Reisverhaal «Jodhpur»
De wereldreis
|
Indië
|
0 Reacties
05 Juni 2017
-
Laatste Aanpassing 09 Juni 2017
Volgende stop: Jodhpur. Net als Jaipur was het een van de vele koninkrijken in India en een vazalstaat van het machtige islamitische Mogolrijk. Althans tot de Maratha's, een hindoeïstische krijgerskaste, rond 1700 n.Chr. geleidelijk aan de macht van de Mogols begonnen over te nemen in het land. De Britse kolonisatie volgde in 1800, opdat uiteindelijk rond 1947 India onafhankelijk werd.
Jodhpur krijgt als bijnaam 'de blauwe stad'. Oorspronkelijk mochten alleen hogepriesters hun huizen in het indigo verven, om hun aparte status kenbaar te maken. In meer recente jaren verloor dit gebruik zijn betekenis en verfden steeds meer inwoners van de stad hun huizen in dezelfde kleur. Blauw zou namelijk een goed koelend effect hebben op de huizen in dit woestijngebied en het zou de insecten weren. Ongeacht de reden heeft het een mooi effect op het straatbeeld. Wij sliepen voor 4 nachten trouwens in een oude priesterwoning, mooi versierd met gekleurde glasramen en beitelwerk. Het was voor ons de ideale uitvalsbasis om de stad te verkennen en vanop het dakterras hadden we een prachtig uitzicht op het nooit veroverde Mehrangarh fort.
Onze eerste dag brachten we een bezoek aan de kloktoren en de omliggende bazaar. Het was tof om onderweg er naar toe willekeurige straatjes in te slaan. Sommige nog kleiner, blauwer en middeleeuwser dan de andere. In de buurt van de klokkentoren is er een bekende 'eiwinkel'. Voor nog geen euro verkoopt een man er diverse soorten omeletten op een broodje, niet vies om een goede hoeveelheid kazen en kruiden te gebruiken. Zo lekker dat we besloten om enkele dagen later terug te komen. Daarnaast wordt er in een zaakje onder een poort in de buurt van de klokkentoren goede lassi verkocht. Deze Makhaniya lassi wordt bereid met kardemon, een aanrader. Blijkbaar vond er die dag ook een hindoeïstisch festival plaats. Mensen omgetoverd tot goden werden in zilveren koetsen voortgetrokken. Her en der kregen we drinken, koekjes en snoep aangeboden of werden we enthousiast een dansende massa getrokken. Nog een stoffen- en een kruidenwinkel later waren we uitgeteld terug op onze hotelkamer.
Op de tweede dag begonnen we aan het echte werk. Mehrangarh fort, gebouwd in 1460 n.Chr., is één van de grootste forten van India en bevindt zich op een heuvel 125 meter boven de stad. Nooit werd het ingenomen, maar er zijn wel nog inslagen van kanonskogels aangebracht door een leger van Jaipur te zien rond één van de vele toegangspoorten. Het fort bevat weer de typische structuur die we tegenkwamen in zowat alle forten van India. Toch onderscheidde dit fort zich door het indrukwekkend systeem aan verdedigingsmuren en het mooie steenwerk van het koninklijk paleis. Na 2,5 uur waren we rond.
Na de onafhankelijkheid van India mochten de koningen van Rajastan hun titel houden. De voorlaatste koning van Jodhpur begon in de jaren 1940 met de bouw van het Umaid Bawan paleis. Het was in feite een sociaal project in tijden van een enorme hongersnood dat het gebied trof. Mensen die aan de bouw van het paleis meewerkten kregen eten en loon in ruil. Het zou uiteindelijk uitmonden in de realisatie van één van de grootste paleizen ter wereld. Hoewel de koning en zijn familie er nog steeds wonen, worden de 347 kamers van het paleis vooral gebruikt als hotel en museum. Het hotel en het paleis mochten we niet in (te kleine bankrekening), maar het museum van dit zandstenen paleis brachten we een bezoek.
Fotoalbums van locatie «Jodhpur»