Reisverhaal «Si Phan Don (4000 eilanden)»
Het jaar van de glimlach
|
Laos
|
0 Reacties
04 Oktober 2010
-
Laatste Aanpassing 10 Mei 2011
/CSC_0858.jpg)
Het is maandag 4 oktober 06u in de ochtend. De zon is nog niet zo heel lang op en toch is het al behoorlijk warm. We zijn er zo vroeg bij omdat we een brief moeten bezorgen vandaag. Daarvoor moeten we naar het Zuiden, naar één van de 4000 eilanden, naar Don Det. Met het busje van de guesthouse eigenaar rijden we tot aan de rivier. Zijn broer brengt ons met de boot naar de overkant waar we opgepikt worden door waarschijnlijk weer een ander familielid die ons na enkele uren rijden afzet aan diezelfde Mekong. Dat het regenseizoen nog niet helemaal voorbij is wordt door de grijze wolken met bijhorende nattigheid bewezen.
We kopen een ticket voor de overtocht en worden met nog enkele andere falangs (falang = Fransman of algemeen westerling) naar het eiland gebracht. Jammer van het weer want een blauwe hemel zou wel erg mooie beelden opleveren. "Zullen we er nog eentje maken?" (eiland) moeten de goden gedacht hebben toen ze aan dit stukje van de wereld aan het bouwen waren.
De 4350 km lange Mekong (van Tibet tot aan de monding in de Zuid Chinese zee) is in het regenseizoen hier op haar breedst (14km). Don Det, een paradijsje in het midden van de rivier. Logisch dat Mathieu en Noy hun guesthouse tot "Little Eden" hebben gedoopt.
"Mathieu?" "Dat ben ik" antwoord de jonge dertiger. "Wij zijn Anita en Nat en brengen je de groetjes van je tante Claudine". Claudine Verborg, samen met haar kompanen Martine en Kathleen wereldberoemd op VDAB en geprezen voor hun culinaire verwennerij in het studiecentrum te Oudenaarde.
Op een terras dat echt niet dichter bij de Mekong kan staan drinken we die avond lekkere mojito's, luisteren naar de verhalen van 'een Belg in Laos' en komen tot de ontdekking dat gasten verwennen bij de Verborgs genetisch bepaald is.
Met een roze veloke fietsen we de volgende dag langsheen de rivier. Hutten, rijstvelden afgewisseld met woud en palmbomen en toch ook redelijk wat modder schuiven rustig trappend aan ons voorbij.
Via een stenen spoorweg brug die nog door de Fransen is gebouwd bereiken we Don Khon. Een roestige locomotief te midden van groen als getuige van het enige stuk spoorweg dat ooit in Laos actief is geweest. We zetten een tandje bij wanneer we in de verte het gerommel van watervallen horen. Yes! Niet superhoog maar wel spectaculair.
/Laos%20-%2020101005%20-%20Don%20Det%20-%20CSC_0193.jpg) |
/Laos%20-%2020101005%20-%20Don%20Det%20-%20CSC_0856.jpg) |
De hoeveel water die deze 'Tat Somphamit' per seconde verzet is gigantisch. Li Phi, want zo worden ze ook genoemd, betekent 'geesten val'. Slechte geesten van overleden mensen en dieren worden door het water verzwolgen en voor eeuwig gevangen genomen. Jammer genoeg af en toe ook een toerist die ondanks alle waarschuwingen het toch in zijn hoofd haalt om hier te gaan zwemmen.
/Laos%20-%2020101005%20-%20Don%20Det%20-%20CSC_0255.jpg)
Bamboe constructies op de rotsen te midden van het kolkende water zijn het werk van de vissers die op gevaar van eigen leven tot wel 500 kilo vis per dag in hun netten weten te strikken.
We vervolgen onze rit in Zuidelijke richting tot we echt niet verder meer kunnen.
Op restanten van de koloniale loskade laten we onze blik over de Mekong dwalen tot aan de overkant, in Cambodja.
Sinds de komst van elektriciteit vorig jaar november is er en zal er nog veel veranderen op de eilanden. Wij vonden het meer dan de moeite waard om in deze uithoek van de wereld een brief te bezorgen.
/Laos%20-%2020101006%20-%20Don%20Det%20-%20DSC_0315.jpg)
Fotoalbums van locatie «Don Det»