Reisverhaal «La luna llena sobre el río Quiquibey - deel 3»
Het jaar van de zomer: deel 1
|
Bolivië
|
0 Reacties
21 Mei 2008
-
Laatste Aanpassing 19 Februari 2011
.JPG)
miércoles 21 de mayo"
¿Qué pasó? " roept Carmen wanneer ze die ochtend Anita komt begroeten. Met een stoute glimlach kijkt ze me aan en insinueert een vuistslag. "Heb jij dat gedaan vannacht?" "No no Carmen, los mosquitos!" Anita's oog is flink gezwollen. Genaro en nog enkele wijze oude mannen worden erbij gehaald voor advies. "No, no, los mosquitos" verdedig ik me weer. Bezorgdheid en grappige opmerkingen over mijn waarschijnlijke onstuimigheid van vannacht wisselen elkaar af. Het duurt niet lang of onze gids is terug met een of ander plantje dat omgetoverd wordt in een wonderzalf. Na een verfrissende duik in onze badkuip de 'río Beni' en een stevig ontbijt met bergen rijst is het zover. Onze reis naar de grenzen van het gebied van de Mostén-Chimán indianen aan de río Quiquibey kan beginnen. Heel de familie stapt met ons mee tot aan de oever. Een jonge kerel die wat verderop woont wacht op ons in een kano. "Deze tijd van het jaar staat het water laag" legt Genaro ons uit, "dus moet het met de kleine kano. Het is niet te voorspellen hoever we zullen geraken en hoelang we erover zullen doen. Daar zal Pachamama over beslissen." De piepschuimen doos met eten, enkele flessen water en onze rugzakken krijgen een plaatsje. Een zak met appelsienen, twee paraplu's, enkele muskietennetten, een paar jatten en teljoren, machete, werpsperen, pijl en boog en een flinke voorraad diesel maken onze uitrusting compleet.
Lidia en de kleine Joni gaan ook mee. Magali is boos en verdrietig. De tranen rollen over haar wangen wanneer ze afscheid moet nemen van Anita. "¡Buen viaje!" "¡Buena suerte!" roepen ze wanneer de kano zich losmaakt van de waterkant. Ook wanneer het geluid van de 2-takt motor hun stemmen al lang heeft overstemd wuiven zij naar ons en wij naar hen. Genaro werpt een laatste bezorgde blik op de stier die nog steeds aan de waterkant zit en zo te zien nog bijlange niet bekomen is van de helse tocht van gisteren.
In een door mensenhanden uitgeholde boomstam varen we langzaam, tegen de stroom in, naar een andere wereld, onze eigen grenzen ver voorbij.
Niet zo heel veel later, links van ons, versmelten de río Beni en de río Quiquibey. Genaro staat vooraan op de neus van de kano en wijst met vrijwel onzichtbare gebaren de weg aan de stuurman achteraan. Schuddend en wiebelend nemen we de turbulente stroomversnellingen en laveren we langsheen rotsblokken die net onder het wateroppervlak geniepig hun kans afwachten om ons een natte broek te bezorgen. Maar de stuurmanskunst van deze indianen is eeuwenlang genetisch gekneed en al vlug ontspant mijn stevige greep rond de randen van de kano en laat ik de zonnestralen en de intense indrukken om mij heen gewillig mijn ziel verwarmen. Ik kijk om naar Anita en weet, zonder woorden, dat we hetzelfde voelen. De río Quiquibey is minder breed, het water minder diep en de jungle maar enkele tientallen meters links en rechts van ons verwijdert. Roofvogels houden ons in de gaten vanop hun uitvalsbasis hoog boven het water. Nemen het zekere voor het onzekere en vliegen majestueus naar een andere uitkijkpost wat verderop. Genaro kent ze allemaal bij naam en wij mogen in zijn kennis delen. "¡Mira!, una Águila Negra." Een zwarte arend maakt een scheervlucht over de rivier en verdwijnt tussen het oneindige groen. Door de stroom gevelde bomen waarvan hun bladerloze takken als armen uit het water steken zijn de springplank van ijsvogels die met kamikaze allures pijlsnel het water induiken om er enkele seconden later met een visje in hun bek weer uit te vliegen. Groene papegaaien krijsen hun concert. "Otyú heten ze in de taal van de Mosetén-Chimán indianen" legt Genaro ons uit. "Je ziet ze altijd met hun twee. Echte trekkers zijn het, steeds opzoek naar een nieuwe thuis." Vrijwel onzichtbaar vanwege de kleur van zijn pels rust een capibara in de modder van de oever. "Gaan we die opeten?" vraagt de kleine Joni. Al uren zit hij netjes bij zijn mama op de schoot en heeft nog geen kik gegeven. De boodschap is begrepen en we meren aan bij de monding van een zijriviertje.
Genaro neemt ons mee naar een van zijn favoriete plaatsjes in het woud. Als ze in de buurt zijn houden ze hier steevast halt. Een paradijsje langsheen de oevers van een kleine rivier. Lekker koel (alles is relatief) en de perfecte plaats om aas te verzamelen voor het vissen. We volgen de verse sporen van een landschildpad en na even zoeken (wij zijn het spoor al lang bijster) weet Genaro deze 'peta' toch te vinden. We plukken verse cacao vruchten en eten het overheerlijke zoete vruchtvlees. Terug bij de kano aangekomen heeft Lidia al een vuurtje klaar en worden we getrakteerd op een overheerlijke almuerzo picknick. Joni speelt en zwemt als een volleerde waterrat in het bruine rivierwater. .JPG)
Na het eten is het even wachten tot de mannen de motor terug aan de praat krijgen en weg zijn we weer. De buik van de kano schuurt over de keienbodem. Regelmatig springen we eruit en duwen we ons vaartuig naar dieper water. De afkoeling is meer dan welkom. Genaro en de stuurman werken hard. Het vraagt alle concentratie om ons doorheen de moeilijk bevaarbare delen te loodsen. Wanneer het even weer wat dieper is vertelt Genaro ons over zijn leven en dat van zijn volk. Ongeveer tweehonderdentachtig van hen leven in dit gebied, verspreid over zes gemeenschappen. Vroeger waren ze nomaden maar vanwege de opmars van de westerse beschaving met ontbossing en vergiftiging van de aarde tot gevolg werd het onmogelijk voor hen om volgens de aloude tradities te leven en hebben ze zich terug getrokken in dit reservaat. Net voorbij de samensmelting van de río Beni en de río Quiquibey leven er achttien families in La comunidad de Asunción. "En hier, niet zo ver van de monding van de Arroyo (riviertje) Sanyta Felicidad aan de andere kant van de rivier; ligt verscholen in het woud, la comunidad Gredal waar drie families wonen", zegt hij.
Uren kabbelen voorbij. De natuur is heer en meester. Hier is niemand.
Wanneer de zon langzaam haar afdaling naar het Westen inzet 'parkeren' we de kano aan een zandbank, een rivierstrandje als het ware. Ruggenwervel, staartbeentje en al de gewrichten vanaf de navel richting voeten zijn dankbaar. Meer dan acht uur op een houten plankje zonder enige steun is euh... een belevenis. We wandelen over het blanke zand terwijl we de reflecties van onze nieuwe 'thuis voor één nacht' op ons netvlies laten inbranden.
Geen enkel spoor van menselijke aanwezigheid valt er te bespeuren. Onze voetafdrukken zijn waarschijnlijk de eerste sinds lange tijd. De dieren komen hier veel vaker, zoveel is duidelijk. We volgen de moeizame tocht van een waterschildpad die vorige nacht het water heeft verlaten en hier op het droge de kiem van nieuw leven heeft gebaard. Voorzichtig graaft Genaro en toont ons het broze, rozige, bijna doorzichtige ei. Met dezelfde omzichtigheid stopt hij het terug in het nest. Wat verder toont hij ons de voetafdrukken van... de koning. Van de jaguar! Nog niet zo lang geleden, vannacht waarschijnlijk, was hij hier aan de waterkant, die machtige kat, die niet bang is van water en met zijn krachtige klauwen en kaken het pantser van de schildpad weet te kraken. Zelfs alligators en krokodillen gaat hij niet uit de weg. Toch ziet de afdruk van zijn voet er zacht uit. Kussentjes met mooie ronde vormen gedroogd in het bruinrode slib. Zou hij deze nacht ook terugkomen? Zacht glooiend verdwijnt het witte zand onder de groene deken van de grote waaiervormige grassen waarvan ik dacht dat het palmbomen waren. Charo is het of chsurú in indianentaal. Heel erg nuttig komen we te weten. Dakbedekking, matten, gril, kam, visvallen en zelfs pijlen van de stengel van de bloem die boven een vlam kaarsrecht wordt, maken ze ervan. Wij zullen er straks onze 'choza' (hut) mee construeren. En terwijl Genaro met zijn machete tussen de hoge grassen verdwijnt, dwaalt onze blik langsheen de horizon. Ver weg zien we de machtige bergen aan de grens van Madidi. La Serranía del Bala. Helemaal beneden - we zien het niet van hier maar weten het wel omdat we er eergisteren zijn doorgevaren - breekt de rivier doorheen de bergketen. De 'Angosto del Bala'. Onze gids komt uit het struikgewas tevoorschijn met flink wat 'groensel' en begint aan de bouw van onze schuilplaats voor de nacht. De vier dikste en langste stelen van de charo worden ontdaan van hun bladeren. De bast van een andere plant dient als touw en in geen tijd staat er een vierpikkel in het zand die als basis zal dienen voor ons afdakje. Nog twee dwarsliggers en vervolgens een flink aantal stelen met blad die het gevalletje min of meer waterdicht moeten maken.
De bladeren die van de stengels gestript werden vlecht Genaro in een mum van tijd tot een heus tapijt dat als grondzeil zal dienen. Muskietennet wordt opgehangen en voila klaar is kees. Enkel een machete als instrument, niets dan natuurlijke materialen en ongelooflijk snel in elkaar gezet. Echt knap! Als er veel regen wordt verwacht gebruiken ze gewoon meer charo. Genaro kijkt naar de hemel en weet blijkbaar dat het met die regen wel zal meevallen. We installeren ons 'hemelbed' en helpen met de bouw van de andere twee chozas terwijl Lidia op een houtvuurtje het avondeten bereidt. Op onze lijst van mooiste slaapplaatsen komt deze hier ongetwijfeld aan de top te staan..JPG)
Terwijl de zon ons verlaat en roze nevelslierten de toppen van de Serranía del Bala omhullen schrapen de eerste nachtdieren hun keel in voorbereiding van het concert van vanavond. Het zand en de keien staan de gevangen warmte van de dag af aan onze huid en de gloed van het vuur schetst vlugge, warme tekeningen op hun en ons aangezicht. Samen nuttigen we het eenvoudige maar lekkere cena (avondmaal). Na het eten, zoals de traditie dat wil, danken we mekaar voor de maaltijd en het samen zijn. Miljoenen sterren zijn boven onze hoofden samen gekomen. Een wit schijnsel doorheen de donkere takken van het woud kondigt de komst aan van de volle maan. Enkel Genaro is nog bij ons en vraagt of we wel eens bang zijn in het donker. "Nee hoor, dat valt wel mee." "Ok, dan zal ik jullie een verhaal vertellen. Een waar gebeurd verhaal. Het verhaal van de tijger.
El cuento del tigre...
Antiguamente, cuando no había mucha gente en la selva y la mayoría era indígena, había una familia que vivía lejos y sola en el bosque. Tenía su chaco y trabaja ahí, pero en la esquina del chaco había un árbol seco y caído que tenía un enorme hueco que servía de casa al tigre...
Heel lang geleden, toen er nog niet veel mensen in de jungle woonden en de meesten van hen indianen waren, leefde er diep en alleen in het woud, een familie. Ze hadden er een stuk land dat ze bewerkten. Maar helemaal in een uithoek ervan was er een omgevallen, droge boom met een grote holte in, die dienst deed als het huis van de tijger. Steeds wanneer de tijger langsheen hun land stapte keek hij naar de familie. Op een dag toen de man op jacht was en de vrouw op het land aan het werk was maakte de tijger van de gelegenheid gebruik en besloot hun baby te stelen....
...Pasaron los años y la mujer ni se acordaba de su hija...
...Jaren gingen voorbij terwijl de herinnering aan haar dochter vervaagde...
...Un día fueron a su chaco donde tenían sembrado su yuca, y cuando llegaron vieron que alguien había sacado sus yucas. Se preguntaron quién podría sacarlas: "Sólo vivimos nosotros en esta selva," y no se imaginaban quién sacaba la yuca...
...Op een dag ging ze naar haar land waar ze yuca had geplant. Wanneer ze daar aankwam zag ze dat iemand yuca had weggenomen. Ze vroeg zich af wie dat kon gedaan hebben. "Alleen wij leven hier in deze jungle" en ze kon zich niet inbeelden wie de yuca zou weggenomen hebben...
...Cuando la madre vio a su hija entrar en la cueva, ella también entró y cuando estaban dentro del palo vio a cachorritos de tigre, que eran los hijos del tigre con la mujer. La hija le dijo a su mamá: "Estos son tus nietos"
Wanneer de moeder haar dochter binnen zag gaan in het hol ging ze ook en zag de welpjes die de kinderen waren van de tijger en zijn vrouw. De dochter zei tegen haar mama: "Dit zijn jouw kleinkinderen." De moeder schrok zich bijna dood toen ze de welpjes daar zo zag spelen. "Kindje toch, kom mee naar huis. Hoe kan je hier nu leven?" Maar haar dochter wou helemaal niet mee. Ze was gewoon geworden aan het leven hier. Nadat ze was weggegaan dacht de moeder na over een manier om haar dochter daar weg te halen. Ze ging naar het dorp waar haar familie woonde. Wel acht uur hier vandaan. Daar vertelde ze het verhaal...
...Estando en su casa, les hizo hacer flechas y cuando ya tenían suficientes flechas, fueron a la casa del tigre... Y los parientes de la señora lo flechearon y lo mataron...
...Toen ze voldoende pijlen hadden gemaakt gingen ze naar het huis van de tijger en schoten hem dood. Ze namen de vrouw van de tijger en haar welpjes mee naar huis en doodden de puppies...
Pero la mujer del tigre no podía acostumbrarse por la comida y enflaqueció hasta que murío.
Maar de vrouw van de tijger kon niet gewoon worden aan het eten en kwijnde weg tot ze stierf.
.JPG)
Onwezenlijk. Ver, heel ver weg, op een zandbank aan de oever van de río Quiquibey, luisteren we naar het verhaal van een indiaan. Een verhaal over vooroordelen en kortzichtigheid.
Heel wat minder onwezenlijk is de onrust in mijn buik. Ik voel me niet zo heel erg goed en besef dat mijn lichaam rust nodig heeft. We nemen afscheid van onze vriend en zoeken de bescherming op van ons muskietennet. Anita schrijft de indrukken van de dag neer in haar dagboek. Nu de mensenstemmen zijn verstomd komen de dieren dichterbij. We luisteren naar het geritsel om ons heen. Wow, dat moet iets groot zijn denk ik nog... Doorheen de sluiers van het muskietennet kijken we omhoog naar de eindeloosheid van het firmament, naar de volle maan, naar
la luna llena sobre el río Quiquibey.
Naar: " La luna llena sobre el río Quiquibey - deel 4"