Reisverhaal «We are the 'Akha'»

Het jaar van de glimlach | Laos | 2 Reacties 05 Maart 2011 - Laatste Aanpassing 12 Mei 2011

We are the 'Akha'. You will be assimilated. Resistance is futile...

    Het urenlange wachten op de bus in Muang Vieng Thong is al vlug weer vergeten van zodra Michèle uit het overvolle vehikel stapt dat net is gearriveerd. Deze lieftallige, pas afgestudeerde, Zwitserse dokteres hebben we een kleine week geleden in Phonsavan (Plain of Jars) ontmoet. Nadien zijn onze wegen uit elkaar gegaan. Het toeval wil dat we het blije weerzien kunnen bezegelen met drie vrolijke smakkerds op de wang, hier in dit futiel dorp aan de rand van het Phu Loei National Protected Area. Jammer genoeg hebben we geen enkele van de negen leden van de laatste groep tijgers in Indochina - waarvoor er effectief bewijzen bestaan dat ze zich nog voortplanten - gezien. Het park is nog  maar recent toegankelijk voor bezoekers. Een tip dus voor moest je al eens in de buurt zijn.
Het is een heel gedoe hier met die bussen. Er staan er plots drie en het is helemaal niet duidelijk welke we nu moeten nemen. Vreemd ook dat heel wat locals hun spullen verhuizen van de ene naar een andere. 't Feit dat de remleiding wordt gerepareerd zal er toch niets mee te maken hebben zeker? In elk geval hebben wij nu meer plaats en kunnen we, na de lunchpauze van onze chauffeur, eindelijk aan de tocht naar Nong Khiaw beginnen.
Al na vijf minuten hopen we uit de grond van ons hart dat de herstelling met kennis van zake is uitgevoerd. In onvervalste Zuid-Amerika stijl snijden we een flink stuk af van elke haarspeldbocht die in 'warp speed' op ons af komt. Vooraan, op het flatscreen, houdt Sylvester Stallone in 'Cobra' er dezelfde rijstijl op na. Laat er geen twijfel over bestaan, het fancy TV scherm is het enige hi-tech onderdeel dat deze bus rijk is. Of misschien niet. Ook de speakers moeten van verdomd goede kwaliteit zijn om zo'n klere herrie te kunnen produceren. Al het overige op of aan dit ding op wielen zou bij ons menig antiek- of schroothandelaar tot aardig in de buurt van het Nirwana 'beamen'. Een wilde rit doorheen het ruige, vrijwel ongerepte noord-oosten van Laos. Woeste vergezichten flitsen voorbij. Gierende banden op TV en onder ons. Wij vinden het reuze. De geel-groene dame rechts van ons die na haar ontbijt, middagmaal, slijmen en gal enkel nog haar ziel heeft om uit te kotsen is minder enthousiast.
De zon speelt haar laatste spel voor vandaag. Ze verstopt zich steeds vaker achter de hoogste bergtoppen links van ons. Cobra heeft ondertussen vakkundig alle slechteriken naar een andere wereld geholpen - dezelfde wereld trouwens waar onze groene (de gele kleur is inmiddels ook verdwenen) buurvrouw denkt bijna te zijn aangekomen - en heeft plaats geruimd voor Laotiaanse schonen die met een lied en een dans het leven op het platte land bejubelen. Langzaamaan (grapje) zetten we de afdaling in naar de vallei van de Nam Ou. Nog voor we de bodem  hebben bereikt is de dag er geweest - "ik ook" kermt de kleurloze vrouw rechts van ons - en zijn het enkel nog de koplampen die als in een lugubere heidense dans, licht en schaduw werpen over de grillige contouren van het woud om ons heen. Of misschien waren het vreemde wezens van een verre planeet die wild zwaaiend met hun vele tentakels ons een waarschuwende boodschap wilden toesturen. Wat er ook van weze, het was op zijn minst een voorbode voor de bizarre gebeurtenissen die nog te gebeuren stonden...
Wat een contrast! Net nog stond achter elke bocht een duivel klaar om ons een 'one-way ticket to hell' cadeau te doen en nu zit ik met een mojito in de hand op het terras van een super gezellig restaurant aan de Nam Ou, in het gezelschap van een Belgische en een Zwitserse engel. We heffen het glas op het leven en smeden plannen voor de volgende dagen. Bij dat plan hoort een boot en daar gaan we de volgende ochtend naar op zoek.
 

  
   Anita houdt de wacht bij het houten barak waar de tickets worden verkocht. Ik ga op speurtocht naar de 'klein mannen' die in oktober lief lachend en zwaaiend voor de lens van mijn camera verschenen. Die fractie van hun leven is misschien niet vereeuwigd, maar wel voor een poos gevangen in de geplastificeerde afdruk waarmee ik hen graag wil verrassen. Na heel wat rondvragen en over en weer geloop neemt iemand me mee naar de kleuterschool van Nong Khiaw. De kleuter juffrouw roept de drie kleine musketiers en de rest van de bende bij haar. "Kijk eens wat die lieve meneer heeft meegebracht" zegt ze, denk ik, want ik versta er natuurlijk geen woord van. "Wie zijn deze jongens?" vraagt ze op universele 'juf toon' en toont in een educatieve beweging de foto aan de stomverbaasde bengels. Nadat de eerste golf van opwinding wat is weggeëbd laat ze de kleuters "dankuwel meneer" mompelen en word ik door de juf - die trouwens veel liever en wel 1000X mooier is dan die heks van een juffrouw Gerarda van destijds die me zonder aanwijsbare reden meermaals daags een van de vier hoeken van het kleuterklasje liet zien - en haar peuters uitgezwaaid. "'k Voel me goed, ik voel me goed" zingen Johan Verminnen en ik.


 
    Aanvankelijk zit de lange blauwe, net niet helemaal waterdichte zeepkist, met zinken dak en een gigant van een vrachtwagen motor behoorlijk vol maar na een uur varen verlaat het gros van de passagiers al wiebelend de schuit om in Muang Ngoi Neua aan land te gaan. Enkel nog een handvol locals en het falang trio Michèle, Anita en ik blijven over.
Bij het aan boord gaan had ik ze wel opgemerkt maar er in al die drukte verder geen aandacht aan geschonken. Twee kerels van een jaar of achtentwintig die anders zijn dan de anderen. Ze dragen schoenen in plaats van de gebruikelijke teenslippers. Een jeans en hoewel we bijna op het heetst van de dag zijn een 'G-Star' vest. En wat pas heel vreemd is, ze hebben geen bagage bij zich. 't Zullen er van de nieuwe hippe generatie zijn wil ik aan Anita zeggen. Mijn hoofd onderbreekt de beweging in haar richting op het moment dat mijn blik de zijne kruist. Een fractie van een seconde. Het lijkt veel langer. Een onbehaaglijke siddering glijdt over mijn rug en deint uit in beklemming. Zijn ogen kijken me ijskoud en volstrekt gevoelloos aan. Toch glimlach ik even. Geen reactie. Enkel nog meer afkoeling. Mijn blik wijkt af. Ik zeg niet wat ik wilde zeggen en kijk zonder echt te zien naar de oever aan de overkant.



   De Nam Ou heeft hier haar loop gevonden door nauwe kloven met steile wanden van immer groen bebost karst. Zo mooi dat zelfs het lawaai van de enorme dieselmotor wegdrijft van het gehoor en pas terug op de voorgrond treedt wanneer de schipper ons volgas door de vele stroomversnellingen loodst. Waar de flanken van het gebergte onder een meer toegankelijke hellingsgraad staan duiken eenvoudige hutten op uit het groen. Dorpen die enkel via boot of te voet bereikbaar zijn. Bergstammen met eeuwenoude roots in Tibet en China. Vindingrijk, geen problemen enkel oplossingen. Meesters in de jacht, de visvangst en het kweken van ... opium.
 


   De dames naast mij genieten. De waterbuffels met enkel hun kop boven water, genieten. En ik, ik geniet ook. Van de vredelievende rust die dit schilderachtige tafereel uitstraalt. Zaaalig!
Shit! Elke neuron in mijn lijf schiet waker. "Is dat een? Nee, ik zal me vergist hebben. Of toch? Ik heb er al eens een van heel dichtbij gezien en weet dus maar al te goed wat het is als ik het zie!" Een van de twee koele kikkers heeft zich een kwartslag naar voren gedraaid en wisselt, licht naar voren gebogen, enkele woorden uit met de kapitein. Zijn vest is tot net boven de rand van zijn broek opgeschoven. Rechts, bijna ter hoogte van zijn zij zit iets waarvan het metalen uiteinde tot net boven de broekriem uitsteekt. Niet ver genoeg om zeker te zijn maar toch ver genoeg om onzeker te worden. Hij zwijgt en kijkt terug voor zich uit waardoor zijn jasje weer naar beneden schuift. Ik zet die eerste impulsieve gedacht opzij. Stel enkele alternatieve verklaringen in de plaats maar ben er toch niet gerust in.
De dames naast mij genieten. De waterbuffels genieten. En ik, ik al heel wat minder. Ik wil bevestiging, of liever nog, ontkenning. Discreet want ik heb het gevoel dat de tweede, die schuin tegenover me zit, me in de gaten houdt.
Diep van binnen wist ik het al en toch komt de ontnuchtering als een glas ijskoud water in het gezicht. Weer heeft hij zich wat voorover gebogen. Net voor hij instinctief zijn omhoog geschoven vest terug omlaag wil trekken is een deel van de kolf en de haan van een pistool duidelijk zichtbaar. Een koude rilling gevolgd door een warme gloed golft door mijn lijf. Meteen daarop maakt een semi ontspannen gelatenheid zich van mij meester die me toelaat na te denken.

naar deel 2 van dit verhaal

 

 

 

 

Fotoalbums van locatie «Phongsali & trekking»

Phongsali - Akha-trekking (15)

05 Maart 2011 | Het jaar van de glimlach | Laos | Laatste Aanpassing 23 Mei 2011

 

Plaats een Reactie

Rita Verhoest enne, alles in orde nog verder? Als cliffhanger is dit in elk geval geslaagd. Geplaatst op 22 April 2011
Cami Wauw, te spannend! ... En, en ... nu kan ik de prikkels niet langer de baas, ... wordt 'snel' vervolgd, hoop ik ;-) Geplaatst op 20 April 2011

 

      
This site is only viewable in landscape mode !
Session Tracking