Reisverhaal «Swimming with the (Pink) Dolfins in the Pampa»
Het jaar van de zomer: deel 1
|
Bolivië
|
0 Reacties
10 Mei 2008
-
Laatste Aanpassing 29 Mei 2010
Het is nog vroeg wanneer we na een koude (airco volle bak) nachtelijke busrit in La Paz arriveren. We nemen afscheid van het toffe koppel Leen en Thomas en nemen een taxi naar de luchthaven. Foute gok. Er zijn vandaag geen plaatsen meer vrij op de vlucht naar Rurrenabaque. Morgen wel. We boeken de vroegste vlucht en rijden terug naar La Paz en gebruiken de 'vrije' dag om wat praktische dingetjes te regelen. Het toeval brengt ons weer samen met Leen en Thomas. We gaan met z'n vijven iets eten en nemen opnieuw afscheid
. Het hostel heeft een taxi voor ons geregeld om 4.45u. Met slaap in de ogen gaat het terug richting luchthaven, het avontuur tegemoet. Het vliegtuigje dat ons naar de jungle zal brengen is piepklein. Twintig passagiers kunnen erin. De vlucht is een beetje spannend maar mooi. We zien de zon opkomen boven de majestueuze Andes. Langzaam maken de immer besneeuwde toppen van dit grillige bergmassief plaats voor het diepgroene van de jungle. Na een uurtje landen we op de smalle grasstrook die als landingsbaan moet dienen. De luchthaven bestaat uit deze streep gras en één klein leuk gebouw. Rondom is er niets dan groene bergen. Met een klein busje rijden we naar het junglestadje, Rurrenabaque. Best gezellig maar we nemen niet de tijd om het te verkennen. Jeroen zijn "lang weekend" is immers niet zo lang als dat van ons. We volgen de mevrouw van Indigena tours naar haar kleine kantoortje en vijftien minuten later al halen we het hoogst noodzakelijke uit onze rugzak. We kruipen in een 4X4 en vertrekken voor een 3-daagse trip naar de Pampa. Drie uur lang stuiven we over een hobbelweg en laten we wolken van stof achter ons. Maar ook in ons jeepke wordt alles en iedereen bedekt onder een fijn laagje grijsgeel stof. Zweetdruppels in hals en nek nemen op hun weg naar beneden het stof mee en tekenen fijne lijntjes. Het lijkt wel of we in een cowboy film beland zijn wanneer we ons een weg banen door een grote kudde koeien. In Santa Rosa verorberen we onze lunch en verzamelen aan de oever van de río Yacuma. Een kano met jaren 60 design tuinstoeltjes zal ons naar het kamp brengen. Na vijf minuten al zien we onze eerste roze dolfijnen. Nou ja, zo roze zijn ze nu ook weer niet maar het is wel een mooie verschijning. We hebben heel wat om naar te kijken, zo vanuit onze tuinstoeltjes. Het zit hier vol met krokodillen en alligators. Langzaam glijden ze in het water terwijl ze hun ijzige blik strak op ons gericht houden. Ik wil niet weten wat ze op dit moment denken... Heel veel leuke schildpadden ook, die in gekke formaties bij en op elkaar zitten. Reigers, roofvogels, arenden, ijsvogeltjes en paradijsvogels in de bomen en langs de oever. Apen hoog en droog in de kruinen en een gek capibara gezinnetje aan de kant. Drie uur lang is het beestjes kijken terwijl we langzaam over het bruine water glijden en paarsblauwe waterhyacinten voorbijdrijven. Onze kampplaats ziet er best gezellig uit. Aan de oever, te midden van het weelderige groen staan enkele verhoogde hutten. Tussen het slaapgedeelte en de keuken hangen in een cirkel een twaalftal hangmatten. Basic, maar gezellig. Tegen valavond varen we naar een open plek met volley- en voetbalveld. Terwijl wij een pintje drinken aan de kantlijn, sloven de anderen zich uit in de tropische warmte. De ondergaande zon geeft de voetballers een diep goudoranje kleur. Het gejoel van de winnaars en het gejammer van de verliezers wordt naar de achtergrond van ons bewustzijn verbannen wanneer we stil naast elkaar zittend met half gesloten ogen, ons laten vergulden door de laatste zonnestralen van de Boliviaanse zon aan de horizon van de immense Pampa.
De volgende ochtend trekken we gummilaarzen aan en varen terug de rivier op. Onderweg komen verschillende roze dolfijnen ons even gedag zeggen. En dan is het aan ons. We moeten ons wat verspreiden en zoeken naar anaconda's. Deze jongen kan tot 11-12 meter lang worden en is na de netpython de langste slang (en landdier) ter wereld. En een anaconda zoek je op gevoel. We stappen door het scheenhoge groene gewas op een zompige, moerassige bodem. Als we iets voelen moeten we roepen. Nou, dat zal wel lukken denk ik, dat roepen
. Toch een vreemd gevoel hoor. Rondploeteren in deze onbekende licht zuigende groene smurrie, hopende dat je tegen of op een rond, lang, glibberig creatuur zal stappen. Waarschijnlijk komt het door de afwezigheid van de zon, maar de anaconda's zijn niet thuis vandaag. Het enige wat ik vind is de verlaten huid van een ongeveer 1 meter lange slang. Van een zwarte cobra volgens onze gids. Tjien, tjien, zit dat hier ook? Jammer van die anaconda's maar voor mij maken de schitterende marabou's (soort grote ooievaar) en ander vliegend moois al heel wat goed. We varen terug voor de lunch en een siësta en schepen in voor het 'moment suprême'. Swimming with the Dolfins! Alsof zij het ook weten dat het zover is zijn ze met nog meer gekomen dan anders. Een voor een glijden ze langzaam het water in, de krokodillen en alligators... Hun blik spreekt boekdelen. In mijn verbeelding zie ik er al eentje met mes en vork in de aanslag en een slabber onder zijn grote bek. "Als er dolfijnen zijn komen ze niet" zegt de gids. "Ook de piranha's niet." Tjien,tjien, zit dat hier ook? ... Ons brevet van 'Blue Water Sailer' hebben we al (zie verhalen van Panamá) dus gaan we nu voor 'Brown Water Swimmer'. We laten ons onzeker in het water glijden. Pierewierewel, ik zie je niet maar ik voel je wel! Je ziet geen centmeter diep in het troebele bruine water, dat op weg is naar die grote Amazone, maar je voelt wel af en toe het geknibbel van een of ander dapper visje. De dames slaken een hoge gil en maken een sprongetje. De heren proberen niet te gillen of tenminste de toon toch wat lager te houden maar maken ook wel het sprongetje. Het is even wennen maar dan is het zalig. De dolfijnen zijn vlakbij en houden er de spanning in door telkens ergens anders weer op te duiken. Jammer genoeg komt ook aan dit sprookje een einde en keren we terug voor het avondeten.
Vissen doe ik vrijwel nooit maar op vakantie werd ik als klein kind al, steevast bevangen door een onweerstaanbare behoefte om iets in het water te vangen. In La Roche kochten mijn ouders een bamboe visstokje (met veel te grote dobber en dito haak voor die kleine visjes), in Bredene een garnalen schepnetje. Hier in de pampas bestudeer ik de techniek die de locals toepassen en het duurt niet lang of ik geef opnieuw toe aan mijn oerinstincten en leen een nylondraad waaraan het uiteinde een ijzeren draadje plus stevige haak bengelt. Het aas is een stuk bloederig vlees, de prooi, Piranha. In tegenstelling tot de Ourthe, die helder en fris is en waarin je de visjes ziet zwemmen die aan alles knabbelen behalve aan wat jij hen voorschotelt, is hier het water bruin en ondoorzichtig. Maar de vissen zijn gewillig, heel gewillig. Het stukje vlees raakt amper het wateroppervlak en meteen voel je aan de nylondraad dat er een ware veldslag wordt uitgevochten onder water. In een mum van tijd is het vlees van de haak gescheurd. Bijten doen ze goed maar ze echt aan de haak krijgen vraagt wat oefening. Niet zoveel later echter bengelt mijn eerst piranha door de lucht. Hem van de haak halen doe je met de nodige voorzichtigheid want die tandjes, van het merk Gillette waarschijnlijk, zijn dus wel degelijk vlijmscherp. Het beestje gaat in een kommetje met water. Met de kok heb ik een afspraak dat hij hem straks voor ons zal bereiden. Ik moet zeggen, zelfs gebakken zien ze er nog steeds gemeen en gevaarlijk uit maar ze zijn echt wel lekker.
Het is pikdonker wanneer we terug in ons bootje klimmen. Gewapend met een zaklantaarn gaan we op zoek naar de heersers van de nacht. De ogen van de alligators lichten fel rood op in het licht van lantaarn. De krekels tsjirpen. Kikkers en padden maken de meest gekke geluiden en hier en daar loeren vanuit het hogere struikgewas aan de oever, kleine fonkelende lichtjes naar ons. De muggen maken duchtig misbruik van onze verbazing en concentratie en zuigen ons terplekke leeg, terwijl grote vleermuizen rakelings langsheen onze hoofden scheren. Dit is genieten! Eenmaal terug, leggen we ons in de hangmat met een goed glas wijn. Ook dat is genieten uiteraard. 
Vanwege de nachtelijke geluiden in onze kamer (oa vleermuizen) heb ik wat lichter geslapen en ben vroeg wakker. Nog voor de anderen op zijn sta ik al op mijn boomstronk te vissen. De vangst is goed, de familie zal geen honger moeten lijden vandaag. Wanneer ik een plons hoor besef ik dat mijn Zwitsers 'MacGyver' mes aan een tocht naar de bodem van de rivier is begonnen. Ik zal het later wel proberen op te vissen want eerst gaan we terug op zoek naar anaconda's. Eigenaardig genoeg hebben we deze keer al na 10 minuten geluk en vinden de gidsen meteen een jong exemplaar. Het is allemaal wel heel erg toevallig. Wanneer een van de gidsen de slang als een stuk speelgoed door iedereen laat betasten wordt pijnlijk duidelijk dat dit soort toerisme flink wat schade kan toebrengen. Het anti-muggenspul dat iedereen aan zijn handen heeft kruipt in de huid van het beestje en ze gaan er uiteindelijk aan dood. Ik had gehoopt dat Indigena tours anders was, maar blijkbaar deze gids dus niet. Nou die kan in elk geval fluiten naar zijn fooi!
We vissen met zijn allen nog piranha's en weer zorgt de kok ervoor dat ze lekker gebakken op ons bord terecht komen. Ik wil graag mijn mes terug en vraag de gids hoe ik dit best aanpak. "Ga maar in het water" zegt hij, "geen probleem". Ondanks het feit dat er op nog geen 10 meter een zwarte alligator aan de oever zit en ik hier al heel wat piranha's heb gevangen laat ik mij toch van de boomstronk in het water glijden. Het water reikt tot aan mijn lippen en de stroming is sterk. Ik tast met mijn voet de bodem af maar voel enkel de takken van de omgevallen boom. Het geknabbel van enkele visjes (gelukkig geen piranha's) doet mijn verlangen naar mijn zakmes smelten als sneeuw voor de zon. "Ik zal wel een nieuw mes kopen" denk ik en maak dat ik uit het water kom.
De kano met tuinstoeltjes brengt ons terug naar Santa Rosa. De jeep brengt ons zonder oponthoud (behalve die ene keer om een lekke band te herstellen) naar het gezellige junglestadje Rurrenabaque (Rurre voor de vrienden) waar nog meer 'Mowgli' avontuur op ons wacht...