Reisverhaal «Op naar het einde van de wereld! »

Wereldreis! | Argentinië | 0 Reacties 16 Februari 2014 - Laatste Aanpassing 11 Maart 2014

Eenmaal geland in Santiago bleek dat we opgescheept waren met een joekel van een jetlag. Die nachtbus vlak voor onze vlucht was misschien niet zo'n goed idee geweest! Kwam daarbij nog een hitte tot 35 graden en meer en je kan je wel indenken dat we redelijk wat geslapen hebben die eerste dagen. Het was zelfs zo dat Stijn de eerste dag een hazenslaapje van liefst 24 uur nodig had, waarop enkele kamergenoten zich al begonnen af te vragen of "die gast die daar al een dag bewegingloos ligt misschien wel dood is!" Ze haalden er gelukkig geen lijkschouwer bij...

Na een weekje (!) uitrusten vertrokken we dan eindelijk met de bus naar het Argentijnse Mendoza, een mooie busrit die ons over de Andes zou voeren. Omdat de bus onderweg moeilijk kon stoppen bij elke bezienswaardigheid gingen we later nog eens terug met een minibusje om aldus de Aconcagua te bewonderen, de hoogste berg ter wereld buiten de pieken van de Himalaya en Karakorum. Naar het schijnt kan je zelfs als onervaren trekker de top van deze berg vrij makkelijk bereiken, maar na ons Nieuw-Zeelands avontuur besloten we toch maar om het even rustiger aan te doen. Een andere opmerkelijke stop was de Puente del Inca, een door de lokale geothermale activiteit natuurlijk gevormde brug die bovendien wondermooi gekleurd was door de zwavel in het water. Wat een kleurenpracht dat was! Zoiets zie je niet elke dag...

Mendoza is een vrij drukke provinciestad waar je niet enkel terecht kan voor zijn wereldberoemde wijnen, maar ook voor een duik in de onderwereld van de alternatieve geldwisselaars. Na de crash van de Argentijnse peso in 2001-2002 besliste de regering om het verhandelen in de Amerikaanse dollar strict te beperken. Door deze limitaties is er uiteindelijk een (illegale) alternatieve markt ontstaan, waar je je dollars (dolar blue) tegen veel meer peso's kan ruilen dan volgens de officiele koers. Veel Argentijnen doen eraan mee, zelfs al houdt de politie vaak invallen in de cueva's, de kleine, verborgen panden waar de arbolito's (de illegale handelaars) hun zaakjes beslechten. Wijzelf begaven ons hiervoor tegen valavond naar een obscuur, halfverlaten shoppingcentrum in het midden van de stad, een groezelige plek vol kraakpanden en sexshops, waar we al snel omringd werden door louche figuren die ons continu "cambio! cambio!" om de oren riepen. We gaan met een van hen mee naar een klein pand dat officieel oro (goud) opkoopt. Eens we binnen zijn sluit hij al snel de deuren en vraagt ons wat we hem kunnen bieden. Na wat onderhandelen slagen we erin om 200 US dollar te wisselen tegen een koers van 11,5 peso's per dollar, waardoor we zowaar 730 peso's winst maken (toch bijna 70 euro) in vergelijking met de officiele koers. Een gouden zaakje, zoveel was duidelijk! Na handen te hebben geschud keren we snel terug naar de drukke straat terwijl hij al even snel uit het zicht verdwijnt. Later in El Chaltén zouden we onze overige dollars aan een Amerikaan kunnen verpatsen, die blijkbaar maar al te graag van zijn peso's afwilde want hij verkocht ze tegen liefst 11 peso's per dollar! We hoefden geen tweemaal na te denken en de zaak was al snel beslecht.

Na onze avonturen in Mendoza besloten we al liftend naar San Juan te trekken. Een vriendelijk bord met niet enkel de bestemming erop, maar ook een "por favor" en twee bloemetjes, Uria die haar mooiste glimlach bovenhaalt en iets meer dan een uur later zijn we al op weg samen met Antonio, een Chileense vrachtwagenchauffeur die kalk vervoert tussen Santiago en San Juan. Onderweg praten we over lekker eten, de verschillen tussen Argentinie en ons Belgenlandje en ook over yerba mate, de bittere thee waarvan de consumptie door de Argentijnen verheven is tot een ware cultus, inclusief afgelijnde rituelen en speciale mate parafernalia. Voor we het goed en wel beseffen worden we vriendelijk afgezet bij het slaperige San Juan. Het is dan iets na 14 u, wat betekende dat de straten verlaten zijn want het is tijd voor... siesta, een gewoonte waar we ons soms ook aan wagen want de vroege namiddagzon kan hier echt wel branden (zonnefactor 120 is geen uitzondering in de winkels)! Als we uiteindelijk onze hostel vinden krijgen we de kortste ontvangst die we tot dusver al in een hostel gekregen hebben: "daar is uw kamer." Punt. Geen registratie, geen uitleg over badkamer, keuken, lakens of over de nabijheid van winkels/busstations/... Nada. Het jonge koppel dat de plak zwaaide had duidelijk veel meer aandacht voor elkaar dan voor hun betalende gasten! 

In elk geval zouden we er al snel terug vertrekken om naar het mooie San Agustin de Valle Fertil te gaan. Omdat het daags voordien nogal wat geregend had, was echter op sommige plaatsen de weg deels weggespoeld, waardoor bussen al snel vastraakten in de modder. Het gevolg? Stevige kerels die urenlang met man en macht aan de bussen sleurden om ze eruit te trekken, terwijl de rest van ons vanop een afstand geintrigeerd bleef toekijken.

San Agustin de Valle Fertil zou onze uitgangsbasis worden om de parken van Ischigualasto en Talampaya te bezoeken. Het dorpje zelf was ook best de moeite waard met zeer goedkope restaurantjes, waar je heerlijke empanada's vond (een soort gevulde snacks van bladerdeeg) alsook artisanaal ijs. Talampaya, onze eerste bestemming, bevindt zich op privaat domein, waardoor de toegangsprijs hoger ligt, maar ook de wegen sneller weer berijdbaar worden gemaakt na regenval dan het geval is met openbare parken zoals Ischigualasto. We werden getrakteerd op een ongelooflijk schouwspel van reuzenhoge ravijnwanden die als vuurrode muren verticaal de hoogte in schoten, waartussen menige condor, arend en ibis zich waagde tijdens ons bezoek. De dimensies van deze natuurpracht waren moeilijk te vatten maar deden ons allemaal toch wel even versteld staan! We kwamen er ook de meest vreemde rotsformaties tegen, zoals reusachtige torens die meer weg hadden van een kathedraal, of enorme dominoblokken. Er waren ook brede, 150 m hoge uithollingen in de vertikale rotswanden, die een fascinerend heldere echo produceerden van al hetgeen je er uit volle borst tegen riep (inclusief de namen van plaatselijke bieren... een ideetje van een - wat dacht je - Hollandse mede-reiziger). Volgens sommigen die ook de Grand Canyon hadden bezocht was dit toch het meest spectaculaire ravijn van de twee, omdat de wanden veel dichter bijeen staan. Wijzelf kunnen (nog?) niet vergelijken, maar "spectaculair" was alleszins een onderschatting!

Vreemde rotsformaties kwamen we ook tegen in het Ischigualasto park, ook wel Valle de la Luna genoemd, dat een ware goudmijn is voor geologen en paleontologen omdat dit park gesteentelagen uit het gehele tijdperk van het Trias blootlegt (grofweg 250-200 miljoen jaar geleden). Hier werden dan ook veel fossielen gevonden van de directe voorlopers van de dinosauriers (archosauriers), alsook hun eerste, primitieve vertegenwoordigers. Naast grillige formaties die soms de wetten van de fysica leken te tarten, werden we getrakteerd op machtige vergezichten over honderden verharde kleiheuvels en op een veld van vreemde, ronde ijzerrijke bollen die natuurlijk bleken te zijn ontstaan door de opname en afgifte van bepaalde mineralen gedurende vele miljoenen jaren. Ja, als je dit alles zag kon je je goed inbeelden dat hier ooit die reusachtige dino's rondliepen! 

Vanuit San Agustin hebben we vervolgens een aantal bussen genomen (o.a. eentje van 26 uur) naar El Bolsón, vlak tegen de Patagonische grens. In tegenstelling tot de meeste andere reizigers die hun weg richting het zuiden zoeken, hebben we het drukke, zeer toeristische San Carlos de Bariloche overgeslagen. El Bolsón daarentegen was een ware verademing en een stadje zoals we er toch nog geen waren tegengekomen. Oorspronkelijk een paradijs voor een bloeiende hippie gemeenschap lijkt deze plaats weinig van zijn gemoedelijkheid te zijn verloren. Regelmatig zie je de meest aftandse, oubollige auto's (denk aan compleet verroeste kevertjes!) die je je kan indenken, zich met veel lawaai traag voortbewegend doorheen de straten. Elke dag opnieuw kom je op elke straathoek, en zeker in het kleine, centrale parkje, een waaier aan getalenteerde straatartiesten tegen die je dag maken met een gratis concertje. Driemaal per week heb je er bovendien de in het gehele district beroemde artisanale markt, waar lokale kunstenaars hun eigen creaties voorstellen, gaande van mooie hangers met lokaal ontgonnen edelstenen, verbazingwekkend houtsnijwerk in alle maten en vormen en bedoeld voor allerlei praktische doeleinden, tot superlekkere lokale honing en alfachor (een zoete lekkernij met dulce de leche, die andere Argentijnse culinaire obsessie naast yerba mate thee en bife de chorizo, zeg maar steak). Op de artisanale markt hebben we kennis gemaakt met Luz, een Colombiaanse zangeres die samen met haar man en gek-van-ballonnen-zijnde hond Zuid-Amerika rondtrekt. We zouden haar nog enkele keren ontmoeten tijdens concertjes en hebben direct haar CD gekocht met mooie covers van bekende nummers. Bij een lokale rastafari heeft Uria dan weer een gepersonaliseerd hangertje laten maken, een vlinder met amethyst erin verwerkt. Vlakbij de markt kan je overigens terecht bij het artisanale ijs van Jauja, dat soms ook wel het allerbeste ijs van Argentinie wordt genoemd. De wachtrijen waren er dan ook naar! In het nabijgelegen restaurantje hebben we ons ook tegoed gedaan aan een reusachtige Argentijnse biefstuk, dat zowaar (we zijn beiden geen echte carnivoren) de heerlijkste biefstuk was die we ooit gegeten hadden!

Na een weekje El Bolsón werd het helaas tijd om verder zuidwaarts te trekken. Als we ooit nog eens Argentinie bezoeken gaan we hier zeker nog eens langskomen! Onze volgende bestemming, El Chaltén, ligt zo'n 1500 km meer zuidelijk en kan bereikt worden via de legendarische La Cuarenta, de Nationale Weg nummer 40. Ons eerste plan was om deze afstand te liften, maar na enkele gruwelverhalen te hebben gelezen over reizigers die dagenlang vastzaten in het enorme Patagonische niemandsland omdat de 5 auto's die ze zagen passeren reeds lifters mee hadden, besluiten we wijselijk om een bus te nemen die deze weg zou nemen. Als we uiteindelijk onderweg zijn met Marga, de enige busoperator die La Cuarenta hier aandoet, valt ons inderdaad de uitgestrektheid op van de Patagonische binnenlanden. Gedurende de gehele 22 uur durende rit komen we slechts een handvol dorpjes tegen, met ertussen vele honderden kilometers van enorm weidse, maar o zo kale en droge steppelandschappen, waarlangs af en toe een kudde guanaco's ons nauwgezet in het oog hield. De schaal alleen al deed ons duizelen! Slechts heel af en toe dook een estancia op, een grote hoeve, waar we soms de gaucho eigenaars als kleine stipjes te paard zagen rondrijden. De weg, eerst nog geasfalteerd, werd al snel een hobbelige ripio (onverharde weg), maar ongeacht de staat ervan was het telkens weer geweldig om te zien hoe de vaak lijnrechte weg zich voor onze ogen tot een punt aan de verre horizon samenbalde. Vaak ging dit ook nog gepaard met indrukwekkende luchtspiegelingen, waardoor er steeds brede waterlopen leken op te duiken tussen horizon, weg en berg.

Als we uiteindelijk El Chaltén bereiken openbaart zich voor ons het wonderlijke Fitz Roy massief, dat soms ook wel een van de meest indrukwekkende bergmassieven ter wereld genoemd wordt. De reden hiervoor is dat de bergpieken van dit massief alle elementen lijken te tarten en zich als een onmogelijk-lijkende reeks vertikale zaagtanden boven het omringende landschap verheffen. De spectaculairsten zijn de Mt. Fitz Roy zelf samen met de Cerro Torre, een naaldvormige berg van iets meer dan 3000 m hoog met zúlke vertikale wanden dat hij pas in 1975 werd bedwongen, lang nadat de meeste achtduizenders al waren beklommen. Twee dagtrektochten voeren ons dan ook naar de voet van beide pieken, met geweldige panoramische zichten op gigantische ijsvelden, gletsjers en groene en blauwe gletsjermeren. Af en toe krijgen we ook het bezoek van condors en arenden die geruisloos overvliegen. Wat een schouwspel dit alles was! Tijdens de gehele trektocht was het dan ook moeilijk om niet elk kwartier even te stoppen en ons te vergapen aan die majestueuze bergen!

Vanuit El Chaltén proberen we te liften richting El Calafate, maar na vier uur geven we het, net als een zestal andere lifters, op en besluiten we met zijn allen de bus te nemen naar onze bestemmingen. In El Calafate zouden we opnieuw vruchteloos proberen te liften, deze maal richting Rio Gallegos. Liften op La Cuarenta... je moet er toch serieus geduld voor hebben, oceanen van tijd en liefst voorzien zijn van tent, slaapzak en voorraden voor tenminste enkele dagen! 

El Calafate is een stadje aan de Patagonische zuidgrens dat een grote magneet is voor veel toeristen omwille van het Los Glaciares park, met de Perito Moreno gletsjer als absoluut hoogtepunt, een van de meest toegankelijke gletsjers ter wereld en tevens een van de zeer weinigen die nog aangroeit. De eerste aanblik is weer zo overweldigend: een enorm ijsveld komende van een van de vele bergen aan de horizon, dat al van ver glittert als een spiegel in de nog warme nazomerzon. Eens je je op de aangelegde wandelpaden vlak voor de gletsjer waagt merk je pas echt hoezeer deze gletsjer leeft. Elke paar seconden hoor je wel ergens een diep gekraak, gegrom of gebulder, soms gepaard gaande met ijsschotsen, of delen ervan, die met het geluid van wel erg luide kanonschoten het ijzige water instorten. Alsof er zich een enorm oermonster onder het ijs bevindt. "Cthulhu leeft!!" zouden fans van H. P. Lovecraft ongetwijfeld denken wanneer ze op deze plek staan... Om echt een idee te krijgen van de woeste pracht ervan hebben we een gletsjerexcursie ondernomen (Big Ice, georganiseerd door Hielo y Aventura, zeer aan te raden!). Vier uur lang klauterden we op onze klimijzers doorheen een ijzig landschap vol reusachtige scheuren, spekgladde ijsgrotten en diepe ijsspleten waardoorheen gletsjerwater zich in de diepte stort. Dat gletsjerwater heeft overigens een heerlijk lekkere smaak, veel lekkerder dan het kraantjeswater of gebotteld water dat we gewoon waren! Misschien wel het meest fascinerende waren de kleuren: waar je ook keek, in elke scheur, zinkgat of ijsgrot openbaarde zich een wonderlijk spectrum van blauwschakeringen, vooral cyaan en diep ceruleaan tot kobalt blauw, dat typisch bleek te zijn voor oudere ijslagen. Het blauwste en mooiste blauw dat we (niet overdreven!) ooit hadden gezien kwam ons tegemoet in een pas gevormde ijsgrot die we samen met de gidsen voor een eerste keer konden verkennen. We kwamen (weeral!) ogen tekort om deze geweldige kleurenpracht te bevatten. 

Nadat de excursie halfweg was kregen we de kans om op de gletsjer te lunchen. Onze met zorg voorgeprepareerde bokes met kaas en ham verorberen terwijl je op hetzelfde moment met ontzag zo'n machtig vergezicht probeert in te nemen... dat hadden we zelfs niet in Nieuw-Zeeland ervaren! Nog wat lekkere zelfgemaakte cake van de gidsen en het plaatje was perfect. Echter, als je even stilzit merk je pas dat het er toch vrij koud is, dus al snel begonnen we enthousiast aan deel twee van de excursie. Het toeval wilde dat we de enige niet-Japanners waren in onze groep, waardoor het entertainment-gehalte ineens nog een heel stuk de hoogte inging. Bij elke blauwe scheur of spleet kwamen alle camera's synchroon boven en weergalmde er een collectieve, voor ons Westerlingen zo theatrale maar voor Japanners o zo normale, zucht van verwondering. Het was weer even geleden dat de "oooooohhhh's" en "aaaaahhhhh's" zich ons om de oren vlogen! Japanners, wat een geweldig superenthousiaste mensen zijn dat toch soms! Helaas kwam er dan toch een einde aan deze geweldige excursie en zaten we al snel terug op de boot. Er wachtte ons echter nog een laatste verrassing: de organisatie bood ons allen immers nog een glaasje whiskey aan, gekoeld met gletsjerijs. Zo kwam er een verwarmend einde aan een van de meest indrukwekkende dagen van deze hele reis!

Na El Calafate ging de reis verder richting Rio Gallegos en wat verder de overtocht over de Magellaanse Straat, waarna de kale steppe van Vuurland op ons wachtte. Vuurland, oorspronkelijk Land van Rook genoemd naar de door de inheemse Yamana aangestoken vuren die de eerste Westerse ontdekkingsreizigers zagen, is een mysterieus land dat tot de verbeelding spreekt. Het ligt ontieglijk diep in het zuiden van het Amerikaanse continent, en zijn bleke, onbekende landen lijken, althans in onze verbeelding, wel eeuwig gegeseld te worden door striemende windvlagen of bedolven te zijn onder een dikke mist, waar de zon slechts bij tijd en wijle krachtig genoeg is om een gaatje door te priemen. Dit beeld klopt wel gedeeltelijk, maar tijdens ons verblijf hadden we erg veel geluk en had de zon (voor even toch) vrij spel. Veruit de meeste activiteit op Vuurland vindt plaats in het Chileense Punta Arenas en het Argentijnse Ushuaia. Deze laatste speelt handig in op zijn overgehypte status als "meest zuidelijke stad ter wereld", wat dan leidt tot toeristische trekpleisters als 's werelds meest zuidelijke golfbaan of 's werelds meest zuidelijke treinrit. Echter, een doorn in het oog van Ushuaia is het feit dat er nog een aanzienlijke nederzetting is, net over het Beagle kanaal en net nóg wat zuidelijker: het veel minder toeristische, maar Chileense, Puerto Williams. In elk geval vormt Ushuaia wel de toegangspoort tot het Nationaal Park Vuurland, waar je een resem aan korte trekkingen kan ondernemen langsheen de mooie, zeer ruwe kust en temidden oude bossen vol met Patagonische Nothofagus bomen met hun typische kleine blaadjes. Veel van deze bomen hangen overigens vol met oudemansbaarden, baardmossen die we ook al in overvloed in Nieuw-Zeeland waren tegengekomen. Paadjes waaieren uit over kleine eilandjes waar je de Patagonische kelpgans kan bewonderen, alsook Magellaanse ganzen, ibissen en allerlei kleine watervogeltjes. De kleurschakeringen in de omringende wouden deden vermoeden dat de herfst eraan zat te komen, wat dan ook resulteerde in een prachtig gekleurde omgeving, die om elke hoek weer leek te veranderen.

Nu we Ushuaia bereikt hadden werd het terug tijd om richting het noorden te trekken. We hadden welgeteld 6 dagen om terug in Santiago te zijn, meer dan 3000 km noordelijker, om onze vlucht naar Paaseiland te halen. Zou dit lukken door enkel te liften? We wisten dat er vanuit Punta Arenas veel Chileense truckers richting Santiago vertrekken, dus vol goede moed haalden we, net buiten het welkomstbord buiten Ushuaia, ons "por favor" bord weer boven en wierpen die duim weer eens in de lucht. Nog geen half uur later stopte een jongeman die ineens besloot alle lifters, vier man, mee te nemen. Hij ging maar tot Rio Grande, maar die plaats leek ideaal gelegen om verder naar Punta Arenas te trekken. Een bus doet er al gauw 4-5 uur over, maar hij overbrugde de afstand in... 2 uur. Geen wonder als je zag dat hij gemiddeld 140-160 km/u reed! Gelukkig dat het geen ripio wegen waren, want het zou wel wat anders geweest zijn... Helaas hadden we minder geluk in Rio Grande, waar we wel een lift kregen naar een betere liftplaats en weer eentje terug richting stad. Na een nachtje nadenken besloten we de bus te nemen naar Punta Arenas, waar we terecht kwamen bij een van de meest gezellige hostels tot dusver: een gezinshuisje omgebouwd tot supergezellige hostel, waar iedereen met iedereen gezellig samenkookte en spannende reisverhalen deelde, waar een oude spinnende kat steeds weer opnieuw opdook, jammerend smekend om iemands aandacht en waar je een heerlijk ontbijt kreeg voorgeschoteld met verse omelet, versgeperst fruitsap, heerlijk warme broodjes, muesli, confituur en lekkere peperkoek als nagerecht. En dat voor slechts 10 euro per persoon! Hostel Independencia, een aanrader voor wie in de buurt is!

In Punta Arenas hebben we nog enkele uren aan een groot tankstation proberen te liften, tezamen met een Fransman, waardoor we alle in- en uitgangen handig konden nagaan. Maar het mocht niet baten... oftewel was er geen plaats in de trucks, mocht het niet van de baas, oftewel gingen ze niet richting Santiago. Het werd dus opnieuw een nacht in Punta Arenas. De volgende dag moesten we wel een bus nemen, want anders zouden we nooit op tijd terug zijn! Met dit twee dagen-durende busavontuur komt er ook een einde aan onze avonturen in de Argentijnse binnenlanden. De nadruk lag duidelijk op de natuur die ons, meer nog dan in Nieuw-Zeeland, overbluft heeft, zowel door zijn kleurheid, weidsheid, verlatenheid als door zijn wonderlijke vreemdheid. Dit laatste zal zeker ook een impressie zijn die we zullen opdoen op onze volgende bestemming, het mysterieuze Paaseiland, waar we een weekje zullen verblijven alvorens noordelijk Chili te verkennen. Maar dat is stof voor later. Veel groetjes en tot een volgend verslag!

 

 

 

 

Fotoalbums van locatie «Argentina»

Op naar het einde van de wereld! (139)

15 Februari 2014 | Wereldreis! | Argentinië | Laatste Aanpassing 15 Februari 2014

  • El Bolson (5)
  • Talampaya (15)
  • Ischigualasto (13)
  • De weg van Santiago naar Mendoza (5)

 

Plaats een Reactie

 

      
This site is only viewable in landscape mode !
Session Tracking