte begint het koud te worden. Er ligt bevroren oude sneeuw die waarschijnlijk in het natte seizoen gevallen is. We passeren nog een kamp, een houten skelet met blauwe dekzeilen als dak. In het slechtste geval kunnen we hier komen bivakkeren. Er ligt zelfs hout om een kampvuur te maken. Vanaf het plateau vertrekt nog een helling. We zitten nu te hoog voor de meeste bomen en planten en klimmen verder door bamboe en struiken. Het pad is zo steil dat deze redelijk lage begroeiing toch niet hoog is om de top te kunnen zien, geen hoopgevend einddoel voor ogen. Uiteindelijk klimmen we boven de begroeiing uit en toch lijkt het donkerder. De schemer valt en er is nog steeds geen hut te zien. Ik wil niet beginnen paniekeren dus vraag ik Igor niet hoe laat het al is. Achteraf zegt hij mij dat hij zich had voorgenomen over het uur te liegen als ik zou vragen hoe laat het was. Het is grappig te weten hoe goed we onszelf en elkaar kennen. Eindelijk zie ik de top van de helling. Rechts merk ik een witte stoepa die weldra zal verdwijnen achter oprijzende wolken. We moeten de hut proberen te bereiken vooraleer we ook nog in een white out terecht komen. Igor roept me vanop de top toe, wijzend naar de lodge van Khopra Danda, op 50 meter van ons. Ik ben opgelucht en pas dan merk ik de prachtige omgeving op. We zitten bovenop een hoogplateau. Dhaulagiri en Annapurna lijken wel erg dichtbij. Het wit van de dramatische wolken en sneeuwtoppen vloeit in elkaar over. Alles kleurt felroos. Wanneer de zon onder is schitteren de verlichte theehuisjes en lodges uit de valleien diep onder ons als felle sterren. Ik voel me vermoeid, hongerig en verward wanneer ik rond 17u30 uur de lodge binnen stap. Mentaal gezien was dit voor mij de zwaarste klim ooit, die me weliswaar ook naar de spectaculairste zonsondergang ooit bracht. Gemengde gevoelens. Binnen vraagt de lodge eigenaar hoe we hier geraakt zijn. We wijzen Narchyang, ons vertrekpunt van deze ochtend aan op de kaart.
“Dat pad wordt niet meer gebruikt,” zegt hij schuddend met zijn hoofd. “Niemand gaat zo nog. Het is zelfs gevaarlijk omdat er bomen gekapt worden. Jullie hebben geluk dat jullie hier geraakt zijn.”
“7 uur gestapt of zo?” Vraagt hij met een blik van medelijden.
“Nee, eerder 9 uur” antwoord ik een beetje geschrokken.
Terwijl Igor terug naar buiten is verdwenen om foto’s te nemen, installeer ik mij in onze slaapkamer. “Look,” zegt de huttenwacht fier terwijl hij naar het raam aan mijn slaapplek wijst, “surrounded by mountains, panoramic view from your bed.”
De hut blijkt op 3.660m hoogte te liggen, bijna 2.500m hoger van waar we deze ochtend vertrokken zijn.
Na het avondeten leggen we de rest van onze plannen uit.
“Vanaf Khopra Danda willen we naar het viewpoint Muldai stappen,” leg ik hem uit terwijl ik de blauw gemarkeerde route met mijn vinger aanduid op de kaart.
“Dit pad is weg, gone,” zegt hij, “een landslide heeft het verwoest. Je kan het niet meer gebruiken.” Hij stelt ons een alternatief voor. We moeten de helling een stukje in zuidelijke richting afdalen. Zo kunnen we lager, onder de landslide door terug op het originele pad geraken. Het vervelende is dat er geen echt pad loopt. Hij wijst naar slechts een hoogtelijn op de kaart.
‘s ochtends vertrekken we vroeg, wetende dat het niet eenvoudig zal zijn om de juiste route te vinden. We belanden toch op het verwoest pad. De blauwe markering is in grote drukletters overschreven met een duidelijke “NO”. We wandelen wat terug, dalen door struikjes over rotsen naar beneden in de hoop het spoor links tegen te komen dat de helling vlak oversteekt. Hebben we het gemist of zitten we misschien op de verkeerde graat? Alleszins we vinden het niet. We blijven zakken totdat we ‘s middags helemaal terug beneden zijn en op een modderig jeepspoor terechtkomen. We zullen de doorsteek dus alsnog via het te mijden drukke Ghorepani moeten doen. Jammer genoeg lopen hier geen wandelpaden meer en we komen zelfs in werkzaamheden terecht. Ik laat een chauffeur van een Tata-camion stoppen. Deze stoere maar kitscherige camions worden gebruikt voor transport in onherbergzame regio’s doorheen heel de Himalaya. Ze zijn oersterk en geraken traag maar zeker elke helling op en kunnen de slechtste zandwegen aan. De chauffeurs versieren ze met kleurrijke glinsterende vlaggen en linten. De belettering op de voorruiten zijn grappig maar ook heel erg waar. Je hebt de klassieker “Long live slow drive”, maar ook de sentimentele “No time for love” en kordate “Don’t touch me”. De chauffeur doet teken dat hij ons zal meenemen. We persen onszelf met onze grote zware rugzak op schoot in de cabine. Dan wordt de motor van het bergmonster gestart en begint na een helse wandeling een helse rit. Put na put word ik in de lucht gewipt en dreig ik tegen de versnellingspook terecht te komen. Ik klamp me met één hand vast aan Igor, die ervoor moet zorgen dat ik niet constant richting chauffeur stuiter. Ik ben gebutst maar content wanneer we op twee uur stappen van Ghorepani uit de Tata springen.

Sanctuary
Een beetje teleurgesteld dat onze doorsteek niet gelukt is, wandelen we dan maar via de populaire, maar bijzonder mooie panoramatrekking richting Sanctuary. De paden zijn leuk, autovrij en goed onderhouden. In Tadopani, van waar we het te volgen pad in de nauwe vallei zien verdwijnen, wordt het terug rustiger. We krijgen de eerste uitzichten op de onbeklimbare Macchupuchare te zien. Met zijn verticaal oprijzende wanden en twee spitse toppen is hij zonder twijfel de meest indrukwekkende berg van deze regio. In de schaduwrijke jungle zien we apen en passeren we fantastische watervallen. Ook hier komen we de Fransman tegen, die er moe en mager uitziet. Hij heeft ondertussen een baard gekregen. “Annapurna Basecamp was absoluut prachtig,” vertelt hij gedreven, “maar ik ga niet te veel verklappen. Je moet zelf maar gaan kijken! Probeer er de zonsopgang mee te maken, adembenemend!”
In Deurali, waar we de 2e dag in Sanctuary middagpauze nemen, wordt de vallei breder en stijgen we terug boven de boomgrens.
Rechts van ons stormt de rivier Modi woest naar beneden. We beslissen de nacht door te brengen in Macchupuchare basecamp. Heel de namiddag en avond genieten we van de stilte en uitzichten. We krijgen allebei 2 extra dekens om de ijskoude nacht wat comfortabeler te doorstaan. Het eten in de primitieve lodge is super lekker. Het enige dat ontbreekt is een verwarmende kachel in de eetzaal, waar het bijna ondraaglijk koud is. Ergens gaf het mij een goed gevoel lte weten dat er geen hout naar boven wordt gesleurd, puur uit comfort voor de toeristen. Enkel 2 Spanjaarden blijven hier ook slapen.
Het duurt erg lang vooraleer het zonlicht deze plek bereikt. De volgende dag nemen we dan ook onze tijd om rustig te ontbijten. Na 2 uur stevig bergopwaarts te wandelen, zien we de lodges van Annapurna Basecamp liggen. Rondom de eenvoudige hutten ligt een laag bevroren sneeuw. Het uitzicht vanaf sanctuary is fenomenaal. Ik ben omgeven door een groots amfitheater van sneeuw en ijs, omsloten door de toppen van Annapurna Zuid, I en III, die een aaneengesloten muur vormen. Onderaan de morene glinstert de gletsjer in de zon. Als je lang genoeg blijft zitten, merk je dat de bevroren rivier wel degelijk stroomt. Het onheilspellende geluid als ze kraakt, barst en scheurt draagt ver in de stilte. De hele namiddag en avond kuieren we rond op de morene, afwisselend kijkend naar de Annapurna’s voor ons, Macchupuchare achter ons. Al vroeg verdwijnt de zon achter de hoge toppen. Tijdens de zonsondergang is het genieten van het voortdurend veranderende licht tot enkel de hoogste top van Macchupuchare oranjerood vuur vat.
Uiteraard zetten we de wekker zodat we de zonsopgang zeker niet missen. Wanneer ik slaapmoe naar de witte wand toe stap, laat ik me graag terug overvallen door de grootsheid. Het licht is mooi, maar niet uitzonderlijk. Elke zonsopgang blijft magisch. Ons geld en tijd geraakt spijtig genoeg op. Diezelfde ochtend beginnen we nog aan de lange afdaling. ’s Avonds bereiken we boven onze verwachtingen Chomrung en zijn we blij terug de nauwe en koude vallei uit te zijn. We overnachten in lodge “Super view” en amuseren ons ‘s avonds met het staren naar Macchupuchare onder een met sterren gevulde hemel. Na nog 1 dag en ochtend knie verpletterend afdalen, bereiken we Damphus, waar we met wat lokale mensen een jeep delen die ons naar de stad Pokhara brengt. Zoals altijd sluit in mijn dagboek, en ook de trekking af met het noteren van onze bedenkingen. Volgende keer zouden we moeten overwegen om mee te nemen: fatsoenlijk kompas, hoogtemeter, comfortabele schoenen voor ‘s avonds en als klassieker op de lijst, thermos...

 

 

 

 

Fotoalbums van Nepal

Trekking rond de Annapurna’s (51)

20 December 2019 | Himalaya en verder | Nepal | Laatste Aanpassing 21 December 2019

  • Zonsondergang vanuit onze lodge in Shree Karka.  E
  • Onze laatste dag van de trekking overnachten we in
  • De volgende dag bereiken we terug de hoofdvallei v

Trekking Kanchenjunga (62)

03 Oktober 2019 | Himalaya en verder | Nepal | Laatste Aanpassing 14 November 2019

  • Oude brug om Ghunsa te bereiken.
  • Keuken van onze lodge in Ghunsa.
  • De terugrit naar Bhadrapur zal 2 dagen duren.

 

Plaats een Reactie

 

      
This site is only viewable in landscape mode !
Session Tracking