Reisverhaal «Nuthin(g) W(r)ong ?»

Het jaar van 260 dagen (in de voetstappen van de Mayas) | Honduras | 3 Reacties 01 Maart 2012 - Laatste Aanpassing 20 Juni 2012

Naar wat vooraf ging

Wie ons Caribisch avontuur van vier jaar geleden gelezen heeft, begrijpt dat in ons geval de Boney M cover, 'By the Rivers of Babylon', stante pede een oprisping van neurotische agitatie veroorzaakt. Zeker wanneer we deze belegen meezinger te horen krijgen in een taxi, op weg naar de haven waar we nota bene binnen een klein uur de boot zullen nemen met bestemming Roatán in de, jawel, Caribische zee. "Als dat maar goed komt" fluisteren we mekaar met een bang hart toe. Maar, het zonnetje schijnt, de lucht is blauw en na iets meer dan een uur rustig deinend over vreedzaam kabbelende golven kunnen we al kokosnoten zien bengelen in de palmbomen van een van de Islas de la Bahía, op zo’n 32km ten Noorden van de kust van Honduras. Het is er iets drukker dan verwacht omdat net twee gigantische cruiseschepen zijn aangemeerd en het is toch wel even zoeken voor we het geschikte 'nido de amor' gevonden hebben.

Lost Paradise Inn at peaceful West End village in Roatán, stands on a white sandy beach fringed with coconut trees on a lovely calm bay sheltered by a closed in barrier reef washed by inviting, warm, crystal clear emerald waters.

‘The perfect spot' om de Valentijns hartstochten te laten uitpalmen als je het mij vraagt. Omdat vrouwen nu eenmaal beter zijn in romantiek dan mannen ontleen ik voor het vervolg van deze love story graag enkele zinnen uit het dagboek van Anita.

Citaat :
ü Dag 29: dinsdag 14 februari 2012



 


We zijn al een paar maal de mooie hutjes van Lost Paradise Inn voorbij gewandeld en beslissen het er toch op te wagen. Met Valentijn mag het al eens 'een ietsje meer zijn'. We hebben geluk. Er is er eentje vrij met 'sea view', slechts enkele meter van het water verwijderd. Het houten terras van de chalet gaat over in een pier die naar een prieel leidt een eindje verder boven de azuurblauwe golven. Als dat niet romantisch is. We zijn meteen verkocht. Met wijd open armen vlei ik me neer op het zachte queen-size bed. Nat gaat pintjes halen. Hij blijft lang weg en komt uiteindelijk terug zonder. "´k Had een babbel met de eigenares" zegt hij. “Oh, niet zo veel” antwoordt hij laconiek wanneer ik hem vraag wat ze te vertellen had… Dus gaan we maar een biertje drinken buitenshuis. In een café letterlijk boven de zee. Tegen een van de houten pijlers is een stukje papier geniet. Een kapitein is op zoek naar een crew voor een zeiltocht naar Panamá. Nat stevent meteen op de bloedmooie barmeid af voor meer info. Ja, ja, als het moet kan hem rap zijn, ons Natje .
We doen nog wat boodschappen voor het ontbijt en keren terug naar onze kleine villa op het strand. Nat neemt me mee naar het prieel boven het water om er foto’s te nemen van de zonsondergang. En wat staat er daar? Een tafel, gedekt met wit tafellinnen, wit servies en zilveren bestek. Het bord dampende bouillabaisse wordt geflankeerd door een slaatje met knapperig bruin gebakken croutons. Gouden bubbels parelen op vanuit het hart van ranke glazen. In de ijsemmer koelt een fles die de naam Champagne draagt. In het oranje vuur van de zon die aan de horizon in de golven verzinkt klink ik ontroerd het glas. De soep en het slaatje zijn overheerlijk. Het warme licht van de olielamp danst in de ogen van mijn geliefde. Beneden ons sterven ruisende golven vredig op het strand. Boven ons baart de hemel miljoenen sterren voor één nacht. Een meisje die haar binnenpretjes maar moeilijk kan verbergen komt naar ons toe en serveert… kreeft. Ook dat nog! Het is een heerlijk, prachtige avond. Nadat de limoen taart onze lippen zuur en zoet heeft geprikkeld, wandelen we hand in hand naar ons hutje voor een perfect einde van een heerlijke dag
...

einde citaat

De ochtend van de 15de februari begint met nagenieten van een mooi, romantisch Valentijn, een zwemmeke voor- en een ontbijt op ons terras. Ik pleeg een telefoontje met de kapitein en kom te weten dat zijn schip in Isla Guanaja voor anker ligt. Hij wil dit weekend afmeren. Voor we verder afspreken willen we uiteraard eerst het internet raadplegen. Een ezel stoot zich immers geen tweemaal aan dezelfde steen. Het is niet lang zoeken voor we op artikels over Captain Clive Hammond stoten. Hij ziet eruit als,… als,… wel euh, niet als Johnny Depp alias Captain Jack Sparrow. Zijn schip, type Chinese Junk, heeft hij zelf gebouwd en bevaart er al twintig jaar zowat alle wereldzeeën mee. Al die avonturen heeft hij neergepend in zijn eerste boek ‘No Fixed Address’ en een tweede is in de maak. We vinden niet echt slechte commentaren en spreken met hem af dat we de volgende dag een kijkje zullen komen nemen. Daarvoor moeten wel van het ene eiland naar het andere geraken. Hoewel een boot op het eerste gezicht de evidentie zelve lijkt, kost het ons bijna een ganse dag om erachter te komen dat dit niet het geval is. Met een minibus rijden we naar Coxen Hole en van daaruit weer verder naar Oak Ridge, helemaal aan de andere kant van het eiland. Ginds wordt al vlug duidelijk dat, als je er al een vindt die bereid is de overtocht te maken, een speedboot tot Guanaja handenvol geld gaat kosten. Onverrichter zake keren we terug. Er zal niets anders opzitten dan de volgende dag de ferry te nemen naar het vasteland en naar Guanaja te vliegen.
De nieuwe dag begint nog voor zonsopgang en het gaat snel. Om 06u nemen we afscheid van onze chalet met ‘sea view’ en stappen in de taxi die ons naar de haven brengt. Om 07u kiezen we het ruime sop en rond 08.30u hebben we weer vaste grond onder de voeten. Een zwaar verminkte taxi, vol met deuken en gebarsten vooruit (kokosnoot) en een grote zwarte chauffeur die veel aardiger blijkt dan hij er op het eerste zicht uitziet, voert ons naar de luchthaven. Van zodra we “Guanaja” uitpreken liggen onze rugzakken op de band aan de incheckbalie. “Ja maar we moeten nog langs de geldautomaat” protesteren we. Na heel wat gedoe en veel drukdoenerij leggen we onze mochilas opnieuw op de weegschaal en checken om 09.25u in voor de vlucht van 09.30u Een telefoontje van de baliebediende houdt het vliegtuig aan de grond. De veiligheidscontrole gaat wel heel erg snel en enkele tellen later schudden we de hand van de piloot die trappelend van ongeduld naast zijn Tsjechische Let L-410 op ons wacht. Nog geen half uur later zien we vanuit de hoogte, links van ons Roatán waar we vanmorgen zijn vertrokken. Even nadien slaken de banden een gil wanneer ze het beton raken van de korte landingsbaan van Guanaja. De man van de watertaxi weet meteen over welke boot we het hebben. Het Amerikaanse koppel dat naast ons stapt op de pier weet het ook. “Are you going to sail with Clive?” vraagt hij met een intonatie waaruit ik enige voorkennis en leedvermaak kan afleiden. “Hmm, interesting” voegt zijn vrouw er een beetje geheimzinnig aan toe. “Hmm, hmm, interesting” zeggen ook wij wanneer we de pier opklimmen waar de Nuthin Wong ligt aangemeerd.

Het schip ziet er op zijn zachts gezegd ongewoon uit. De boeg met lange boogspriet, de hoge achtersteven met een soort van uitgebouwde zithoek. Een ongewone dame met karakter, dat zeker en vast, maar aan de andere kant kan ze haar leeftijd maar moeilijk verbergen. Zelf gemaakt hadden we ergens gelezen en dat zie je ook. Wat een mens met wat oud ijzer, plexiglas, twee afgedankte telefoonpalen en een bussel bamboe al niet  gebricoleerd krijgt. Vervang de Canadese vlag nog door een zwarte met doodshoofd en het plaatje is helemaal af. Twee twintigers springen op de aanlegsteiger en heten ons welkom. Via een smalle trap dalen we af tot in de kombuis. "Welcome aboard" spreekt een zachte stem van achter een smalle houten tafel. Een brede glimlach ontbloot een gouden tand die dringend een behandeling met Flintoline goudpolish nodig heeft. Er is trouwens wel meer in deze keuken dat een  beurt met wat voor reinigingsmiddel dan ook, kan verdragen. "Make yourself comfortable. Sammy en Tom will show you around. She made a nice bunk (bed) for you."   En dus worden we op sleeptouw genomen door Sammy, een Engelse jonge man uit Londen, en Tom, een Israëlische jonge dame. We zakken nog wat verder af in het ruim. "Rechts de badkamer, links mijn bed" zegt Tom. "En dit is die van jullie" zegt ze enkele stappen verder. Ik kijk even rond om zeker te zijn dat het dit is wat ze bedoeld maar er is er maar één, dus moet het deze smalle plank wel zijn. "'t Is misschien een beetje krap" zegt ze alsof ze mijn gedachten kan lezen. "Geeft niet, we liggen graag dicht bij mekaar." Boven het bed liggen reddingsvesten. "Dat is positief" denk ik "er zijn er en ze liggen letterlijk binnen handbereik." Een zwart dun doek met wasspelden aan een koord geknepen is zowat het enige attribuut dat voor wat privacy kan zorgen. Rechts van ons is het 'salon' dat net zo lang is als ons bed en gelukkig een ietsje breder. Twee stappen verder in de voorsteven zijn nog enkele 'stapelbunks'. "Hier slapen Aslak en ik" legt Sammy uit. "Aslak is er even niet maar je zal hem straks wel zien." Terwijl het meisje uit Israël ons in grappig Engels uitlegt hoe het toilet werkt, borrelen herinneringen van onze trip van vier jaar geleden op uit de catacomben van verdrongen nachtmerries. De twee jongelui moeten weg en de kapitein kijkt nog even iets na op de computer, zodat wij een moment kunnen bezinnen op het verhoogde platform op de achtersteven. Wachtend op het eerste woord van de ander kijken we mekaar aan en fronsen de wenkbrauwen. "Wat denk je?" vraag ik. "Tja..." antwoordt Anita. "Dit hebben we al eens gedaan hé" zeg ik "ik denk niet dat we het nog eens moeten doen." "Ok, het is misschien niet zo erg als de vorige keer" gaan we beiden verder. "De boot is een stuk groter, alles ziet er wat oud en versleten uit maar toch heel wat beter dan de Tarona. Het stinkt niet en de kapitein ziet er een redelijk toffe pee uit. Maar je weet hoe het gaat, eenmaal op zee worden de omstandigheden er niet beter op en de graad van comfort op dit schip is niet echt om over naar huis te schrijven..." Enkele minuten lang passeren argumenten pro en contra de revue. Hoe graag we ook nog eens willen zeilen, we gaan uiteindelijk terug naar de kapitein en laten hem weten dat we beslist hebben niet mee te gaan. We vertellen over onze ervaringen met kapitein Perr en de Tarona. Hij vindt het jammer maar heeft er alle begrip voor. Het is belangrijk voor hem dat we ons goed voelen op zijn schip en als dat niet het geval is dan is het beter om niet met hem in zee te gaan. "Waar gaan jullie naar toe?" vraagt hij. "Geen idee" antwoorden we, "nu we hier toch op Guanaja beland zijn gaan we waarschijnlijk wel enkele dagen blijven." "Op de heuvel woont Daniël" zegt de kapitein nog wanneer we afscheid nemen. "Hij heeft er een resort, misschien kunnen jullie daar wel overnachten." "Resort?" repliceren we met een frons. "Daniel is een goed man, praat met hem, misschien kan hij wel iets regelen. Zeg maar dat ik je gestuurd heb" voegt hij er nog aan toe.
Na een korte klim ploffen we onze rugzak neer op de patio van een gigantische koloniale villa die stijl en klasse uitstraalt met imponerende bijwerkingen. Twee papegaaien zitten wat te keuvelen in een grote antieke vogelkooi. Op het terras dat helemaal langs de lange zijde van het huis doorloopt staan zware tafels en stoelen in tropisch hardhout. Plafond ventilators met grote houten schoepen blazen onverstoorbaar de koelte over ons heen. "Hello" roepen we door de openstaande dubbele deur. Een veertiger in jeans en bezweette T-shirt komt tevoorschijn. "Welkom, ik ben Daniël" zegt hij "vergeef me deze outfit maar ik was net de wijnkelder op orde aan het brengen. Hoe kan ik jullie helpen?" We doen ons verhaal maar geven meteen ook te kennen dat deze plaats nog veel mooier is dan we van Clive hadden begrepen en waarschijnlijk niet echt binnen onze budgettaire marges zal vallen. "Wacht even" zegt Daniël "ik vind het jammer dat jullie die hele trip voor niets hebben moeten maken, ik weet hoe het is om te reizen als backpacker." Even denkt hij na. "Weet je wat, neem eens een kijkje in een van onze villa's. Als het jullie bevalt praten we verder." "Ms America (de huishoudster) will show you around." We stappen over een pad langs weelderig groen. Prachtige tuin met grote bomen die de zonnestralen filteren en de hitte intomen. De entree van de villa in marine stijl spreekt boekdelen. America opent de voordeur. "Wow", we kunnen verbazing en bewondering maar moeilijk voor ons zelf houden. In de vestibule is er meteen rechts een kleine badkamer die een extra doorgang naar buiten heeft - kwestie van niet met zoute, zanderige voeten door de hal te moeten - en gaat over in een open keuken die aansluit bij de eetkamer en grote living. America opent een van de glazen deuren en laat ons een kijkje nemen op het riante terras. Beneden ons, aan de voet van de heuvel vindt het maagdelijk witte strand zijn weg naar smaragdkleurige golven. Rechts van de woonkamer is er een slaapkamer met tweepersoons (hemel) bed. Achter de bedwand gaat een grote badkamer schuil waar  zachte handdoeken en zeepjes allerhande liggen te wachten om (onze?) huid te vertroetelen. Ook hier heeft de douche een extra exit naar de buitenwereld. Uiteraard kan aan deze slaap- en badruimte geen terras met zeezicht en tweepersoons hangmat ontbreken. Links van de woonkamer nog een slaapkamer met, hoe kan je het zo snel raden, een eigen badkamer, kingsize terras en dito hangmat. Blij dat we het al eens mochten zien maar in de wetenschap dat dit niet echt spek voor onze bek is stappen we terug naar La Casa Grande waar Daniël op ons wacht. "En?" vraagt hij "wat vind je ervan?" "Heel erg mooi, een droom" antwoorden we "maar we vrezen dat dit net iets te hoog gegrepen is" voegen we er al lachend aan toe. "Kom we gaan even zitten" zegt hij. Wat toen gebeurde kunnen we nog steeds niet vatten. Met verstomming geslagen kijken we hem aan. Omdat we niet meteen reageren zegt hij: "Weet je wat, we doen het ontbijt er ook bij en vanavond dineren jullie mee met ons." Nog steeds zitten we daar zonder klank. "Ik laat jullie even overleggen" voegt hij er aan toe en staat op. We kijken mekaar aan met een blik van was dit echt of hebben we gedroomd. We gaan Daniël achterna en vragen hem of we mekaar inderdaad goed begrepen hebben. "Natuurlijk" zegt hij "ik zal er nog wat biertjes bij doen." "Dan blijven we tot zondag" zeggen we en schudden hem dankbaar de hand. Onze woorden zijn nog niet koud of twee sterke mannen dragen onze rugzakken naar 'villa Isabel'. Voorzichtig, alsof een bruuske beweging de zeepbel uit mekaar zou kunnen doen spatten, verkennen we onze nieuwe hemel op aarde. Er wordt geklopt. De twee gasten dragen een grote ijsgekoelde koffer binnen die tot aan de rand met frisdrank en bier is gevuld. We proberen alle bedden even uit, leggen ons in de zetel, schommelen in de schommelstoelen, nestelen ons in de grote hangmat, kijken met de handen steunend op de balustrade naar de oceaan.  De enkele kledingstukken die we rijk zijn schikken we in een van de vele kasten en proesten het uit. We stappen door het mulle zand van ons privé strand en kijken vanop een rots naar de zonsondergang. Rond een uur of acht maken we ons op, doen onze 'zondagse kleren' aan en wandelen het met kaarsen verlichte Casa Grande binnen. Niet veel later verschijnt een man die zich voorstelt als architect Lane. "Hebben jullie al iets te drinken?" vraagt hij. "Nee, wat denk je van een wijntje? Jullie zijn Belgen en moeten dus wel iets van wijn afweten. Kom maar mee kiezen in de wijnkelder." "Komaan" zegt hij wanneer hij onze aarzeling bemerkt "´t is ok, ik ben immers de eigenaar" en lachend gaat hij ons voor. Daniël en Lane dineren niet met ons omdat ze heel wat te bespreken hebben en dus krijgen wij, als figuren uit Alice in Wonderland, de grote eettafel voor ons alleen. "Laat ons er een Valentijns week van maken" en met een knipoog klinken we de met Bourgogne gevulde glazen. En weer was het een nacht die je normaal alleen in films ziet...

Ook de volgende ochtend gaat het sprookje gewoon verder en verwent America ons met een ontbijt dat er drie waard is. Rond een uur of tien kunnen we met Daniël mee naar de Cay waar hij inkopen gaat doen. In het prieel aan de kade hangt een bord waar in fijne krijtletters 'Welcome Nathaniël and Anita' staat geschreven. En daaronder 'Villa Isabel'.
Ook de Nuthin Wong maakt zich klaar om naar het dorp te varen en dus gaan we even dag zeggen en afscheid nemen van Tom, Sammy, de kapitein en Aslak. We wensen hen een behouden vaart en springen in het bootje van Daniël. Na een uurtje 'shoppen' varen we terug. De Nuthin Wong zeilt in vol ornaat langszij. "Kijk, kijk" roepen we en zwaaien naar de jongens op het dek. Het is een prachtig zicht. Als een trotse draak met opgeheven hoofd en gespreide vleugels zweeft ze langzaam over de golven voorbij. We worden er stil van en kijken haar na tot ze uit het zicht is verdwenen.

In onze hangmat op het terras van villa Isabel schommelen we zwijgend heen en weer. "Ik denk dat we de juiste beslissing hebben genomen, niet?" verbreek ik de stilte. "Ik denk het ook" repliceert Anita "we hebben voor een keer eens ons verstand laten oordelen." Weer volgt een lange stilte. "Wat denk je?" vraag ik. "We gaan er sowieso spijt van krijgen" antwoordt Anita. "Doen we het niet dan beklagen we het ons achteraf.. Doen we het wel dan kan je er donder op zeggen dat het ons zal berouwen." "Hmm" bevestig ik "we moeten voor een keer ons verstand gebruiken."
...
"Kijk Lane" zeg ik even later. "Als aan het einde een mens terugblikt op zijn leven heeft hij meestal meer spijt van de dingen die hij niet heeft gedaan dan van de dingen die hij wel heeft gedaan." "Are you going to do it?" vraagt Daniël die zijn wijnkelder achter hem heeft gelaten om het gesprek te volgen. "Yes" antwoorden we. "Yes!" roept Daniël, "Clive is going to be so happy."

En dus, hoe onwaarschijnlijk het ook moge klinke, ruilden we links voor rechts...




 

NatinA's Log
Oceandate : 12.19.19.2.12 (19 februari 2012)

13:38u
Nat stuurt SMS naar zus: "We hebben het ruime sop gekozen. Groetjes vanop de Nuthin Wong."
13:41u
Eveline antwoordt: "Goede trip, niet zeeziek worden en zeker geen piraten aan boord."


 Hmm, interesting. Een zus met visionaire begaafdheid...

naar het vervolg van dit verhaal

 

 

 

 

Fotoalbums van locatie «Honduras»

Nuthin Wong (27)

01 Maart 2012 | Het jaar van 260 dagen (in de voetstappen van de Mayas) | Honduras | Laatste Aanpassing 25 April 2012

  • Honduras - 03012012 - Nuthin Wong - IMG 7157

 

Plaats een Reactie

Padje Geweldig, luxe resort vs nuthin wong, weinigen zullen het jullie nadoen. En nu benieuwd of de Babylon-rivieren een eeuwige voorbode voor traumatische ervaringen zullen blijven :-) Geplaatst op 17 Maart 2012
Peter & co Prachtig ! We zijn heel benieuwd om het vervolg van jullie avontuur te lezen. 't was precies allemaal weer de moeite waard. ;-) Groeten van ons allen, Jarno, Kelly, Cindy en ikke Geplaatst op 16 Maart 2012
Cami Schip ahoi, piraatjes!! Ja, ja, mooi samengevat, goeie beslissingen! Geniet ervan! Dikke knuffel, Cami Geplaatst op 15 Maart 2012

 

      
This site is only viewable in landscape mode !
Session Tracking