Reisverhaal «Ekaterinburg - Krasnojarsk»
Krasnojarsk
|
Rusland
|
0 Reacties
28 Mei 2016
-
Laatste Aanpassing 06 Juni 2016
Donderdagavond, we rijden om 9u41 (Moskoutijd) met Trein 70 naar Krasnojarsk, een afstand van 2.287 km, een 30 uur.
We verlaten de Oeral om de West Siberische vlakte binnen te rijden.
Van bij het opstappen is de ervaring, de sfeer helemaal anders dan onze vorige trip. Toen werden we zo een beetje gegroepeerd in "Russen" en "toeristen". Nu neem je gewoon de plaats in van iemand die tussendoor afstapt. Geen toerist dus. En zo wonen we nu in een coupé waar al twee Russische dames verblijven. Dat zal voor een tweetal dagen wel lukken.
Maar het ordenen van onze vele bagage valt niet mee omdat deze coupé kleiner is dan op de vorige trein.
Mijne eerste nacht was door plaatsgebrek niet echt een succes. Ik kan mijn benen niet strekken. 's Ochtends smaakt de oploskoffie niet door het water dat lauw is en een grijze neerslag heeft. Maar het zonnige, verlaten landschap laat ruimte en rust toe. De vlakte heeft af en toe wat nopjes populieren, een pluk naaldbomen. Daar komt, naarmate we verder rijden, verandering in. In de nabijheid van de stations is al meer industrie, de houten huisjes vervangen door kleine uit steen opgetrokken woningen, in de dorpjes al eens een laag flatgebouw. Maar geen enkele beweging van veeteelt of landbouwactiviteit hoewel het land onmetelijk is.
Kort na de middag en een goede 700 km verder rijden we over de Irtisch die in China ontspringt en na ongeveer 3000 km in de Ob rivier stroomt en samenkomt met de Om. Omsk is de twee grootste stad van Siberië en we zullen hier een half uurtje halt houden. Net genoeg om ons bloed weer eens te laten stromen. Hier rijden het grootst aantal vrachttreinen ter wereld.
De volgende 600 km rijden we door de onherbergzame Baraba Steppe, een groen gebied met vennen, poelen, turfmeren en met riet overgroeide moerassen die al honderden mensen het leven hebben gekost. Vanuit de trein lijkt het of je naar de bossen kijkt maar het is een verraderlijk landschap. In de lente is dit de hel met een grijs bewolkte lucht door muggen.
Maar de Baraba Steppe is ook een reusachtig broedgebied voor een vijf miljoen vogels, eenden en ganzen.
Lagergelegen is een enorme natuurlijke reservoir van warm water.
Dit landschap doet me onophoudelijk denken aan De Elzenkoning, een roman van Michel Tournier. Een garagist uit Parijs komt tijdens de tweede wereldoorlog door een ongelukkig gebeuren terecht in het Russisch leger. Hij ontsnapt niet aan een wreed bestaan met jarenlange omzwervingen door een totaal onherbergzaam land. De mens in al zijn verraad en wreedheid, het landschap, de seizoenen, het oorlogsgebeuren, alles wordt hier zeer plastisch beschreven. Bepaalde passages kon ik gewoon niet uitlezen.
De dag passeert traag. Al die uren verander het landschap alleen door het tijdstip van de dag. De ochtenden en avonden het kleurrijkst, de middag laat alles even rusten in een vlakker licht.
Iedereen heeft zijn geïmproviseerde maaltijd op en organiseert zich voor de tweede nacht.
De luidruchtig ronkende buurvrouw weet van geen ophouden, oordoppen verhelpen er niets aan. De muggen hebben Cathy gevonden. En het zijn kleine vuile: je voelt ze niet prikken en pas een tijdje later beginnen ze erg te jeuken. Vooral haar voeten zijn er erg aan toe.
Om 8u42 (Moskou tijd), 12.42 plaatselijke tijd, komen we aan in Krasnojarsk. We worden opgehaald en naar ons verblijf in de binnenstad gebracht, een mooie studio met alle comfort. Ik heb er nood aan, voel mij als door een betonmolen gegrepen, kan wel nog genieten van de lekkere spaghetti die Catje voor ons klaarmaakt.
Hier zullen we vast beter slapen. En weer eens douchen.