Reisverhaal «Stammen (be)zoeken - deel 3»
ETHIOPË 2010
|
Indonesië
|
0 Reacties
10 Juli 2005
-
Laatste Aanpassing 02 December 2006
Stammen zoeken – deel 3
Uitgerust en vol goede moed proberen we een derde trekking te organiseren, nl naar YALI-gebied.
Onze gids heeft er echter geen zin meer in (blijkt uit zijn belachelijk hoge prijsofferte die niet vatbaar is voor onderhandeling) en een andere gids is onvindbaar (zie: “de gidsenmaffia” hiervoor), bovendien vernemen we van AMA dat hun vliegtuigje (het enige in Wamena) minstens één week uit omloop is vanwege de nodige onderhoudswerken (in Sentani).
De organisatorische problemen zullen ons niet verslagen ! ! !
We boeken een vlucht naar SENTANI en zullen van daaruit iets regelen;
we hebben het punt bereikt dat we, indien we geen gids vinden, een vlucht zullen boeken naar onze nieuwe bestemming en ter plaatse wel enkele dragers zullen ronselen om onze voorraden te dragen en de weg te wijzen.
Bij aankomst op de luchthaven van Sentani botsen we op “onze vriend” de politieman; ondanks zijn gebrekkige kennis van de Engelse taal begrijpt hij onze noden en introduceert ons aan zijn vriend, die toevallig een betrouwbare gids is.
Na wat puzzelen aan de route en enkele strikte afspraken over de financiën is onze derde trekking een feit: we gaan 5 dagen door YALI-gebied trekken.
Het transport regelen we zelf;we worden maandag door AMA gedropt in ANGGURUK en vrijdag terug opgehaald vanuit WALMA.
Daar het bij de DANI-trek de heuvels, bij de KOROWAI/KOMBAI de dichte bebossing en regen en bij de ASMAT de hitte, het moeras en de vele insecten waren die het ons moeilijk maakten, hebben we bij deze trekking af te rekenen met een combinatie van bijna alle voornoemde factoren.
Tijdens de moeilijke momenten slibberen we, in de regen, de steile modderige berghellingen af, dan weer is het pad weggespoeld zodat we tegen de rotsen moeten opklauteren of brandt de zon ongenadig door de lage begroeiing.
Desalniettemin was het weer een prachtige ervaring met mooie vergezichten, vriendelijke, gastvrije “locals” en authentieke dorpen. Deze mannen gaan getooid met lange peniskokers en rotan hoepels en de vrouwen in minuscule grasrokjes (blijkbaar voorziet elke stam zijn vrouwen een ander soort rokje) en de onafscheidelijke “noken” (geknoopte draagzak) op het hoofd.
Onze zoektocht naar de LANI (= westelijke DANI-stam, maar met een ander soort peniskoker) in KIMBIM, PYRAMID en verder tot KARUBAGA bleef vruchteloos.