Reisverhaal «Los ríos de mi vida»
Het jaar van de zomer: deel 2
|
Brazilië
|
0 Reacties
06 September 2008
-
Laatste Aanpassing 25 Augustus 2010
Paniek in de onderste ledematen! De Roraima zit nog diep in elk spiervezeltje van onze benen, die in paniek verstijven wanneer we zelfs maar in de buurt van een trap komen... We zijn zo stijf als een plank!
Na twee nachten van zachte slaap en dagactiviteiten die zich beperken tot rustig rondkuieren in de straten van Santa Elena de Uairén zijn we weer fit genoeg om verder te trekken. Onze laatste Venezolaanse por puesto brengt ons naar La Linea, de grensovergang met Brazilië. Bagage gaat door de scanner, zonder woorden krijgen we onze UIT stempel en honderd meter verderop heet een vriendelijke maar vrijwel onverstaanbare douanebeambte ons in het Chinees. Alé ja, Portugees eigenlijk, welkom... De schok is niet zo groot als de vorige (eerste) keer maar we verstaan er nog steeds vrijwel geen lap van. Maar we hebben onze IN stempel voor Brazil. De bus die ons naar Boa Vista zal brengen vertrekt om 13u. Even tijd nog om op een bankje wat na te praten en te mijmeren over wat geweest is en wat moet komen. Zo'n grensovergang heeft altijd iets. Weer twee stempels in je paspoort.
Een stempel van afscheid. Van herinneringen en indrukken. Van Venezuela, het land van Chaves. Een beetje een vreemd land toch. Een land waar we iets meer tijd nodig hadden om ons 'op ons gemak te voelen'. Waar we heel vaak gewaarschuwd werden voor de gevaren en eigenlijk alleen maar aardige, gastvrije en behulpzame mensen zijn tegengekomen. Soms was een glimlach of twee nodig om doorheen het stugge bovenlaagje te dringen maar veel moeite koste het ons nooit. Een land dat op zoek is en dringend nood heeft aan een stabiel fundament. Maar vooral een mooi land met magische bergen en gouden stranden, waar watervallen uit de hemel zich verliezen in de onmetelijke diepte van het woud. Waarvan Columbus zei dat het het 'paradijs op aarde' was. Het land waar benzine goedkoper is dan water en de tijd een half uurtje vroeger is.
En een stempel van verwachting, van nieuwsgierige honger en blij weerzien. Die ons naar 'het' Oerwoud zal brengen. Naar de longen van onze planeet, naar het land van de grote rivieren, naar de rivier der rivieren, naar de Amazone. Voorlopig reizen we nog over land maar daar zal vlug verandering in komen.
De busrit naar Boa Vista is een schoontje. We rijden dwars door de staat Roraima. Erg dun bevolkt (400.000 inwoners in een gebied van meer dan 224.000 vierkante kilometer) en misschien wel de meest ongerepte van het gigantische Brazilië. Savanne en wouden glijden langzaam voorbij. Hier en daar een hutje. Af en toe een dorpje waar we even halt houden. Boa Vista is de hoofdstad, gelegen aan de Rio Branco. Het is weekend en heel erg rustig. We gaan langs bij enkele agentschappen maar vinden niet meteen iets dat ons aanspreekt. "Wat denken jullie van een zesdaagse tocht naar de Roraima?" "Euh nee, vandaag even niet..."
We kijken gebouwen en eten bijzonder lekkere vis in 'Voo do rio' aan de oever van de Rio Branco. Enkele dagen later brengt de nachtbus ons over de evenaar naar Manaus. Een miljoenenstad in het hartje van de Amazone. Een vochtige, tropische hitte verwelkomt ons. Logisch uiteraard met een jaargemiddelde temperatuur van 27 graden. Onze taxi wringt zich doorheen het drukke verkeer naar Hostel Manaus en na een verkwikkende douche trekken we de stad in. We zijn meteen verkocht. Gezellige drukte, veilige geborgenheid en juwelen van gebouwen. Heel veel touroperators ook en het duurt niet lang voor we aangesproken worden. We luisteren naar de man, die zelfs enkele woorden Nederlands spreekt, zijn verhaal maar worden er niet door geraakt. Een vluchtige eenheidsworst kennismaking met de Amazone jungle is niet wat we zoeken. Na een viertal variaties op hetzelfde thema besluiten we om de drie dagen die ons resten, voor we zaterdag de boot op gaan, van de stad te genieten. Een hangmat hebben we al maar nog geen aangepast muskietennet. We vinden wat we zoeken in het 'hangmattenstraatje' in de buurt van de haven. We stappen verder, kijken onze ogen uit met al die koloniale rijkdom om ons heen en wandelen doorheen de Mercado Adolpho Lisboa (een kopij van Les Halles in Parijs) en de honderden kleine kraampjes die de drijvende haven van Manaus vooraf gaan. Zowat alles wordt hier verkocht. Van bouten en moeren per stuk tot mango's van vijf kilo. Het is er een drukte van jewelste. Niet alleen naast, maar ook op het koffiekleurige water van de Rio Negro. Oude kleurige schepen die me aan de Mississippi doen denken worden gelost en geladen. Vanuit dit knooppunt vertrekken dagelijks tientallen schepen naar Oost, West en Zuid. "Waar moet je naar toe?" vraagt een man. "Belem, Porto Velho, Tabatinga?" "Sim, Tabatinga" antwoorden we. "Met de boot van zaterdag?" "Sim" "Wil je de boot zien?" "E posible?" "Sim!" En voor we het goed en wel beseffen zitten we in een kleine sloep en navigeren we langsheen de rompen van de 'grote jongens'. We varen langszij de Monteiro en klimmen over de balustrade aan boord. Op het benedendek zijn kleine maar sterke mannen volop bezig met het laden. Slaapmatrassen, bromfietsen, bier, loodgieterij,... Al wat je maar kan bedenken wordt aan boord gesjouwd. We murwen ons doorheen de cargo en de zwetende mannenlijven en stijgen via een ijzeren trap naar het tussendek. Het 'hangmattendek'. "Hier zullen we zaterdag al heel vroeg jullie hangmat ophangen zodat jullie een goed plaatsje hebben" zegt de man, "tenzij jullie kiezen voor een cabine natuurlijk" en hij neemt ons mee naar het bovendek. Van een van de bemanningsleden krijgen we de sleutel van 'suite especial 5'. Op het einde van de smalle gang met allemaal van die typische scheepsdeurtjes wordt het laatste voor ons geopend. Wow, dat ziet er helemaal niet slecht uit! Een kleine inkomhal met legplank en koelkastje. Dan een ruime kamer met wanden van glanzend tropisch hardhout, nog meer legplanken, een ruim tweepersoons bed een airco en zelfs een kleine TV. De deur links is die van een eenvoudige badkamer met toilet en douche en de deur voor ons, met zonnestraaltjes die doorheen de smalle spleten van de schuine latjes vallen, verschaft warempel toegang tot een heus privé terrasje. We hebben dus de keuze. Ofwel zeven dagen en nachten in een hangmat tussen honderden anderen zonder enige vorm van comfort en privacy maar wel te midden van het 'echte leven' van de Braziliaanse werkende mens, ofwel zeven dagen en nachten, voor het dubbele van de prijs, in een luxe kamer met een terrasje hoog boven de rivier. "We gaan erover nadenken" zeggen we aan de man "en zullen morgen terug komen." Na wat navraag in ons hostel over de prijs en een nachtje slapen kiezen we voor de luxe. Na deze zeven dagen volgen er nog in een boot en we zullen dan wel proeven van het 'echte leven' aan boord van een Amazone schuit. Ondanks de drukte worden we de volgende ochtend meteen 'gespot' door de man van gisteren. We kopen het ticket en gaan nog eens naar de Monteiro om zeker te zijn van onze 'suite'. "Is genoteerd" zeggen ze daar, maar helemaal gerust zijn we er toch niet in.
Ook de volgende dagen zijn er van genieten. We brengen twee avonden na elkaar een bezoekje aan Teatro Amazonas - na 15 jaar werken, in de gouden rubber tijden, geopend in 1896 - met een optreden van de plaatselijke balletschool (de allerkleinsten waren weer het leukst om naar te kijken) en de avond nadien een klassiek concert. Luisteren in de zalige avondwarmte, op een terrasje met een caipirinha in de hand, naar de zeemzoete jazzy klanken van een Portugese zangeres. Eten voor geen geld 'á la kilo' en gaan aan de hand een tip van een moeilijk verstaanbare duitser op zoek naar het strand waarover hij het had. Het is stralend weer en al vroeg nemen we de bus naar Punta Negra. Aan de rand van de stad in een residentiële wijk gaan we er af en stappen even later door het warme witte zand. De sfeer is die van een echt strand aan zee. Het water is prachtig van kleur. Donker als koffie met een blauwe gloed in de verte en perfect transparant van dichtbij. En lekker warm! Het is nog vroeg maar de zon brandt al ongenadig hard. Tijd om op zoek te gaan naar het strand van diene duitser. We nemen iets verderop een bus zonder te weten waar ze eigenlijk naar toe gaat. Na nog geen 10 minuutjes later arriveren we bij een haventje 'Marina do David". "Praia da lau" (of zoiets) ... roept iemand. " 't Zal wel zeker", en we stappen in een motorbootje. We varen over de Rio Negro en verbazen ons erover hoe groot die wel is. En dat het leven zich voor een groot deel op de rivier afspeelt wordt helemaal duidelijk wanneer we een drijvend benzinestation voorbij varen... Bij de eerste halte zegt een dame ons dat we beter naar het volgende gaan, dat is het mooiste. Dus dat doen we. Even later springen we op onze blote voeten van het bootje op het strand. Wauw, wat knap! Ingesloten tussen de grote rivier en een kleinere zijarm met hier en daar mangrove ligt een prachtig wit strandje. Houten bankjes met vrolijke kleurtjes en paraplu's staan aan de waterkant. De 'locals' zorgen ervoor dat niemand omkomt van honger of dorst en serveren frisse pinten en vers gevangen vis. Om oververhitting te voorkomen worden wij en ons bankje met de voetjes in het water gezet. "Ze moesten op het werk ons hier eens zien zitten!" zeggen we en toasten op de gezondheid van onze collega's
. De Brazilianen vinden het blijkbaar leuk dat er Europese toeristen tot hier zijn geraakt. Ze komen een praatje maken en trakteren ons op vers fruit en pintjes. Zaaaalige dag!
Het is zaterdag 30 augustus en we zijn al vroeg uit de veren. De boot vertrekt pas om 16u maar we willen niets aan het toeval overlaten en stappen met onze rugzak richting haven. De Monteiro ligt er nog. We zijn niet de eerste passagiers aan boord. Op het hangmattendek zijn al enkele andere gringo's druk in de weer met het uitzoeken van het beste plaatsje voor hun hangmat. Een dame neemt ons meteen mee naar boven en haalt de sleutel van "suite especial 5". De sleutel van de deur naar het terras is echter zoek. Wanneer die echt onvindbaar blijkt neemt ze ons mee naar "suite especial 3". Even zijn we ongerust maar deze is exact dezelfde als de 5. Oef, het is allemaal goed gekomen deze keer. Nu er enkel nog voor zorgen dat we straks de boot niet missen. Even voor vier vullen we onze koelkast en installeren we ons op het terras waar wachten op het vertrek. Beneden ons nemen mensen afscheid. De scheepshoorn loeit. Het water kolkt en het schip komt los van de kade. Een meisje weent en zoekt troost in de armen van haar vader. "Eu te amo" lipt de man naar de mama van zijn dochtertje. Traag laten we de drijvende haven van Manaus achter ons. Net voor het donker wordt bereiken we "The meeting of the Waters". De plaats waar de koffie met melk gekleurde Rio Solimoes (de Amazone) de zwarte Rio Negro ontmoet. Door het verschil in temperatuur mengen ze zich 18 kilometer lang niet en is de scheiding heel goed zichtbaar. Wij nemen hier een bocht naar het westen en zullen de volgende zeven dagen tegen de stroom in de machtige Amazone bevaren. We blijven op het achterdek tot de zon achter de horizon is verdwenen. We gaan een verdiepje lager om een hapje te eten en komen eigenlijk te laat. We zien er niet alleen uit als groentjes maar zijn dat ook en weten van de strenge bazin van de kantine toch nog wat medelijden los te weken. Naast het restaurant hangen wel meer dan 100 hangmatten, sommigen zelfs voor een stukje boven mekaar. Overal reiszakken en spulletjes. Kinderen in, onder en op de hangmatten. Heel gezellig allemaal maar we zijn toch wel blij dat we straks in ons eigen kajuitje zullen slapen. Na een verkwikkende douche met water dat uit de rivier wordt gepompt hebben we toch nog de airco nodig om onze suite aangenaam koel te houden. De volgende ochtend gaan we rond een uur of acht naar de ontbijttafel. Weer te laat en al heel wat moeilijker om medelijden los te weken deze keer. De chefin maakt ons duidelijk hoe het nu juist zit met de uren voor de maaltijden en wij beloven de volgende keer netjes op tijd te zijn. We hangen onze hangmat op ons terras en genieten van een ijskoud pintje uit onze eigenste koelkast. Dan varen we langs de linkse oever, dan weer langs de rechtse. Langzaam glijdt het amazonewoud voorbij. Nu en dan een hutje of een klein dorpje. Vissers in hun kleine kano, grote schepen met hangmatten, op het ritme van de rivier. Na het avondeten dat we verorberen na een goedkeurende knik van de chef omdat we op tijd zijn, installeren we ons terug op het bovendek om afscheid te nemen van de tropenzon boven de amazone. Een koppeltje rivierdolfijnen maken ritmische sprongetjes in het gouden water. Heel stil worden we ervan. De goden van donder en bliksem echter maken van de afwezigheid van de zon misbruik en kondigen de komst aan van een tropische storm. Met het geluid van regendruppels die met duizenden tegelijk op ons terras uiteen spatten vallen we in slaap. De dagen dobberen rustig voorbij. Nu en dan vertragen we om mensen uit een kano te plukken en aan boord te nemen of net andersom. Wanneer we aanmeren bij een dorp kijken we naar mekaar. Wij vanaf de boot, over de ballustrade leunend. Zij (de dorpelingen) in een groepje vanaf de kade. Vracht wordt afgeladen. Sommige passagiers worden in de armen genomen en zijn weer thuis. Hoe belangrijk moet deze rivier niet zijn voor hen? In dit gebied zijn geen wegen. De rivier is hun levensader. Deze tijd van het jaar stroomt er echter wat minder bloed door de ader. De rivier is op zijn laagst (10 meter lager dan in het regenseizoen) en aanmeren is steeds weer een klein avontuur. We horen hoe de motors tot een hoogtepunt worden gedreven wanneer de boeg is komen vast te zitten in de zachte rivierbodem. Eén keer, de laatste dag van de reis, duurt het wel heel erg lang voor we los komen en wordt ons zelfs gevraagd om allemaal naar de achtersteven van het schip te gaan. Door het oponthoud arriveren we heel erg laat op onze plaats van bestemming, Tabatinga. De nacht is niet meteen het beste tijdstip om in deze haven rond te dwalen. We krijgen van de kapitein toestemming om nog een nachtje aan boord te blijven maar moeten er wel voor zorgen dat we om 05u van boord gaan. Samen met nog enkele reizigers zetten we na een korte nachtrust voet aan wal. In dit stadje ontmoeten Brazilië, Colombia en Peru elkaar. Het volstaat om de straat over te steken om terug in Colombia te zijn. Leticia heet het daar en het is zo mogelijk nog gezelliger dan Tabatinga. Het doet deug terug in Colombia te zijn en gaan er 's avonds lekker eten in het gezelschap van Randy en Ying, een Amerikaans koppel die we op de Monteiro hebben leren kennen. Na een gezellige avond kruipen we ons bedje in en voor ik naar dromenland vertrek voeg ik aan het lijstje van ´de riviren van mijn leven´ na de Molse Nete, de Dijle en de Zenne, nu ook de Rio Amazonas toe...