Reisverhaal «Nuthin(g) W(r)ong ? - deel 2»

Het jaar van 260 dagen (in de voetstappen van de Mayas) | Honduras | 0 Reacties 01 Maart 2012 - Laatste Aanpassing 12 Juni 2012

naar wat vooraf ging

Nu ons hart voor het avontuur gekozen heeft stroomt het bloed al een stuk sneller door onze aderen. Het eerste (voor)shot adrenaline wordt geïnjecteerd en we zijn zelfs nog niet aan boord van ons 'piratenschip'.
"Did you change your mind?" roept Aslak nog voor Daniel aanmeert aan het tankstation waar ook de Nuthin Wong heeft aangelegd. "Yes!" schreeuwen we. "Great!" Aslak springt van het dek en helpt ons met de rugzakken. De kapitein geeft me een stevige handdruk en schouderklop. "Our heart was bleeding when we saw you sailing" zeg ik. Clive knikt en glimlacht. "Welcome aboard" voegt hij er gemeend aan toe.
In de kajuit zoeken we een geschikte plek voor onze spullen en maken ons nauwe bed op. Het duurt niet lang of de eerste druppels zweet parelen op onze voorhoofden. Behoorlijk warm hier onder de waterlijn. Anita en Tom beginnen aan de boodschappenlijst voor de lange tocht naar Panamá. Het is heel wat: 7 witte kolen; 20 X 200gr pasta; 20 X pastasaus; 15kg rijst; 8 X 500gr havermout; 3kg ontbijtgranen; 3 grote potten pindakaas; ... 25kg bloem ... Ongeveer zeven dagen lang zullen zes hongerige monden moeten gevoed worden. Geen ijskast aan boord, dus het aandeel verse groenten en fruit zal eerder beperkt zijn. Met een watertaxi varen we naar Bonacca om er de proviand aan te kopen. Het (eiland) dorp heeft zo´n 6000 inwoners opeengepakt in kleine huizen op een lapje grond van amper 40 hectaren. Ze noemen het wel eens het 'Venetië van de Caraïben...' Het voelt erg Creools aan, best gezellig. Bijna iedereen verkoopt er wel iets. Met heel de bende - behalve de kapitein want die bewaakt het schip - stappen we eerst tot aan het migratiekantoor voor onze Hondurese 'uit-stempel' en om ons te laten registreren als 'crew members' van de Nuthin Wong. Terwijl de anderen aan de boodschappenlijst beginnen brengen Sammy en ik een bezoek aan de havenmeester om ons schip uit te klaren. Wat blijkt? De Nuthin Wong is al veel langer in de haven aanwezig dan toegelaten. De man achter zijn ijzeren bureau spreekt (vandaag) geen woord Engels en de conversatie verloopt behoorlijk stroef. 'Problem' staat wel in zijn 'diccionario Ingles' en hij herhaalt dit zeven letterwoord dan ook te pas en te onpas. Het kost ons twintig dollar om het hem af te leren...
Die avond houden we een mini BBQ op de achtersteven. Het gespreksonderwerp is de wind en als die mee wil, hijsen we morgen de zeilen. Erg spannend allemaal. Het duurt even voor we in onze kajuit/salon met minuscuul bed en onzichtbare 'hete luchtoven' de slaap kunnen vinden. Uiteindelijk worden we overmeesterd door het geluid van kabbelende golven tegen de romp en gaan we op reis naar nautisch dromenland. 
's Ochtends waait er nog steeds een stevige wind uit Oostelijke richting. De water reserves worden aangevuld en de kapitein laat een technieker komen om het probleem van lucht in de dieselleiding op te lossen. Wanneer de zon over haar hoogste punt heen is geven we de hoop op om vandaag nog te vertrekken. Anita's lekkere curry stilt de honger en mildert de teleurstelling.
Ook op zondagmorgen staat Kan (de Maya god van het Oosten) met bolle wangen te blazen. Omdat we niets beters te doen hebben laten we ons met de taxi naar Bonacca varen. "Hey het lijkt wel of de wind in kracht is afgenomen" zegt Anita hoopvol "of lijkt het maar zo?" Eenmaal terug op de boot willen we net aan ons ijsje beginnen wanneer de kapitein op het dek verschijnt. De anders zo rustige man is plots vol van energie. "Get ready!" roept hij. "Tom start the engine!" Al hoestend en kuchend verstoort de veertig jaar oude motor de serene stilte en spuwt zwarte rook de hemel in. "Wait untill I say so!" schreeuwt de kapitein furieus naar Aslak wanneer die een van de meertouwen wil losmaken. "Now" buldert hij enkele seconden later en voor we het goed en wel beseffen maakt de Nuthin Wong zich los van de kade en zet koers naar het Oosten.

 

Ships Log: Sunday 19 februari 2012 - 13:38h

LAT 16°.26'.170" - LON 85°.52'.003"
Course: 120 - Miles to waypoint: 186
Remarks:
Left Guanaja :-)

"Two reefs up at the mainsail" roept onze baas vanuit de met plexiglas en zeildoek gekunstelde stuurcabine. Sammy en Aslak springen op het dak van de kombuis en maken touwen los die rond het zeil en de bamboe rondhouten zijn gebonden. "You and Anita do the sheets" mummelt de kapitein met een vage zijdelingse hoofdbeweging. "Hu?" mompelen we, gooien een blik van vertwijfeling in mekaars richting en halen vragend de schouders op. Clive wijst in de richting van de twee touwen die links en rechts van de stuurhut aan een klauw zijn gebonden. Tom snelt ons ter hulp en doet teken dat we de koorden moeten los maken. De twee jongens staan ondertussen aan de mast en trekken uit volle kracht aan het lange touw dat tot helemaal boven aan de katrollen reikt. Er gebeurt niets. "Sheet out" roept Clive. Ergens diep vanbinnen weten we dat de boodschap aan ons is gericht maar we hebben geen flauw idee waar hij het over heeft. Tom doet teken dat we het zeel moeten laten vieren. Voorzichtig geven we het enige vrijheid. "More!" roept de mond met gouden tand als Sammy en Aslak weer tevergeefs proberen het zeil de hoogte in te krijgen. Langzaam begint het ons te dagen. Als zij trekken moeten wij lossen. "Tie off" klinkt het sibillijns. "Hu?" "Tie off!" weerklinkt het al even raadselachtig maar wel een stuk luider wanneer het zeil tot ver voorbij de rand van het schip hangt te wapperen. "Sheet in and tie off!!!" Met een blik van "Ja hallo, alsof met dat laatste nu alles plots duidelijk is zeker" kijken we mekaar en Tom aan. Zij en Sammy, die er ook is bijgekomen, halen het touw weer wat in en tonen ons hoe het aan de 'cleat' moet vastgemaakt worden.
Nu we de baai uit zijn merken we dat er toch nog redelijk wat wind staat. "Tegen de Oostenwind invaren is voor niemand prettig" zei Daniël gisteren. Ik begin stilaan te begrijpen waar hij het over had. De stevige bries stuwt korte golven voor zich uit waar wij, alsof we er geen enkele van willen missen, vrolijk op inbeuken. De horizon danst driftig op het nukkige ritme van de Caribische zee en biedt mijn ogen niet het gewenste houvast waar ik naar zoek. "One reef up at the front sail" keelt de oude man naast ons. "Het is niet waar he" denk ik "daar gaan we weer." Anita en Tom trekken aan het touw van de voorste mast terwijl ik een ander laat vieren ter hoogte van de tweede mast. Het zeil gaat omhoog maar aan het wild gegesticuleer van de kapitein -die tegen de oostenwind in woorden mijn richting uitstuurt die jammer genoeg overstemd worden door het golfgedruis en dus helaas net niet mijn trommelvlies bereiken- kan ik afleiden dat waar ik mee bezig ben niet helemaal aan de verwachtingen voldoet. Ik zie geen andere uitweg dan het touw vast te maken en te denken: "Dat ze het zelf maar uitzoeken..."
Enkele uren later zitten Anita en ik samen met Aslak hoog en droog op de achtersteven. Onze grollende gezagvoerder is al wat rustiger  geworden. De zee jammer genoeg nog niet. Binnen in het schip is het niet te doen. Het is er sowieso warm maar nu de motor draait is het er als in een sauna. Hier achteraan waait een verkwikkende wind die de nodige zuurstof aanvoert. Nadeel dan weer is dat het behoorlijk op en neer gaat. Het lijkt wel of je in een botsauto over een achtbaan sjeest. Aslak vraagt of alles nog ok is. De toon van zijn vraag en zijn vale huidskleur doen vermoeden dat het met onze Noorse vriend minder goed gaat. Ik wil nog vragen hoe hij zich voelt maar slik mijn woorden in. Voor hem is slikken geen optie meer. Aslak buigt zich over de balustrade en voedert de vissen. Wij houden voorlopig stand. Tom, die een tijdje benedendeks heeft verbleven, vertoont ook al de eerste sporen van inwendige miserie.
Omdat om de haverklap golven over het dek spatten moeten we een oplossing zien te vinden voor het luik boven het vooronder. Het bed van Aslak dat zich net onder dat luik bevind is al behoorlijk nat geworden. De lucht moet naar binnen kunnen en het water zou buiten moeten blijven. Geen eenvoudige klus. Vooral omdat vooraan het schip al even grote bokkesprongen maakt als achteraan. Een oplossing bedenken, tegelijk krampachtig proberen recht te blijven en geen horizon meer om op te focussen is niet echt gezond voor deze jongen. "Gaat het?" vraagt Anita bezorgd. "Ja hoor." "Are you OK?" vraagt ook de kapitein iets later. "Yes, no problem" zeg ik met een kleur die compleet het tegendeel bewijst en probeer de degout voor mijn boterham te verbijten. Normaal gesproken was het aan Anita en mij om voor de maaltijd te zorgen. Ik ben maar wat blij dat niemand er zin in heeft. ´k Zou ook niet weten hoe je dat in deze weersomstandigheden zou kunnen klaarspelen. Het vaaravontuur enthousiasme van het eerste ogenblik is zoals de ondergaande zon. Bijna volledig verdwenen. Iedereen voelt zich miserabel behalve de kapitein en Anita. "Wat is zij toch een taaie" denk ik vol bewondering en slik het opgebolde stukje smaakloos deeg waar ik de laatste vijf minuten op heb zitten kauwen dan toch maar door. Tot overmaat van ramp zit onze eerste wacht eraan te komen. We zijn met drie teams van twee. De klok rond heeft ieder duo zes uren wacht en is vervolgens twaalf uren vrij. Onze vuurdoop gaat om 18u van start en er wordt heel wat van ons verwacht:
* De boot besturen en liefst in de goede richting.
* Om de 15 minuten een 360 graden-check. Uitkijken dus naar schepen en ander spul dat al dan niet verondersteld wordt op zee rond te drijven. En, niet onbelangrijk, de wolken in de gaten houden.
* Om de  20 minuten de meters van de motor controleren: oil, gearbox, engine.
* Elk uur het logboek aanvullen: Time, Course, Tex, GB, Eng, Oil, Hrs, H.Tank, Bilge, Speed, Miles, Bar, Total Mls, LAT, LON, Remarks
* Om de 2 uur de bilge pomp opstarten en controleren of ze effectief ook het water vanuit de catacomben van het schip de zee in pompt en, last but not least
* Diesel van de grote tank overpompen in de kleinere. Voor dit laatste moet je via de badkamer, door een klein luik de machinekamer in. Vervolgens in gebogen houding balanceren op een stuk hout dat nog vettiger is dan een twintig jaar oude frietketel. Met de ene hand de dieselpomp bedienen terwijl de andere houvast zoekt ergens tussen al die draaiende ledenmaten van het afzichtelijke monster dat naast je als een bezetene tekeer gaat. En dat allemaal in het licht van één gloeilampje, bij een temperatuur van +40 terwijl je heen en weer geschud wordt als de ijzeren knikker in een flipperkast. Kan je geloven dat ik dat nu niet echt zie zitten?
Alsof hij onze gedachten kan lezen zegt hij met warme zachte stem: "Don't worry, I'll stay with you and guide you trough this." De brombeer van daarnet is zowaar in een teddybeer getransformeerd.
Het is aardedonker. Het rode licht van het kompas danst op en neer. Boven mijn hoofd zwiert het grootzeil in de wind. Dansende sterren aan het firmament. Niets staat stil, alles beweegt.
"Ik zen nie goe" denk ik en nog geen twee tellen later voel ik hoe mijn middenrif met boerse kracht samentrekt. Ik kan mijn hoofd nog net op tijd over de reling gooien. Mijn maag braakt golven van kots uit in de zee. Zuur vreet in mijn keel. De wind drijft wansmakelijk fluim vanuit mijn mondhoek over mijn wang waar het zich mengt met de traan die uit mijn ogen is ontsnapt. Met de rug van mijn hand veeg ik over mijn mond en ga terug zitten. Niemand zegt iets, dat heeft toch geen zin. De kapitein navigeert het schip. Anita neemt alle andere taken op zich en ik, ik zit en slik, in de hoop dat de acid binnen blijft...
 

Ships Log: Sunday 19 februari 2012 - 18:00h

LAT 16°.28'.337" - LON 85°.42'.749"
Course: 120 - Miles to waypoint: 181.4 - Speed 2.0
Remarks:
Lumpy and Bumpy

De tijd maakt al evenmin vaart als het verdomde schip waarop we verzeild zijn geraakt. Anita heeft op vraag van de kapitein het roer over genomen en is aan een gevecht begonnen tegen de krachten van de natuur. "Keep her as much as possible at 120" hoor ik de oude man zeggen. "Don't fight it, feel it." Maar er is geen houden aan. Ik zie hoe het stuurrad ongemeen hard terugslaat wanneer we door een golf gepakt worden. De zee gaat zo wild tekeer dat Anita zelfs een paar keer uit de stoel wordt gelicht en tegen het houten stuur smakt. Ze werkt keihard om toch maar zoveel mogelijk op koers te blijven. Ik ben nijdig, kwaad op mezelf omdat ik niet meer kan doen dan naast haar zitten en nu en dan onnozel te vragen "of het nog gaat?" Maar de ziekte van de zee heeft mij al mijn kracht ontnomen en de kapitein gaat het niet leuk vinden als ik zijn kompas onderkots.
Drie uur lang duurt Anita's strijd. Uiteindelijk neemt Clive terug over. Anita komt naast me zitten. Zonder woorden voeren we een kort gesprek. "En? Al spijt dat we onze luxe resort geruild hebben voor dit drijvende onding?" "Ge moogt gerust zijn!"
Ten langen leste is het 24h en zit de wacht erop. Voetje voor voetje dalen we af tot in de buik van het monster. Onze handen zoeken steun om de helling te trotseren. Ik wil mijn bed in maar de vulkaan in mij kondigt een nieuwe uitbarsting aan. Al strompelend bereik ik het toilet. Ook de pot, die al een stuk kleiner is dan een normaal exemplaar, weigert om, al was het maar twee seconden, stil te staan. Al bij al lukt het me om het gros van het vunzige vomitus in de plee te mikken. Nu nog twee kleppen openen, de zwarte draaiknop los schroeven tot voldoende zeewater zijn weg langs het porselein heeft gevonden. Zwarte kraan terug dicht, water wegpompen met de hendel en de twee kleppen sluiten. Wat een ellende! In het duister waggel ik terug naar mijn bed. "Eindelijk" denk ik wanneer ik mijn ledikant inkruip. "Oh nee, niet weer!" prevel ik twee seconden later en begin opnieuw aan de martelgang naar de wc.
 

Ships Log: Monday 20 februari 2012 - 06:00h

LAT 16°.24'.881" - LON 85°.15'.157"
Course: 120 - Miles to waypoint: 150.7 - Speed 4.0
Remarks:
Good Morning! Sunrise 06:01

Een nieuwe dag, een nieuw begin. Hoewel we geen dienst hebben zijn we redelijk vroeg uit de veren. Nog niet helemaal kiplekker misschien maar 'k voel me wel al een stuk beter. Spek met eieren zou iets te overmoedig zijn maar een kleine portie ontbijtgranen kan er wel in en blijft er gelukkig ook in. De zee verkoopt minder streken maar de wind blaast nog steeds uit de foute richting. We zijn dus nog niet van de hitte en de stank van de diesel verlost.
"Kijk eens wat een grote vis" zeg ik tegen Anita. We buigen ons over de rand en turen in het water. Een droom wordt werkelijkheid. In het licht van de zon zien we donkere silhouetten net onder het wateroppervlak langszij zwemmen. "Dolphins!" Eerst enkele aan stuurboord maar nu ook aan bakboordzijde. Een school van misschien wel dertig of veertig tuimelaars zwemt met ons mee. Spelend en springend maken ze ons zielsgelukkig. Iedereen is aan dek. Ook de kapitein toont een brede glimlach. Anita klimt helemaal vooraan op de boegspriet. Op het ritme van de deinen gaat ze. Enkele meter de hoogte in en dan helemaal naar beneden, tot waar ze de golven en de dolfijnen bijna kan aanraken. Alle ellende van het voorbije etmaal is alweer vergeten. Dit is waarvoor we gekomen zijn. Dit is de roep van de zee. Meer dan een uur lang bleven ze bij ons en wij bij hen.
Om 12h start onze tweede wacht. Ik heb wat goed te maken en neem het roer in handen. Zes uur lang is het vechten en zoeken naar de juiste cadans. Wanneer laat je haar gaan? Wanneer grijp je haar terug beet om bij te sturen? Het is een harde leerschool. Elke fout wordt meteen afgestraft met een gemene mep van het hardhouten wiel. Als een liniaal dat hard op je kneukels neerkomt. Ook onze oude zeerot zoekt het ritme. Dan weer worden zeilen bijgezet, dan weer worden ze ingehaald. En steeds moet het nu meteen en snel, alsof het leven ervan afhangt. Al vloekend en tierend bij elke fout. Hij is een man van de oude school…
Warme tinten van goud kleuren het scheepsroer en het kompas. Zon en zee smelten samen. Onze wacht zit erop. Op het achterdek genieten we van het schouwspel. De golven omarmen de oranje bol van vuur. We bewonderen het werk van de meesterschilder die de wolken voor het laatst kleurt en dalen in het duister af naar onze bedstee.
Tegen het lawaai helpen oordopjes, voor de warmte is er geen remedie.
Anita’s slaap is onrustig en net wanneer het wel wil lukken is het alweer bijna 6u. Wie de wacht opkomt zorgt ook voor de maaltijd. Anita maakt omelet met groenten. Zelf eten we er maar met mondjesmaat van. De eetlust is nog niet helemaal terug van weg geweest.
Het wordt tijd dat de scenario schrijvers eens wat anders verzinnen. Nog steeds doen we aan motorsailing met veel motor en weinig sail. Nog steeds is de wind de spelbreker en worden we omringd door eindeloos veel water. Net zoals de naald gevangen zit in het kompas dobberen wij rond op een immens grote perfect ronde plas, onder een stolp van blauw met witte wolkjes. Wat we ook proberen, de 360° horizon blijft onbereikbaar.
De tijd neemt haar tijd en zes uren kruipen langzaam voorbij. Een meer zuidelijke koers zou ons extra vaart kunnen geven maar omdat de situatie voor de kust van Nicaragua momenteel vergelijkbaar is met die van Somalië blijven we tegen de golven opboksen om nadien koers te wijzigen en ver weg van de gevarenzone naar beneden te zeilen.
Straks, om 24h, onze eerste nachtwacht. Ondanks de warmte gaan we in de kajuit op zoek naar enkele uren van slaap. En plots is er stilte. De motor zwijgt. We horen dat er reefs worden bijgezet. Zou de wind dan eindelijk gekeerd zijn?
 

Ships Log: Tuesday 21 februari 2012 - 14:00h

LAT 16°.08'.994" - LON 83°.53'.945"
Course: 135 - Miles to waypoint: 32.62 - Speed 1.5
Remarks:
Engain off Sailes on. New Waypoint: 15°.54/83°.29

Ik wil in alle rust mijn ogen sluiten maar merk net voor de eerste mast een lek. Een gelige vloeistof druipt van het plafond. Gelukkig ruikt het niet naar diesel of iets dergelijks. We halen er de kapitein bij. “Hmm” mompelt hij “Vreemd, ik zou niet weten van waar dat kan komen. Prop er maar een vod in” zegt hij en weg is ie weer. Nu er extra zeil is bijgezet helt het schip nog meer naar stuurboord over. Met de stilte is ook een nieuw geluid hoorbaar. Dat van klotsend water. Niets ongewoon op zee ware het niet dat het van binnen komt en niet van buiten. Er staat altijd wel wat water op de bodem van een vaartuig maar nu horen we het niet alleen, we zien het ook! “Is normaal” zegt Sammy als we hem erover aanspreken. “Komt omdat we zo fel naar stuurboord overhellen.” “Dat zal dan wel zeker” antwoorden we, maar twijfelen serieus aan zijn theorie.
De boord van ons bed komt maar enkele centimeter boven het matras uit. Het lijkt wel of je elk moment uit je bed gaat tuimelen. Desondanks wint de vermoeidheid en val ik in slaap. Tot, ons zeilschip plots weer horizontaal komt te liggen en enkele seconden later – we zijn ondertussen klaarwakker – in een klap al krakend naar bakboord kantelt. Heel wat spullen die door het ruwe weer op een hoopje waren gegooid, schuiven van rechts naar links. Een ton water van 70 liter doet met een bons hetzelfde en slaat om. Ik word onder gespat maar voel meteen dat het geen water is. In een wip zijn we ons bed uit. Ik kijk naar mijn broek en merk donkere spatten van boven tot onder. Anita kijkt me met grote ogen aan. Ik voel aan het vocht op mijn lijf en kijk naar mijn hand. “Olie!” “Clive there is oil leaking!” Al grollend daalt hij af tot in de kajuit. Hij kijkt me aan. “Waar komt dat vandaan?” vraagt hij me. “Geen idee” zeg ik “het enige wat ik weet is dat de we plots naar bakboord kantelden en ik een hele klets olie over me kreeg.” “Hmm, vreemd” mompelt hij. “Hier lopen nergens olieleidingen. Zoek uit vanwaar het komt en ga je schoonmaken” zegt hij en weg is ie weer. Op het dek helpt Anita me om de vuiligheid van mijn lijf te wassen met zeewater en shampoo. We beloven mekaar om nooit meer een voet op een boot als deze te zetten… Ondertussen is de wind terug in de zeilen en hellen we weer naar de vertrouwde zijde over. We weten nu ook dat de motor uit is, niet omdat de wind gedraaid is maar om diesel te sparen. Er is al veel meer verbruikt dan voorzien. De eerste twijfels over de technische voorbereiding van deze tocht steken de kop op.
Om 16u is het gedaan met de rust. Met enkel de zeilen geraken we nergens. De motor draait weer op volle toeren.
 

Ships Log: Tuesday 21 februari 2012 - 22:00h

LAT 15°.59'.705" - LON 83°.40'.273"
Course: 130 - Miles to waypoint: 14.14 - Speed 2.5
Remarks:
Bilge pump Fucked

Al dat water bleek dus toch niet ‘normaal’ te zijn. Een kleine maar belangrijke pomp op de bodem van het schip heeft de geest gegeven. Dat wil dus zeggen dat we regelmatig met een beker en een emmer het water manueel moeten lozen via het toilet. Niet plezant maar wel levensnoodzakelijk. Van rusten komt niet veel in huis en vlugger dan gehoopt is het middernacht. We hebben koers gezet naar de Cays. Een eilanden/riffen groep ongeveer 50km zee inwaarts waar de kust van Honduras een scherpe bocht naar het Zuiden neemt, iets ten Noorden van de beruchte Cabo Gracias a Dios. De kapitein hoopt daar aan de nodige diesel te geraken. “Zijn de eilanden bewoond?” vragen we. “Geen idee” antwoord de kapitein “ik ben er nog nooit geweest maar ik denk het niet.” “En de diesel dan?” “Ik hoop dat we er vissersboten zullen treffen die ons brandstof willen verkopen.” “Is er een plan B?” vraagt Aslak met een bezorgd, cynische ondertoon. De kapitein kijkt onze Noorman strak aan. Einde conversatie…
 

Ships Log: Wednesday 22 februari 2012 - 00:00h

LAT 15°.57'.715" - LON 83°.37'.582"
Course: 130 - Miles to waypoint: 10.46 - Speed 1.4
Remarks:
Engine Off

Omdat de eilanden omgeven zijn door riffen wil de kapitein er niet voor zonsopgang arriveren. De motor gaat weer uit. Zeilen worden bijgesteld. Clive geeft ons de laatste instructies voor de nacht en gaat naar zijn hut. Wij blijven alleen achter. Ik heb het roer in handen. Anita vult, in het flauwe licht van het schrijflampje, het logboek aan en tekent onze positie op de zeekaart. Even later blijft enkel de rode schijn van het kompas. De duisternis onthult haar geheimen. Sterren bevolken de reusachtige koepel boven ons. Hoe langer hoe meer. Schuin, rechts voor ons pronkt het Zuiderkruis. De flanken van de Nuthin Wong beroeren nu en dan het plankton dat oplicht in magisch fluo-groen en ver achter ons weer dooft. We zien nu ook de weerkaatsing van het groene stuurboord licht op het gitzwarte water. Nu en dan denkt een vliegende vis dat hij een vogel is en zweeft ettelijke meters over de golven. Hoewel de zee zich nog steeds als een bitch gedraagt en we zo goed als geen vooruitgang boeken, genieten we met volle teugen van het samen zijn in eenzaamheid. Met z’n twee zeilen door de donkere nacht. Het gevoel is onbeschrijflijk. Een ster valt. Anita mag een wens doen. Ik hoop dat haar verlangen waarheid wordt.
Wanneer de zon zich boven de golven verheft verschijnt ook de kapitein aan dek. Er is in de verste verte nog geen eiland te bespeuren. Door wind en stroming hebben we vannacht amper 6 mijl afgelegd (1 zeemijl = 1,85 km). De motor gaat aan en wij kruipen ons bed in.
Na slechts drie uur slaap zijn we terug aan dek. Met de regelmaat van de klok laten we onze blik over de golven dwalen maar niets breekt de eindeloosheid van het water. Tot, om een uur of elf een grijze stip het wishfull thinking overstijgt. “Island!” roept Aslak.



 

Ships Log: Wednesday 22 februari 2012 - 11:00h

LAT 15°.51'.423" - LON 83°.23'.748"
Course: 120 - Miles to waypoint: 2.37 - Speed 3
Remarks:
Cay in Sight

Langzaam tekenen de contouren van een klein stuk land met palmbomen zich af en, niet onbelangrijk, iets dat op een schip lijkt. Uitgelaten staan we op de tippen van onze tenen te trappelen. Vreemd wat een lapje grond na enkele dagen zee met een mens al niet kan doen. Wanneer de vissersboot binnen radio bereik komt roepen we hem op maar krijgen geen gehoor. Een volgende poging zal voor later zijn want nu is het alle hands aan dek omdat we niet alleen de eilandengroep, maar ook de omringende riffen naderen. De zeilen gaan naar beneden. Ik moet helemaal vooraan op de boegspriet post vatten. Aslak haalt zijn klimharnas boven en klautert de voorste mast in. Roest en modder spetteren in het rond wanneer wat later de zware ketting met luid geratel over de rand van het schip duikt, het anker achterna. Omdat we nog steeds geen gehoor krijgen via de radio roeien Sammy en Aslak met de dingy tot bij de Telstar. Roeien is duidelijk geen specialiteit van het Noors-Engelse duo en even vragen we ons af waar ze nu eigenlijk naar toe peddelen. De matrozen van de Telstar zijn aan dek verschenen en helpen de twee aan boord. “We mogen zoveel diesel kopen als nodig” zegt Sammy terwijl hij terug de Nuthin Wong opklimt. “Yes!” gebaart onze skipper opgelucht. Voorzichtig varen we tot bij onze redders en binden onze neus aan hun staart. De begroeting is hartelijk. De vissers van de Telstar zijn wel wat gewoon maar zoiets als deze vreemde eend in de bijt hebben ze nog niet vaak gezien. Vol verwondering komen ze aan boord, kijken hun ogen uit en krabben af en toe in het haar. Met jerrycans versassen we vijfhonderd liter diesel. Water mogen we gratis hebben, zoveel we maar willen. Een tuinslang douche met fris zoet water. Wat is er mooier in het leven? Is het omdat ze ons zo leuk vinden of omdat ze medelijden met ons hebben, wie zal het zeggen, maar voor ze vertrekken haalt de kapitein van de Telstar twee grote zakken vers gevangen scampi’s uit het koelruim. Een van zijn mannen doet er nog een zak met broodjes en een grote fles bevroren water bij. Dan maken ze zich los en zetten koers naar Roatán. Wij ankeren ons aan hun boei en blijven alleen achter. “Jullie hebben geluk gehad” zei hij nog. “In het seizoen ligt het hier vol met vissersboten. In deze tijd van het jaar zijn wij de enigen…”
De zee is rustig, de zon gaat onder en verlicht nog even de gebroken golven op het rif en het onbewoonde eiland Cayo Vivorillo dat er achter ligt. Op het achterdek is het feest. Scampi BBQ. Nog nooit hebben we ze zo vers gegeten. Dat deze diertjes niet koosjer zijn zal voor Tom vandaag worst wezen. Voor het eerst in haar leven eet onze Joodse vriendin scampi’s en aan de smekgeluiden te horen zal het niet de laatste keer zijn. We smullen tot er geen garnaal meer bij kan. De sfeer is opperbest. De kapitein heeft duidelijk een pak minder zorgen en heeft zijn blij humeur terug gevonden.
Uit Aslak’s gitaar weerklinken de tonen van Eddy Vedder’s ‘Guaranteed’ (Into The Wild). Gelukkig moeten we vannacht nergens meer heen.
 

Ships Log: Thuersday 23 februari 2012 - 07:0h

LAT 15°.49'.500" - LON 83°.18'.600"
Course: 135 - Miles to waypoint: 2.37 - Speed 2.5
Remarks:
New WP: 15°.46/83°.03
       Left Vivorillo

 

Weer zijn we op weg. Nog één keer kijken we om naar het paradijsje achter ons. Onze dag begint met een scampi brunch. Als vier uurtje hebben we scampi uit het vuistje en het avondmaal heeft pasta met royaal veel scampi’s op het menu. Met een overdosis aan maxigarnalen beginnen we aan onze wacht van 18h. Vivorillo ligt ver achter ons. Het goede nieuws is dat Sammy de bilge pomp terug aan de praat heeft gekregen. Voor het overige is alles zoals voorheen. Opnieuw zijn we omringd door oneindig veel water en wind uit de verkeerde richting. Een beetje anders is het varen zonder navigatielichten. In deze contreien willen we immers geen slapende honden wakker maken.
Ook 24 februari verloopt niet veel anders. De kapitein van de Telstar had een Noord-Westen wind voorspeld. Dit zou ons vleugels hebben gegeven maar niets is minder waar. We bevaren een ellendig gebied. Ondiep, onrustig met winden en stromingen die een vals spel spelen. Het weer is bovendien ook een stuk onstabieler geworden. Dan weer schijnt de zon, dan weer brengt een donkere wolk in een mum van tijd regen met zich mee. Nog voor je de stuurhut kan dichtritsen ben je al drijfnat. Eenmaal dicht veranderd er niet zoveel want het ding is zo lek als een vergiet. Tien minuten later is de zon weer van de partij en mag je de net ingehaalde reef weer de hoogte intrekken. De motor heeft ook al enkele keren kuren verkocht maar met een serieuze geut nieuwe olie voelt hij zich weer een stuk beter.
 

Ships Log: Friday 24 februari 2012 - 20:00h

LAT 15°.06'.591" - LON 83°.13'.920"
Course: 170 - Miles to waypoint: 12.42 - Speed 2.5
Remarks:
Wind Picking Up

Onze wacht van vandaag eindigt samen met die van de zon. Hondsmoe klauteren we ons bed in. Van slapen komt aanvankelijk niet veel in huis. De H-tank is bijna leeg. Boven onze hoofden is het een heen en weer van jerrycans. De geur van gemorste diesel vindt zijn weg tot in onze neusgaten. Uiteindelijk wint de vermoeidheid en glijden we weg in een diepe slaap.
“Wake up!” fluistert een nerveuse stem. Een hand grijpt mijn schouder beet en schudt de rust ruw uit mijn lijf. We veren recht. In het flauwe licht van zijn hoofdlamp zie ik Aslak’s benauwde gezicht. “Quick, the captain want’s you all to get up and ready… now!”

naar het vervolg van dit verhaal
 

Extra filmpjes bij dit verhaal:
Dolphins I & Dolphins II

Nuthin Wong I & Nuthin Wong II & Nuthin Wong III

 

 

 

 

Fotoalbums van locatie «Honduras»

Nuthin Wong (27)

01 Maart 2012 | Het jaar van 260 dagen (in de voetstappen van de Mayas) | Honduras | Laatste Aanpassing 25 April 2012

  • Honduras - 03012012 - Nuthin Wong - IMG 7157

 

Plaats een Reactie

 

      
This site is only viewable in landscape mode !
Session Tracking