Reisverhaal «Japan»

Japan | Japan | 0 Reacties 31 Juli 2014 - Laatste Aanpassing 24 Februari 2015

Tokyo (8 - 12/07)

Dankzij taxi René, de NMBS en Lufthansa (Brussel – Frankfurt – Tokyo) landen we zoals voorzien rond de middag op Haneda Airport. Douaneformaliteiten en bagage ophalen zijn snel gepiept. Eerst onze JR-pass in orde brengen: drie weken lang kunnen we hiermee het uitgebreid spoorwegnetwerk gebruiken en zo op een snelle en comfortabele manier een flink stuk van Japan bereizen. Met de monorail naar station Hamamatsucho (25’), waar we overstappen op een trein naar Shinjuku (35’). Shinjuku is het drukste station ter wereld, per dag maken zo’n 3,5 miljoen mensen er gebruik van. Er zijn meer dan 60 uitgangen en als je ook de uitgangen via de aanpalende winkelcentra meetelt kom je boven de 200 uit. Wij wandelen richting (Verre) Oost(en)-uitgang en zien al snel een bordje “to Kabukicho”, de wijk waar ons hotel ligt. Deze wijk staat bekend als het entertainment district, in de breedste zin van het woord, en komt dan ook pas ’s avonds tot leven.Zo wordt ons hotel omringd door een aantal “Love-hotels”. Jonge koppels wonen vaak samen met hun (schoon)ouders in krappe appartementjes en hebben dus weinig privacy. Dit soort hotels biedt daar een oplossing voor: je kan er een kamer huren voor een paar uur (“to rest”) of voor een ganse nacht (“to sleep”). Onze kamer is compact (lees klein, wat typisch Japans is) maar Ilona heeft alleen oog voor de Smart(oi)let. Toiletten in Japan zijn vaak uitgerust met allerlei snufjes. Een samenvatting: verwarmde wc-bril, een bril die automatisch omhoog gaat (gelukkig niet als je er op zit), knopjes voor man en vrouw die zorgen voor gerichte waterstralen en waarmee je de kracht van de waterstraal en invalshoek kunt bijregelen, een knop die een doorspoelgeluid maakt maar niet spoelt, … We maken een eerste wandelingetje in de buurt en wat meteen opvalt is dat ondanks de enorme drukte het behoorlijk rustig is op straat. Auto’s maken minder lawaai (hybride?), toeteren gebeurt zeer zelden en chauffeurs kennen nog de betekenis van zebrapaden en verkeerslichten. Maar ook voetgangers blijven netjes wachten op groen licht en gebruiken alleen het zebrapad als oversteekplaats. Voetgangers die bovendien niet roken op straat en ook niet telefoneren! En proper! Nergens een papiertje op de grond, alhoewel er geen vuilnisbakken te zien zijn en er bij wijze van spreken op elke straathoek drankautomaten te vinden zijn. We belanden in de Food Hall van Isetan, een van de bekendste warenhuizen in Tokyo. Naast een enorme keuze aan bereide gerechten is er ook een immense groenten- en fruitafdeling: fruit wordt vooral geïmporteerd en is dan ook erg duur. Vandaar wellicht de vele individuele verpakkingen. Wanneer ik hiervan een foto wil maken spreekt een verkoopster met mondmasker me streng toe: “Meneer de toerist, no pictures want dat zorgt voor tere plekken in het fruit” (ttz. dat denk ik verstaan te hebben). Etenstijd! Vlakbij ons hotel ligt een wijkje dat Golden Gai (Ja, met i) heet: het bestaat uit een paar straatjes vol bars en enkele resto’s. Die bars zijn vaak erg klein en bestaan uit niet meer dan een toog met een paar krukken. Ze zijn niet erg toeristminded, want wij nemen dan immers de weinige plaatsen in die voorzien zijn voor de stamgasten. Maar wij willen dus eten: Resto Nagi –ook al piepklein, we tellen 8 stoelen aan de toog- staat bekend voor zijn noedels in een hete bouillon van niboshi (gedroogde sardines). Noedels die trouwens al slurpend moeten binnengespeeld te worden om een maximale mondsensatie te bekomen! Bestellen doe je via een machine: het nodige geld instoppen, de goede knop kiezen (de 3 beschikbare gerechten hebben gelukkig een prentjesknop en verder is enkel de beerknop (bier, hé) van belang), ticketje afgeven, eventjes wachten en slurp, slurp, slurp, …

Terwijl we berichten krijgen van het thuisfront dat er een tornado over Japan zou razen, gaan we met een lekker zonnetje op het bolletje de stad in voor een eerste grondige verkenning. We blijven nog even in onze Shinjuku wijk: onze eerste stop is het platform op verdieping 45 van de Tokyo Metropolitan Government Offices. Hier zit je zo’n 200 m hoog en heb je een aardig uitzicht over de stad. Vlakbij ligt de Cocoon Tower, het broertje van The Gherkin in Londen. Dan met de ondergrondse naar Harajuku. De metro zit stampvol, maar er kan er altijd nog wel eentje volgens een meneertje met kepie, effe duwen en ja hoor! Ook in de metrostellen zelf is het behoorlijk rustig aangezien ook hier niet gebeld wordt en gesprekken met zachte stem gevoerd worden. Het enige waar je als vrouw last van kan hebben zijn Schuurjappen, mannen die zich tegen je aanschurken. Westerse vrouwen zijn echter niet bijzonder gegeerd, te indrukwekkend voor die kleine ventjes wellicht. Daarom zijn er op piekuren wagons uitsluitend voor vrouwen, in het roze aangeduid natuurlijk. In deze buurt ligt Meji-jingu, Tokyo’s grootste Shinto schrijn. Deze wijk wordt ook wel de catwalk van Tokyo genoemd. Zo hebben in Omote-sando vele grote ontwerpers hun boetiek, vaak gehuisvest in opmerkelijke gebouwen. Takeshita-dori is dan weer de straat waar de jeugd gaat shoppen. De dag afsluiten doen we bij Tsunahachi, een restaurant dat al 90 jaar bestaat en gespecialiseerd is in tempura. Aan de toog zie je de chefs aan het werk: zo worden de levende garnalen uit een aquarium gevist en vakkundig de nek omgedraaid voor ze in een vederlicht beslagje verdwijnen.

Om 10 uur hebben we afgesproken met Masami. Zij is lid van Tokyo Free Guide, volgens de website “a purely volunteer group formed to encourage understanding of Japanese culture and people and to promote cross-cultural friendship”. Zij zal ons een dagje op sleeptouw nemen en wil ons laten kennismaken met de wijken Ueno en Asakusa. We starten in Senso-ji, de meest bezochte tempel van Tokyo. Via een straatje vol winkeltjes waar souvenirs en allerlei hapjes worden verkocht komen we aan de Thunder Gate. Voor de eigenlijke tempel staat een enorm wierookvat waarvan wordt gezegd dat de rook helpt tegen lichamelijke probleempjes. Ik zie Ilona de rook met heftige handgebaren naar haar pijnlijke heup brengen. In de tempel stop ik geld in een bakje voor een omikuji ((on)gelukspapiertje): eerst schudden met een houder waarin allemaal stokjes zitten met een nummer op. Dat nummer verwijst naar een lade waar je ”je (on)geluk” uithaalt. Ben je niet tevreden met wat er op het papiertje staat, dan kan je het vastmaken aan een soort rek en de goden opnieuw verzoeken. Ilona doet hier niet aan mee, ze gelooft niet in al die onzin, zegt ze al heupwiegend! Ondertussen bestoken we Masami met allerlei vragen om wat meer inzicht te krijgen in de Japanse samenleving: vele vragen worden beantwoord maar bepaalde onderwerpen, bv. over de werkdruk, zijn blijkbaar toch te gevoelig en worden omzeild. Haar Engelse woordenschat ligt ver boven het nationale Japanse gemiddelde maar om haar te begrijpen moeten we toch erg goed luisteren. Het onderscheid tussen haar l en r en tussen p en f was soms moeilijk te velstaan! In de metro op weg naar Ueno wisselen we kadootjes uit: zij heeft voor ons ninjastickers, een paddenstoel op zonne-energie met beweegbare hoed, een origamipakketje, … mee, allemaal gekocht in de 100 yen shop.Wij hebben voor haar typisch Belgisch snoepgoed meegebracht: babelutten, cuberdons en nougat. Nougat Belgisch? We stappen een pachinko hal binnen: lange rijen verticale flipperkasten, maar dan zonder flippers. De speler schiet een groot aantal metalen balletjes in het spel die in bepaalde plaatsen kunnen gevangen worden. De bedoeling is zoveel mogelijk balletjes te vangen, die dan kunnen geruild worden voor prijzen of geld, hoewel dat laatste officieel niet mag. Een spel dat een hels lawaai maakt en blijkbaar verslavend is, te zien aan de verdwaasde blik op het gezicht van het vooral oudere publiek. Via Ueno Park komen we in Kyu Iwasaki-teien terecht, het landgoed van de stichter van Mitsubishi, dat bestaat uit een huis in Westerse en eentje in Japanse stijl. Mja, maar geen must als je het ons vraagt. Na onze lunch in een typisch Japans eethuis, Masami leert ons o.a. hoe we een kraanvogel moeten vouwen, gaan we strollen in de Yanaka wijk waar je een veelvoud aan tempels, winkeltjes, … vindt. Gezellige boel!

’s Nachts begint de aarde te beven en ons hotel, we zitten op het tiende, lijkt wel op springveren te staan. We denken terug aan Masami, ze heeft ons immers verteld dat de techniek om flatgebouwen te bouwen die bestand zijn tegen aardbevingen gebaseerd is op de manier van bouwen bij de pagode van 5 verdiepingen in de Senso-ji tempel. Wanneer we de volgende morgen aan de balie vragen of we niet gedroomd hebben, ontstaat het volgende gesprek:
“Was there an earthquake last night?”
“Yes, yes, earthquake today!”
“Another one today?”
”Sorry, tomorrow!”
“Tomorrow?“
“Sorry, yesterday, but no problem, building earthquake proof.”
Op naar de wereldberoemde Tsukiji vismarkt, de grootste ter wereld waar meer dan 2000 ton vis per dag wordt verhandeld. De meeste vreemde vissoorten zie je hier maar de ster – zo lang het nog blijft duren - is natuurlijk de blauwvintonijn.Kijk daar, en daar, … Wel oppassen voor de vele karretjes en vorkliften, die geen rekening houden met “den toerist”, er moet immers gewerkt worden. Er zijn plannen om de vismarkt te verhuizen naar een nieuwe hall op een kunstmatig eiland in zee, maar dat stuit op het nodige verzet. De verhuizing zou ook deel uitmaken van de facelift voor de OS van 2020. Van ’s morgensvroeg staan er lange rijen voor de sushirestaurants die in de markt liggen. Wachttijden van meer dan een uur zijn heel normaal. Aan de rand van de markt ligt het minder drukke Sushi Maru. Achter een lange toog snijden de chefs de sushi met de precisie van een goede chirurg. Vooral de smaak van zee-egel is een specialleke. We ontvluchten de drukte van de markt door naar de nabijgelegen Hama-rikyu Onshi-teien te gaan. In deze erg mooie tuin, met op de achtergrond de imposante torens van de Shiodome wijk, is het aangenaam wandelen, al hebben we toch last van de grote hitte. We zien een koppel, dat uitgedost in traditionele kledij, het park heeft uitgekozen om trouwfoto’s te schieten. In het midden van het park, aan de rand van een vijver ligt een driehonderd jaar oud theehuis waar we verkoeling zoeken bij een kopje matcha (groene thee in poedervorm) met ijsblokjes en een zoetje. Bijna om de hoek ligt Ginza, het Japanse antwoord op de Oostendse Kapellestraat. Windowshopping en mensjes kijken (de Japanners zijn inderdaad meestal niet erg groot) moet je hier doen. Dat doen we, in afwachting van onze Kabuki voorstelling. We zijn er in geslaagd om tickets te kopen voor een single act (duur 45’), dat kan alleen op de dag zelf en het aantal plaatsen is beperkt. Een volledige voorstelling duurt immers meerdere uren. Kabuki is een traditionele Japanse vorm van theater die is ontstaan tijdens de Edoperiode (begin 17de – midden 19de eeuw), waarbij de acteurs, alleen mannen, spreken met een eerder monotone stem en worden begeleid door traditionele Japanse instrumenten. Makkelijk om in slaap te vallen dus, zoals mijn buurman bewijst, maar wij houden minstens het linkeroog de ganse voorstelling open. Het zijn verhaaltjes met een moraal, zo gaat ons stuk over een onverbeterlijke drinkebroer die uiteindelijk boeddhist wordt.

Hakone (13 - 14/07)

We maken voor de eerste keer gebruik van de Shinkansen, het netwerk van hogesnelheidstreinen in Japan, waarop de beroemde kogeltreinen rijden. De naam verwijst naar de kogelvormige neus van de eerste treinen van dit type. Supernette, comfortabele treinen die bekend staan voor hun stiptheid (de vertraging per jaar wordt gemeten in seconden), waar de conducteur bij het binnenkomen en het verlaten van de wagon telkens enkele woorden prevelt en het hoofd buigt. De meisjes van de catering, met een grote bloem in de hals, hopelijk een sjaal en geen bloemgezwel, zijn al even beleefd. De Kodama (= geest die leeft in de bomen), is de traagste van dit type treinen, maar dat geeft niet, want bij de eerste halte, Odawara, moeten we er al uit. Hier kopen we een tweedaagse Free pass (ja, klinkt tegenstrijdig), waarmee je in de regio kunt gebruik maken van de meeste transportmiddelen en nemen een lokale trein naar Hakone, één van de populairste daguitstappen voor de Tokyoërs. Zij komen hier vooral om in een mooi, bergachtig landschap een circuitje te maken met diverse norimono: bergtreintje, kabel- en gondellift, bootje en bus. Wij komen hier voor de onsen (baden met water uit geisers) en de interessante musea. Om geen tijd te verliezen willen we bij aankomst in het station onze rugzakken tijdelijk in een locker onderbrengen. Allemaal bezet! Dus kiezen we voor een duurdere optie: aangezien de hotels hier erg verspreid liggen en niet altijd makkelijk te bereiken zijn, kan je je valies naar het hotel laten brengen. De eerste middag bezoeken we het weinig bekende Lalique museum. De moeite! Na het avondeten trekken we onze yukata, een soort badjas, aan. Geen traditionele houten sandalen, wel plastieken badslippers. Op naar de onsen, die hier uit 5 rotenburo(openluchtbaden, waaronder bubbelbaden) en2 notenburo (binnenshuisbaden) bestaat. Er is ook een sauna. Gescheiden baden komen het meest voor, badpakken zijn niet toegestaan en voor je het water ingaat was je je eerst grondig. Dat doe je in een gemeenschappelijke ruimte voorzien van een aantal kranen met douchekop, gezeten op een krukje. Het enige wat je meebrengt is een kleine handdoek die je als washand kan gebruiken en die je bij verandering van bad toelaat om nonchalant je kroonjuwelen te bedekken. Het doekje mag je niet in het water dopen, maar leg je meestal opgevouwen op je hoofd. Een onsen is in het algemeen een plaats om je drukke leven even te ontvluchten en tot rust te komen en dat lukt wonderwel …. O ja, personen met tatoeages wordt heel vaak de toegang geweigerd, wegens de associatie met de yakuza (Japanse maffia) … en/of met profvoetballers.

’s Morgens krijgen we een eerste keer een traditioneel Japans ontbijt voorgeschoteld, denk hierbij aan gerookte vis, rijst, gepekelde groenten, misosoep, … door te spoelen met groene thee. We bezoeken het erg mooie Hakone openluchtmuseum waar het aangenaam wandelen is tussen de vele mooie (en minder mooie) kunstwerken. Ook de verschillende paviljoenen, waaronder eentje gewijd aan Picasso zijn de moeite waard. In het park nemen we ook een voetbadje in het water van een bron, 65 °C warm. Rond onze voeten drijven sinaasappelen en citroenen, … Na de middag willen we meedoen met de Japanners en het gekende toertje maken. Maar felle wind en hevige mist verbrodden alles, de boottocht, die blijkbaar met een soort piratenschip gebeurt, wordt zelfs afgelast. Dus krijgen we ook geen zicht op de Japanse berg der bergen, Mount Fuji . Dan doen we nog maar een museum: het POLA museum(de naam verwijst blijkbaar naar een cosmeticamerk) waar we een matige expo over Modigliani zien, maar wel mooi glaswerk uit de vaste collectie. En ’s avonds nog een keer uitgebreid in bad …

Nagoya
(15/07)

De Hikari (= licht) kogeltrein overbrugt de meer dan 200 km tussen Odawara en Nagoya in 70’. De enige reden waarom we hier halt houden is omdat er momenteel één van de zes jaarlijkse sumo‑kampioenschappen aan de gang is. Zo’n tornooi duurt 14 dagen en wordt ook op tv uitgezonden. Aan de ingang van het sportstadion is de rode loper uitgerold en worden de worstelaars als filmsterren onthaald, vooral de yokozuna (grote kampioenen) worden fel toegejuicht. Sumo vindt zijn oorsprong in het shintoïsme en dat zie je aan het platform dat zich onder een opgehangen dak bevindt dat lijkt op een shinto-heiligdom. Op dat platform ligt de gevechtsring in klei die met stro wordt gemarkeerd. Ondanks hun omvang – er zijn geen gewichtsklassen – zijn de worstelaars erg snel en behendigwaardoor de gevechten vaak niet langer dan 10 seconden duren. De worstelaar die uit de ring wordt geduwd of als eerste met een ander lichaamsdeel dan de voetzolen de grond raakt, verliest. Belanden ze beide op de grond dan beslist de scheidsrechter of wordt er overlegd met de toekijkende juryleden. Voor het echte gevecht vanuit hurkhouding start, wordt er door elke worstelaar, die een lendendoek draagt samen met een soort dunne riem met draden, telkens een ingewikkeld ritueel uitgevoerd waarbij met zout wordt gegooid om de ring te zuiveren, in de handen en op de billen wordt geklapt, armen en/of benen de lucht ingaan, … Na afloop tonen zowel winnaar als verliezer geen enkele emotie. De uren vliegen voorbij bij het zien van zoveel lillend vlees … ’s Avonds belanden we in een restaurant dat gespecialiseerd is in yakitori (spiesjes) van alle delen van de kip. Het menu zonder prentjes is Chinees – Japans dus - voor ons, maar naast ons zit een wat ouder koppel dat zijn hulp aanbiedt. Met behulp van gebarentaal en de paar woorden Engels die ze machtig zijn slagen we er toch in lekkers te bestellen en zelfs iets wat lijkt op een gesprek te voeren. Blijkt dat ze allebei een winkel uitbaten van meubelen in Vlaamse stijl! Na afloop staan ze erop om ons rond te leiden in hun shop. Rolluiken omhoog, alle lichten aan en we krijgen een geleide wandeling tussen de kloeke meubels terwijl meneer op een zelfgebouwd orgel speelt. Ondertussen is ook dochterlief opgetrommeld om die Vlaamse aliens te aanschouwen en krijgen we van mevrouw nog 2 mandarijntjes mee voor onderweg.

Kyoto – Nara (16 – 20/07)

Tegen de middag komen we aan in Kyoto (45’ treinen). Eerst maar eens inchecken bij Nine Hours, een capsulehotel. Hier slapen we in een soort cel van ongeveer 2 meter lang, bijna 1 meter breed en 1 meter hoog, die kan worden afgesloten door een soort gordijntje. De capsules zijn boven en naast elkaar geplaatst zodat je het patroon van een honingraat krijgt. Mannen en vrouwen slapen gescheiden, bagage kan je kwijt in een (erg kleine) locker op een andere verdieping, waar je ook kunt douchen. Deze hotels zijn eigenlijk bedoeld voor mannen die na een dag werken, te hard gefeest hebben of de laatste trein gemist hebben en niet veel geld willen uitgeven aan een overnachting. Nine Hours is daar een toeristvriendelijke versie van. We zijn op tijd voor Gion Matsuri, één van de bekendste Japanse festivals. Dit festival kent een van zijn hoogtepunten op 17 juli als een stoet van zo’n dertig prachtig versierde wagens door de stad trekt. Maar de avonden voor de stoet zijn minstens even leuk. Straten worden verkeersvrij gemaakt, overal verschijnen drank- en eetkraampjes, vele vrouwen dossen zich mooi uit door hun beste zomerkimono aan te trekken. Je kan van dichtbij een kijkje gaan nemen bij de praalwagens die deel van de optocht zullen uitmaken. Een keer het donker wordt zorgen talloze lampionnetjes voor sfeervol licht. Maar we zijn hier niet alleen … ’s Morgens zijn we vroeg op post om een goed plaatsje te bemachtigen voor de parade zelf. Ook dat gebeurt op een beschaafde manier, dus zonder het bij ons normale duw- en trekwerk. We verhuizen naar ryokan Izuyasu. Een ryokan is de Japanse (luxueuze) vorm van een familiehotel, dat vaak al generaties lang in handen is van dezelfde familie. Schoenen worden buiten het hotel uitgedaan en in speciale kastjes geplaatst. Er staan pantoffels klaar, de kamers hebben tatami-matten, een laag tafeltje met stoelen zonder poten en in een kast zitten dunne comfortabele matrassen - zogenaamde futon- om op te slapen. Terwijl we ’s avonds samen met twee Amerikanen genieten van ons diner –ja, genieten is het goede woord voor een superlekkere maaltijd bereid door een privé-kok –, wordt ons bedje gespreid.

De bus is hier de beste manier om je te verplaatsen. Het busplan toont een ingewikkeld kluwen van kleuren, maar valt uiteindelijk best mee om te gebruiken. Die bus kan je echt wel gebruiken, in Kyoto is er heel wat te zien, zo zijn er meer dan 1600 tempels, maar de afstanden tussen de verschillende bezienswaardigheden is vaak te groot voor de voetentram. Wat is ons bijgebleven? Vlakbij de ryokan ligt Higashi Hongan-ji, een enorme tempel en ook hetsupermoderne station is een bezoekje waard. Rondzwerven in Nishiki Market en proevertjes kopen aan enkele van de talloze kraampjes daar knapt een mens van op, wij dus ook. We volgen het pad der filosofen, slingerend langs een helder kanaaltje en komen tenslotte in de zilveren Ginkaku-ji tempel terecht. Ook de de gouden Kinkaku-ji verdient een bezoekje. Het bamboebos van Arashiyama zou iets magisch hebben moest je er alleen kunnen vertoeven, de nabijgelegen villa met tuinen van een Japans samoerai-acteur biedt die rust wel al is de toegangsprijs best hoog.

We zijn een beetje tempel-moe en treinen al in de loop van de ochtend (45’) naar Nara, symbool van rust, ooit hoofdstad van Japan gelegen langs de zijderoute en centrum van boeddhisme. Ons hotel grenst aan het station, geen gesleur met rugzakken dus maar wel een flinke wandeling tot aan Nara Park waar zo’n 1200 shika (tamme herten), die als boodschappers van de goden worden beschouwd, leven tussen de vele … tempels. De herten zijn dol op koekjes en het is grappig om te zien hoe de welopgevoede exemplaren na elk koekje dankjewel knikken terwijl de minder geduldige exemplaren je blijven achtervolgen tot je je voorraadje afstaat. Meer dan wat rondwandelen in het park doen we voorlopig niet en we trekken dan naar de oude Naramachi-wijk waar nog koopmanshuizen uit de 18-de en 19-de eeuw te vinden zijn. Ze zijn erg smal maar zeer diep, belastingen werden toen immers berekend aan de hand van de breedte van de gevel. Een stevige regenbui doet ons een traditioneel theehuisje binnenvluchten. Schoentjes uit, we vleien ons neer aan het lage tafeltje als jonge veertigers, een koffie met taart later trekken we als stramme tachtigers verder de wijk in. In de Japanse keuken is unagi (zoetwaterpaling) zeer populair in de zomermaanden. Japanse zomers zijn zeer heet en vochtig – klopt! - en om de zomermoeheid tegen te gaan is het de gewoonte om in juli deze vitaminerijke vis te eten die je extra weerstand geeft en je wapent tegen de hitte. We gaan voor de unadon-versie: filets die bestreken zijn met een marinade op basis van sojasaus, vervolgens gekarameliseerd worden en gegrild, en geserveerd op stomende witte rijst. Die paling helpt ook tegen tempelmoeheid want de tweede dag doen we dan toch een rondje langs de belangrijkste bezienswaardigheden: de Kofuku-ji tempel, waar vooral de National Treasure Hall, die prachtige beelden en kunstobjecten bevat, zeer de moeite waard is; Isui-en en Yoshiki-en zijn prachtige tuinen; Todai-ji tempel, waar het grootste houten gebouw ter wereld te vinden is met binnenin een Boeddha van meer dan 15 m hoog die uit meer dan 400 ton brons en 100 kg goud bestaat en de Kasuga Taisha, waar het aantal lantaarns niet te tellen is; … Toch blij met het gemaakte rondje! Bij het binnengaan van het restaurant van onze keuze komt één van de obers ons tegemoet terwijl hij met zijn twee wijsvingers een kruis vormt. Ofwel denkt hij dat we gezanten zijn van Satan ofwel wil hij ons duidelijk maken dat er geen plaats is. We stappen dan maar een vlakbij gelegen izakaya (soort pub gespecialiseerd in sake maar waar je ook kunt eten, vaak staat er ook een sake-vat aan de ingang) binnen waar we, ondanks de taalbarrière, een lekker bento-menu krijgen voorgeschoteld en de beste sake van de ganse reis drinken.

Hiroshima (21 – 22/07)

2 treinen, waaronder de Sakura (= kersenbloesem, symbool van het leven) kogeltrein en 3 uur later komen we tegen de middag aan in Hiroshima. Op een pleintje vlakbij ons hotel staat een podium waar de plaatselijke Sandra Kim, verkleed als wit konijn, van jetje geeft. Ambiance! Aan dit plein ligt ook een gebouw van 3 verdiepingen vol met kleine restaurants die allemaal dezelfde specialiteit hebben: okonomiyake (een soort hartige pannekoek). Gezeten aan een metalen toog die ook als kookplaat wordt gebruikt, zien we hoe de kokkin van dienst goochelt met een soort paletmes en zo in verschillende laagjes - beslag, kool, ei, groenten en stukjes vlees - onze pannenkoek opbouwt, daar bovenop nog een lading noedels en sojasaus dropt en die dan voor onze neus schuift. Minder goed verteerbaar is een bezoek aan het Peace Memorial Park en het bijhorende museum die beide symbool staan voor het triestige verleden van deze stad. Het museum verzamelt en toont persoonlijke bezittingen van slachtoffers. Vooral foto’s maar ook ander materiaal dat de verschrikking van de atoombom aangeeft, aangevuld met tentoonstellingen over het leven voor en na de explosie maar ook over het huidige kernenergietijdperk. Aangrijpend. Het Atomic Bomb Dome is één van de weinige gebouwen die overeind bleven op 6 augustus 1945 hoewel Little Boy vlakbij ontplofte. De ruïnes zijn nu Unesco Werelderfgoed.
Op die lijst staat ook het kleine eiland Miyajima, een korte trein- en ferrytrip verwijderd van Hiroshima en één van Japans meest bezochte en gefotografeerde plekken.De sterattractie hier is de Itsukushime-jinja schrijn en in het bijzonder de oranje torii (tempelpoort) die bij hoog tij lijkt te drijven op het water. Bij laag tij kan je er te voet naar toe. Inderdaad, zeer fotogeniek poortje. Je kan er ook fijn wandelen: een stevige wandeling (trappen!) tussen het groen brengt ons in een kleine twee uur naar de top van Mount Misen, een inspirerende plek voor meditatie maar blijkbaar ook voor dichters die de indrukwekkende uitzichten beschreven hebben in haiku-verzen. Gedichten komen er bij ons niet spontaan opwellen, wellicht omdat het heiig weer is. Voor de reizigers-luieriken onder ons: er is ook een kabelliftje. Via een ander pad staan we een uurtje later weer beneden, tijd om de lokale oesters te proberen: yummie!

Takayama (23 – 24/07)

De "Japanse Alpen" danken hun naam aan een Britse dominee die in een gids over Japan (einde 19e eeuw) vermeldde dat deze bergketen qua schoonheid de vergelijking met de Franse versie best kon doorstaan. Eerste halte in deze regio is Takayama. Vanuit Hiroshima (via Shin-Kobe en Nagoya) komen we daar in vier uur. Het kleine, oude centrum heeft nog een aantal goed bewaard gebleven huizen uit de Edo-periode. Deze streek is ook gekend voor zijn sake wegens de goede kwaliteit van het water.
Onze morgenplanning voorziet een bezoekje aan de twee ochtendmarkten die het stadje rijk is. Vanaf welk aantal, vormt een verzameling kraampjes een echte markt? Zelfs al volgen we het ritme van de Processie van Echternach (drie stappen naar voor en twee terug), zelfs dan zijn we na een kwartier rond (verplaatsing tussen de twee markten inbegrepen). De rest van de morgen gaat op aan een lange koffiepauze en een bezoek aan twee van die typische huizen, maar ook die bezoekjes geven ons geen wow-gevoel. ’s Middags doen we ons dan maar te goed aan een flinke portie Hida-gyu. Rundvlees van een speciaal lokaal ras, dat “gemarmerd” is, m.a.w. doorregen met fijne vetadertjes. De beesten zouden een dieet krijgen van granen en bier en met de hand gemasseerd worden, maar we konden geen dieren vinden die deze feiten konden bevestigen. Vlees even grillen, een smaakbommetje, smelt als boter in de mond … Leuk is dan weer wel Showa-kan: een bezoek aan dit privé-museum brengt je terug het naar het leven in Japan gedurende de periode 1926-1989. Je lijkt te wandelen in een straatje uit die tijd met o.a. een kapperszaak, bar, … . Verder etalages vol met vintage spullen gerangschikt volgens thema. Nostalgie troef.
We besluiten om met de veel te kleine hotelfietsen naar het Hida Folk Village te rijden, dat een paar kilometer buiten de stad ligt. Bij ons niet toegestaan, maar hier rijden fietsers waar mogelijk op het voetpad. Eerst zigzaggen tussen de voetgangers dus om dan eenmaal buiten het centrum een drukke weg te volgen. De route eindigt met een behoorlijk steile klim naar het plaatselijke Bokrijk. In dit openluchtmuseum staan zo’n dertig traditionele huizen en gebouwen uit de regio die een goed indruk geven van het plattelandsleven in vorige eeuwen. Een paar uurtjes kan je hier wel doorbrengen.


Kanazawa (25 – 26/07)

Kanazawa is een leuk stadje aan de Japanse zee dat ten noorden van Nagoya ligt. De beste manier om je hier te verplaatsen is de Kanazawa Loop Bus die een rondje maakt langs en stopt bij de belangrijkste bezienswaardigheden. Zo vind je er nog een geisha en samoerai wijk. Het plaatsje is echter vooral beroemd om de schitterende kasteeltuin, de Kenroku-en, die tot de top 3 van Japan behoort. Inderdaad, deze tuin heeft vele waterpartijen en combineert weidse uitzichten met intieme hoekjes. Hier zien we tuinmannen in de weer met een veegborstel … om de bodem van een van de vele riviertjes schoon te vegen! Vlakbij de tuin ligt het lage, cirkelvormige Museum of Contemporary Art. Meestal tijdelijke tentoonstellingen, maar het gebouw op zich is ook best interessant. Let ook op het dak, waar een werk van Jan Fabre staat: “De man die de wolken meet”. Minder bekend, maar zeker interessant is het kleine Yasue Gold Leaf Museum dat nu gehuisvest is in een nieuw gebouw in de Geishawijk. Het hoe en waarom van bladgoud wordt hier getoond. Wie graag een keer op een met bladgoud bedekt toilet wil zitten – Ilona bijvoorbeeld – moet om de hoek naar de Sakuda Gold Leaf Company. We zijn vlakbij het station gelogeerd, daar vinden we niet alleen een German Bakery –koffiekoeken! – maar ook de Forus Department Store waar we kaiten sushi (sushi op een lopende band) proberen. Gezeten aan een lange toog zien we allerhande sushi passeren. Aan de hand van de kleur en vorm van de bordjes kan je de prijs bepalen. Je neemt wat er lekker uitziet, maar (elektronisch) bestellen kan ook. Populaire spot, goede kwaliteit en de prijs valt best mee.

Matsumoto (27 – 28/07)

Vanuit Kanazawa raken we via Naoetsu en Nagano pas na vijf uur treinen in Matsumoto. Het laatste stuk moeten we immers met een langzaam, lokaal treintje doen, want een stuk van JR-lijn is blijkbaar weggespoeld. Matsumoto is een oud plaatsje in de Japanse Alpen met nog een oude burcht die dateert uit 1504 en een goede uitvalsbasis om de Japanse Alpen te verkennen. Ilona wil nu echt wel de Alpen in en we maken een daguitstap naar Kamikôchi, een bekende plaats om te wandelen of te trekken. Dat bergsporten op de Japanners een grote aantrekkingskracht uitoefenen is een understatement om de hordes locals te beschrijven die uitgedost als echte alpinisten langs de verschillende wandelpaden rondstruinen. In korte broek en t-shirt, gecombineerd met een lange loopbroek en handschoenen, blijven ze een grappig zicht. Een keer we van de platgetreden paden afwijken wordt het zelfs rustig, we zien er aapjes, een paar dagen eerder is zelfs een beer waargenomen. Een dag eerder kwamen in het station aan onder luid tromgeroffel. Nee, geen welkomstcomité, de band maakt deel uit van het Taiko (=drum) Matsuri festival dat elk jaar het laatste weekend van juli plaatsheeft. Op het plein vlak voor het station geven diverse groepen onder de blakende zon van jetje. Bij valavond treden de meer bekende groepen op in het parkje vlak voor het kasteel. Met een biertje toekijken, de energie en kracht voelen van de taiko drums met op de achtergrond het silhouet van de burcht, we kunnen het iedereen aanbevelen. Eerder in de middag hebben we het kasteel zelf bezocht, het oudste houten kasteel van Japan, dat omringd is door een brede gracht. Een vaste route brengt je in het zog van vele toeristen via steile trappen zes verdiepingen hoog.

Tokyo (29 - 31/07)

Laatste dag van ons treinpas. Met de LEX Azusa – Azusa is de naam van een rivier in Matsumoto –staan we in 3 uurtjes terug in Tokyo. Dit keer logeren we in de buurt van station Hamamatsucho, centraal gelegen, ook om de luchthaven van Haneda te bereiken.Er rest ons nog anderhalve dag om ons beeld van Tokyo te vervolledigen en/of bij te stellen. Via Ameya-yokocho shopping street, waar we in een straattentje meesmullen met de locals, komen we terug in Ueno park. Hier ligt het National Museum dat de grootste collectie Japanse kunst ter wereldbezit: (religieuze) beelden, schilderijen, kalligrafie, kimono’s, samoerai zwaarden, … Er zijn verschillende gebouwen en alles zien op één middag is onmogelijk, we beperken ons tot de Honkan, het belangrijkste gebouw. Meer dan de moeite waard! We eindigen de dag in Ebisu, een chique wijk met de betere resto’s, bars en winkels. Dat zie je aan de namen, vele dragen een Franse naam, c’est chic, quoi? De nodige spellingsfouten nemen we er maar bij: Resto Laissé Passé? We verdwalen en spreken een jong koppel aan waarvan we vermoeden dat ze toch wel een paar woorden Engels zullen spreken. No, no, no. Maar wel super behulpzaam: wanneer we de transcriptie tonen van onze bestemming, worden onmiddellijk de nodige telefoontjes gepleegd. Vervolgens neemt het koppeltje ons op sleeptouw en 10’ later zijn we op de plaats van bestemming. Mega-arigato! Het is ook zoeken naar resto Ippo, waar we gezeten aan de toog de lekkere vis doorspoelen met glaasjes sake. Laatste dag, tijd om aan souvenirs te gaan denken. De wijk Roppongi lijkt ons daar wel geschikt voor: Roppongi Hills en Tokyo Midtown zijn enorme torencomplexen met shops, kantoren en musea. We moeten onze planning echter bijsturen: in laatstgenoemde kunnen we door problemen met de elektrische rolluiken niet binnen in het Suntory Museum of Art en blijven vele winkels (voorlopig) dicht. Dan maar naar het National Art Center datalleen al voor het gebouw de moeite waard is. Veel Japans volk daar voor een tentoonstelling over Impressionisme. Nee, doen we niet, kennen we al. Het andere shoppingcomplex, met een spin van Louise Bourgeois aan de ingang, kan ons niet lang boeien. Na wat fastfood time bij Mos Burger, de Japanse tegenhanger van MacDo, naar Ginza, dat andere shopping Walhalla, waar we ook nog de vlakbijgelegen Imperial East Gardens bezoeken. Maar ook hier doen we geen grote aankopen: een kookboek, de Japanse versie van Ons Kookboek, is de magere buit. 

We keren tevreden terug naar ons Belgenlandje en wanneer we met een uurtje vertraging via Munchen in Brussel landen moeten we nog naar ‘t zeetje treinen. In Brussel-Noord ligt het perron vol met lege blikjes en flesjes en ook in de trein zelf is het een vuile boel. Welkom thuis …


 

 

 

 

Fotoalbums van Japan

Japanse Alpen (57)

12 Augustus 2014 | Japan | Japan | Laatste Aanpassing 12 Augustus 2014

  • XM6
  • TK4
  • XM21
  • TK16

Hiroshima - Miyajima (21)

12 Augustus 2014 | Japan | Japan | Laatste Aanpassing 12 Augustus 2014

  • H1
  • H17
  • H19
  • H2

Kyoto - Nara (107)

12 Augustus 2014 | Japan | Japan | Laatste Aanpassing 12 Augustus 2014

  • N24
  • K15b
  • K7
  • K2

Nagoya (38)

12 Augustus 2014 | Japan | Japan | Laatste Aanpassing 12 Augustus 2014

  • N15
  • N44
  • N11
  • N12

Tokyo - Hakone (100)

12 Augustus 2014 | Japan | Japan | Laatste Aanpassing 12 Augustus 2014

  • T31
  • T28
  • T4
  • T37

 

Plaats een Reactie

 

      
This site is only viewable in landscape mode !
Session Tracking