Reisverhaal «Trip 2010 - deel 1 - SELAM FARANJI»
ETHIOPË 2010
|
Ethiopië
|
2 Reacties
13 Januari 2010
-
Laatste Aanpassing 27 Januari 2010
Eindelijk een eerste berichtje vanuit de hoorn van Afrika.
Na de drukte van de eindejaarsfeesten en eerste soldendagen (lees: superdrukke werkdagen voor Fanny) ruilen we het koude Belgie in voor het warme en relaxte ETHIOPIA.
Iedereeen weet dat het begrip “tijd” in Afrika een relatief begrip is; de Ethiopiers maken er echter wel een heel relatief begrip van: we zijn hier geland op 05 januari om 2300 Hr Belghische tijd en aangezien men hier 2 uurzones verder is, is het eigenlijk 06 januari 0100 Hr . . . ware het niet dat de Ethiopische dag begint om 0000Hr als het eigenlijk 0600 Hr is (onze middag is hier dus 0600 Hr) . . . dus landen we hier eigenlijk op 06 januari om 1900 Hr Eth tijd MAAR men telt hier de dagen volgens de Gregoriaanse kalender en het is nu het jaar 2002 en de dag na onze aankomst vierde men hier Kerstnacht ?!?!
Ondanks deze verwarring komt onze chauffeur/gids ons op de afgesproken tijd en plaats ophalen voor deel 1 van onze: op zoek naar de stammen in de zuidwestelijke OMO-vallei.
Onze jeeptocht voert ons van ADDIS ABEBA via JIMMA (en de GURAGE-bevolking) en MIZAN TEFERI (waar de BENCH leven, herkenbaar aan hun aangezichtstattoo's) naar TUM (nabij het leefgebied van de SURMA).
Op dag 4 breken we de tent op en vervolgen onze jeeptocht (inderdaad JEEP met 4X4 want na dag 1 (na JIMMA dus) ontbreekt elk spoor van asphalt of duurzaam verharde weg) naar de markten van MAJI en TUM en ongelooflijk wat we hier weer zien . . .
Er zijn vooral veel DIZI (voor ons niet te onderscheiden van de “gewone” Ethiopiers)en enkele mensen van de MENIT-minderheid (waarvan de vrouwen herkenbaar zijn aan de littekens op hun voorhoofd) en bovenal herkenbaar zijn er de SURMA.
Deze bevolkingsgroep is echt wel spectaculair en zowl mannen als vrouwen sloven zich uit om als individu op te vallen met hun bijzondere uitdossingen:
-de mannen *lopen gekleed in een ruime omslagdoek (type tafellaken) die blijkbaar zo wordt gedrappeerd dat weinig bedekt blijft;
-hun kapsels zijn echte kunstwerkjes van zeer korte krulletjes en kaalgeschoren plekken die motieven vormen;
-in hun oren dragen ze vaak uit klei gebakken schijfjes van zo’n 5 cm doorsnede;
-en als toemaatje durven ze voor feestjes of plechtigheden wel hun hele lichaa; beschilderen met allerlei kleuren en motieven.
Gewoontegetrouw zijn het echter de vrouwen die zichzelf “optutten” en deze SURMA-vrouwen gaan echt wel heel ver . . .
-ze gebruiken ook alle voornoe;de trukjes zoals de mannen en
-bijkomend maken ze met doornen vele kleine littekens op schouders, buik en borsten en
-daarenboven zijn ze vooral gekend vanwege de “lipschotels”; evenals bij de MURSI-vrouwen (die leven aan de andere zijde van de OMO-rivier; zie story 2003) wordt hun onderlip deels losgesneden en uitgerokken zodat ere en (meestal) ronde plaat in past met soms wel een diameter van 20 cm . . . SPECTACULAIR.
Na de markten trekken we ons terug op de campsite van KIBISH en hier vallen we pas echt om van verbazing . . . dit is het centrum van het leefgebied van de SURMA; we zien nauwelijks “gewone” mensen.
Na een verfrissend bad in de rivier, kuieren we de ganse dag door de velden en bossen, van hutje naar hutje; soms zien we de gekste taferelen (hier komen weleens toeristen en diegene met de gekste kuren of kledij krijgt steeds de meeste aandacht he) en soms durft er wel eens iemand iets te vrijpostig zijn (vooral in de namiddag als het te warm is om te werken en de dorst wordt gelest met een lokaal mais-biertje), daarom organiseert de 20-koppige politiemacht dagelijks rond 1600 Hr een razzia door de stad om de dronkaards naar hun hutten te drijven.
En alsof ons geluk niet opkan . . . zien we ook nog enkele vrouwen van de BUMI-minderheid (ook wel NYAUNGETON genoemd) herkenbaar aan de honderden kraaltjeshalssnoeren, die vooral in het meer zuidelijk gelegen KANGATE wonen (wat we helaas niet kunne bzoeken vanwege het gebrek aan een tweede voertuig als backup, nodig in deze afgelegen regio).
We zijn reeds een week onderweg en het wordt tijd om van broek te wisselen (deze staat recht van het stof en vuil) en de terugweg naar ADDIS aan te vatten . . . opweg naar de volgeden etappe van onze trip: het oostelijke HARAR.