Reisverhaal «Chili: van Paso San Francisco naar San Pedro de At»
Rond de wereld in 10 maanden: Toernee general
|
Chili
|
1 Reacties
18 Maart 2017
-
Laatste Aanpassing 18 Maart 2017
Van Paso San Francisco tot San Pedro de Atacama
11 maart. hoogtestage met aspergesoep
Eenmaal Paso San francisco gepasseerd eindigt de mooie asfaltweg en huppelen we verder naar NP Neva de tres Cruces. We hebben geen drie kruisen gezien maar zijn wel in de hoogste Altiplano van Chili terechtgekomen. We rijden constant tussen de 4000 en 4500 m hoogte. Nauwelijks begroeiing en aan de einder van de altiplano de steeds aanwezige vulkanen. We rijden ook langs Salars, dat zijn deels uitgedroogde zoute meren. Boven het witte zout trilt de lucht door de droogte en het felle zonlicht. Aan de douane moeten we opnieuw onze nootjes en met kaas en salami belegde broodjes afgeven of opeten. We hebben de laatste dagen al flink gegeten bij controleposten en douanes. We horen ook dat de Dakar Rally hier al vaak gepasseerd is en gelijkaardige trajecten als die van ons aflegt.
Even voorbij de douane, die opnieuw meer dan 100 km van de grens gelegen is, slaan we af richting Diego de Almagro. Op de weliswaar onverharde, maar nagenoeg effen weg kunnen we tegen 80 - 90 km/u rijden. We komen geen enkele auto tegen en vinden een heel rustig plaatsje waar de ezels toekijken op ons doen en laten: We zitten op 3800 m hoogte.
Aangezien we geen enkel dorp tegengekomen zijn en we al ons vers vlees, groenten en fruit aan de grens, of ervoor, genuttigd hebben, wordt het improviseren voor een avondmaal.
aperitief: rode wijn
hoofdschotel: Asperge soep met nog een blik asperges en wat quinoa toegevoegd.
Nagerecht: fruit uit blik.
Zijn wij niet gezond bezig op de hoogtestage?
12 maart Duik van 3800 m
We hadden ons voorbereid op een frisse nacht met dekens tegen de binnenwanden van Wica , de nodige kledij , slaapzak en nog dekens erop maar het heeft niet mogen baten. 2 maal de auto gestart om bij te warmen. De nacht was niet comfortabel maar wel memorabel. Na een karig ontbijt ( het meeste moesten we gisteren opeten aan de douane ) maken we met onze auto gedurende de eerste 20 km al een duik van 1500 m en zo komen we in een vallei terecht waardoorheen een oud vervallen spoorlijntje slingert. Getuige van een mijnverleden. In deze omgeving wordt er nog steeds aan mijnbouw gedaan en het was hier dat in 2010 een dertigtal mijnwerkers 69 dagen onder de grond vastzaten alvorens ze gered konden worden.
Op de wegen zien we echter veel tankwagens. Ze vervoeren allemaal drinkwater over lange afstanden en hoge bergen. In Diego de Almagro, een slaperig stadje, kunnen we na 500 km tanken en wat inkopen doen. Wat verder naar het westen bereiken we de Stille Oceaan in Chanaral en zo eindigt onze afdaling van 3800 m aan het strand in het PN Pan De Azucar. Zelfs hier, zo ver naar het noorden is de oceaan nog steeds erg fris ( zeker geen 20°C) maar ik trotseer toch de golven.
Het belooft ook een warmere nacht te worden dan de vorige.
13 maart Landing op Mars
Als ik ontwaak meen ik het geraas van vrachtwagens te horen, tot ik besef dat we op het strand staan en het geluid afkomstig is van de Pacifische golven.
Net aan de kust is het zoals gisteren bewolkt maar eenmaal we enkele km het droge binnenland inrijden straalt het zonnetje weer in alle glorie. Een mooie effen zoutweg brengt ons naar de Ruta 5, beter gekend als de Pan Americana.
Het lijkt wel een lang gerekt kerkhof: om de 5 km of zo staat er een kapelletje, vaak met de Chileense vlag en een foto van de persoon die er verongelukt is. Vreemd want de weg is meestal kaarsrecht, maar gewoon 1 rijstrook in elke richting. Het landschap is eentonig, geen begroeiing, heuvels.... vermoedelijk zijn veel van de slachtoffers in slaap gevallen.
Zo komen we in het oase stadje Taltal, terug aan de kust, terecht. De gebouwen hebben leuke pastel kleurtjes en het centrale plein, dat je trouwens in de meeste stadjes terugvindt, is hier heerlijk groen, fris en er speelt muziek.
Een dorade gaat er vlot in in een van de visrestaurantjes en vervolgens springen we binnen in het politiekantoor om de staat van enkele wegen die we willen doen, te checken. We worden vriendelijk geholpen.
We blijven de rotskust, die steeds meer in de nevelen gehuld wordt, volgen tot in het armtierige Paposo ( waar vroeger de grens met Bolivië lag). We doen er enkele inkopen aangezien de gelegenheden hier in de woestijn dun gezaaid zijn. We zien er in de buurt ook pelikanen, gieren en uiteraard veel zeevogels.
Dan stappen we in onze capsule om binnen het uur terug op meer dan 2000 m hoogte te zitten. We zien de wolken boven de kust nu van de bovenkant. Eerst landen we bij het ESO ( European Southern Observatory) op bijna 2400 m hoogte. Er staan meerdere grote sterrenwachten en er heerst activiteit, maar toegang enkel op zaterdag. Ondertussen is het tijd voor een definitieve landingsplaats en die vinden we wat verder op een stofferige zijwegel ( B 750) van de de weg ( B710) naar Antofagasta. Het lijkt hier echt op Mars: zachtglooiende heuvels die bestaan uit grof roodpaarsbruin zand en keitjes en daarop verspreid grote keien van enkele kg tot enkele honderden kg. We voelen ons 2 marsbewoners, ver verwijderd van moeder aarde.
Tussen 20 en 21 uur is het al flink donker en kunnen we de sterrenhemel weer in al zijn gefonkel bewonderen. Sterren die laag boven de horizon staan zoals Betelgeuze zien we flikkeren in blauw, wit en rood. Een fenomeen dat ik nog nooit gezien had. Even later nog een nieuw fenomeen: een maansopgang: het is nog steeds zo goed als volle maan en we zien eerst in het oosten de hemel lichter worden en dan plots is ze daar. We moeten er snel bij zijn voor een fotootje want op enkele minuten staat ze boven de kim. De keien die hier overal rondgeslingerd liggen krijgen nu een schaduw vanwege het maanlicht en we voelen ons nog meer op Mars.
14 maart Gelukkige verjaardag vake!!
Mijn vader wordt vandaag 83 jaar en we hebben hem afgelopen zondag via skype al kunnen feliciteren, want op Mars is er vooralsnog geen WIFI.
We laten enkele voetafdrukken achter als we onze landingsplaats verlaten en na een uurtje zitten we alweer 2000 m lager in de vijfde grootste stad van Chili: Antofagasta.
Hier is wel WIFI en we doen wat inhaalwerk, zoals checken of onze kredietkaarten toch niet verder misbruikt zijn. Dat blijkt niet het geval te zijn.
Antofagasta is deels een erg moderne stad met shopping centra, flatgebouwen en een mooie kustlijn en vissershaventje om langs te flaneren. Anderzijds zien we huisjes die tegen de bergen geplakt zijn of wat verder van het centrum plaatsen met veel rommel op zanderige pleintjes. We zitten hier in één van de droogste gebieden ter wereld: tussen oktober en mei regent het niet en daarbuiten 1,2 mm. Het water dat hier uit de kraantjes komt is vaak gerecycleerd en niet drinkbaar zonder te koken.
In januari vaarden we met de Navimag door het natste gebied ter wereld met meer dan 10000mm regen per jaar. Chili heeft inderdaad vele gezichten.
We vinden een leuk plaatsje aan de kust voor het almuerzo en bij het toeristenbureau horen we dat er geen campings in de buurt zijn.
Na een bezoek aan een natuurlijke brug in zee besluiten we dan in het doodse (letterlijk geen mens op straat, alleen een paar honden...) Juan Lopez eens uit te rusten in een leuk apparthotelletje. Eindelijk nog eens een douche, electriciteit en.... een IJSKAST!
Je ziet het, voorziening die voor ons Belgen normaal zijn, zijn dat zeker niet hier in de Atacama woestijn.
We kunnen deze rustdag goed gebruiken, want vanaf morgen duiken we echt diep in het Atacama binnenland.
Duiken is waarschijnlijk niet het juiste woord want het ligt vrij hoog.
Maar eerst nog eens slapen in een echt bedje....... zzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzz (=ook zoemen van een mug)
15 maart. Zout, salpeter en zwavelzuur
Slechts elektriciteit gehad tot 23 uur, dus die ijskast was niet zo'n succes.
We hebben wat moeite om benzine te vinden en moeten een heel stuk omrijden omdat een benzinestation dat volgens maps.me en de kaart bestaat, van de aardbol verdwenen is.
Gelukkig hebben we tijd, we zitten al niet zo ver meer van onze eindbestemming: San Pedro de Atacama.
Met de nodige benzinevoorraad in tank en bidon rijden we in Baquedano van de R5 om via een vlotte zoutweg recht naar het oosten naar de Salar van Atacama te rijden. Allemaal woestijn, maar toch veel activiteit omdat men hier zout en salpeter ontgint. We zien tientallen tankwagens met zwavelzuur.
Als we via een pas zicht krijgen op de Salar beneden, zien we in de verte een keten van besneeuwde vulkanen. Het zicht is echter spijtig genoeg niet helder, hier en daar zijn er zelfs wolken. We vinden een winderig plaatsje, onder een nieuwe hoogspanningslijn, met zicht op de Salar en de benevelde bergen. We zijn blijkbaar goed van ver te zien en als we er even staan komt men ons vertellen dat het geen veilige plaats is onder deze electriciteitsleiding, in geval van onweer. We mogen onze boterhammekes nog opeten en gaan dan op zoek naar een plaatsje in de Salar. Net voor het donker wordt vinden we een plekje, 2300 m hoog, met zicht op zoutbergen en een luchthaventje.
Vandaag zijn we zowel de kaap van de 9000 km als de Tropico De Capricornio gepasseerd. De wat.........?
De steenbokskeerkring. Op het noordelijk halfrond is dit de kreeftskeerkring en bvb een stad als Havanna ( Cuba) ligt op deze keerkring. We zitten dus officiëel in de tropen.
16 maart. TORMENTA!!
We verlaten ons gezouten kampeerplekje en rijden 30 km door de zoutvlakte. Nu ja, vlakte. Van ver gezien is de Salar wit en vlak, maar als je erdoor rijdt ligt hij er ruwer bij dan een vers geploegde akker waar men poedersuiker over gestrooid heeft. Als je hier stapt voel je het bovenste laagje ook onder je voeten kraken. Na een kort bezoekje aan het zouten bergdorpje Peine, waar de tijd is blijven stil staan, rijden we naar de Lagunas: Miscanti en Miñique. We zijn ondertussen de grens van de 4000 m ook weer vlot gepasseerd. Bij elke lagune hoort een vulkaan met dezelfde naam. Deze vurige reuzen steken met hun 5600 en 5900 m vooralsnog in de wolken.
We zitten op een goede honderd km van ons einddoel en hebben de wagen nog een week. We besluiten om ons kampement reeds vroeg op te stellen en vinden een plaats op 3900 m hoogte waar de toppen van de keten van vulkanen ( bijna allemaal besneeuwd en hoger dan 5000 m) zich één voor een blootgeven. Een prachtig zicht dat ik kan bewonderen vanuit mijn hangmat, opgehangen aan wat rotsblokken.
Naarmate het later wordt neemt de bewolking terug toe en sprokkelen we hout van kleine dode struikjes. We hebben immers koele ervaring met overnachting op 3800 m hoogte en hopen ons te kunnen verwarmen ( in de tropen...) aan een kampvuurtje.
Het kampvuur helpt om ons tijdens het avondeten te verwarmen, maar we hebben amper gedaan of het begint te druppelen. Beter gezegd, er begint ijsregen te vallen. In het begin zachtjes en we gaan ervan uit dat dit wel over zal waaien. We zitten immers in woestijnachtig gebied. Nee dus, het blijft maar regenen en we besluiten Wica 50 m verder wat hoger te plaatsen omdat we vrezen dat we in slijk vast zullen raken.
De temperatuur heeft ondertussen een frisse duik genomen en we slagen er in om ons wagentje van dag naar nacht regime om te toveren terwijl we er in zitten. Voldoende dekens en kledij want we slapen op 3920 m hoogte. We liggen nog maar net in bed of het begint te bliksemen en donderen. Een tormenta op bijna 4000 m hoogte, s'nachts, dat hadden we nog niet gehad. Nadine is er niet gerust in maar ik verzeker haar dat we in een kooi van Faraday slapen (wat ze wel weet, maar toch ....). Enfin, na enkele uren vuurwerk en regen is het onweer over getrokken.
17 maart
Het is nauwelijks te geloven, maar als we de deuren van ons bevroren karretje open trekken zien we een staalblauwe lucht en een zonnetje die de besneeuwde vulkanen nog witter maakt. De sneeuwgrens die gisteren nog op een goede
5000 m lag is vannacht gezakt met een kilometer. Tot net boven onze slaaplaats licht er een sneeuwlaagje.
De omgeving is nu zo mooi dat we besluiten om de voormiddag hier nog te blijven.
We ontbijten buiten nadat ik het natgeregende kampvuurtje met wat moeite en uiteindelijk wat benzine terug op gang krijg. De zon is doet echter ook al haar best om haar afwezigheid gisterenavond goed te maken.
Na de almuerzo (middagmaal) aan het hetzelfde kampvuurtje nemen we afscheid van deze wondermooie plaats.
Onderweg wuiven enkele tientallen vicuñas die op en langs de weg staan ons uit. We merken ook de ravage die aangericht werd door het onweer van gisterenavond. De weg ligt bezaaid modder en keien, soms erg grote, die erop gespoeld werden.
We rijden langs de keten van vulkanen richting San Pedro en houden even halt in Tocanao waar we in de hitte een canyon met petrogliefen bezoeken. Het verschil in temperatuur met vannacht is immens: het is nu puffen en blazen.
Omstreeks 17 uur bereiken we na een goede 9500 km het einddoel van onze reis met Wica....... zes dagen te vroeg.
San Pedro is een erg toeristisch stadje maar het valt ons onmiddellijk op dat het nauwelijks geasfalteerde straten heeft. Dat, in combinatie met de regen van gisteren geeft een onverwacht cachet aan dit woestijnstadje.
We hebben dus een kleine week om deze mooie streek te bezoeken ( de vulkanen staan hier in de solden) en ons voor te bereiden op onze trip via de Salar van Uyuni ( Bolivië) terug naar het uiterste noorden van Chili en zo over de grens met Peru waar we op, jawel, 1 april een vlucht geboekt hebben naar Lima ( Peru).
Einde van dit hoofdstukje: voor onze belevenissen in de omgeving van San Pedro zal je op een volgend verslagje moeten wachten.