Reisverhaal «Cambodja, van paradijzen tot oude gruwelen»

Wereldreis! | Cambodja | 0 Reacties 28 September 2013 - Laatste Aanpassing 30 Oktober 2013

Na de Taiwanese tyfonen werd het tijd om even in rustiger wateren te varen. Cambodja heeft altijd al hoog op ons lijstje gestaan, natuurlijk omwille van de wereldberoemde tempels van Angkor, de grootste pre-industriele stad ter wereld, maar ook wegens de legendarische glimlach van de Khmer bevolking. Echter, het straatarme Cambodja is ook een land met een donkere geschiedenis, een land waar corruptie nog welig tiert. Dit laatste werd meteen duidelijk na aankomst op de luchthaven van Phnom Penh. Tijdens de afwerking van onze visa-bij-aankomst administratie kregen we eerst 10 USD minder wisselgeld terug dan verwacht. Gelukkig dat we het opmerkten want zoals we van anderen hoorden proberen de ambtenaren zich op deze manier bij veel onoplettende toeristen te verrijken. Overal werd er geprobeerd geld te ontfutselen. Ging het niet om opdringerige kindverkopertjes bij de tempels, dan waren het de (al even opdringerige) marktkramers die ons dwongen onze afdingtactieken grondig bij te schaven opdat we toch maar een eerlijkere prijs konden betalen voor dat ene T-shirt of die postkaarten. En dan hebben we het nog niet over de politieagenten die, na een schichtige blik links en recht te hebben geworpen, snel op ons afkwamen met het aanbod een van hun politiebadges te kopen!

Cambodja zou voor ons even een rustpunt worden van het reizen. We zijn daarvoor naar het eilandje Koh Rong Samloem getrokken, zo'n 2,5 uur varen van Sihanoukville, nabij de zuidelijke grens met Vietnam. Dit mooie eiland bestaat grotendeels uit een dichte jungle en enkele prachtige stranden. Belangrijker, men is pas sinds een jaar of twee begonnen met het aanbieden van accommodatie, zodat je hier nog het echte verlaten tropische eilandgevoel kan beleven (herinner u Leonardo DiCaprio in The Beach). Binnen tien jaar zullen hier waarschijnlijk projectonwikkelaars hun grootse hotelcomplexen beginnen neerpoten en gaat het eiland dezelfde toer op als grote broer Koh Rong: van off-the-beaten-track droombestemming voor een enkele backpacker tot een uitgebouwde topbestemming voor de rijkere klasse. Maar zover is het gelukkig nog niet! Na een vermoeiende voettocht doorheen de jungle kwamen we uiteindelijk aan de andere kant van het eiland, bij de kleine bungalows van Huba-Huba, waar we twee weken zouden verblijven. Huba-Huba wordt uitgebaat door een jong Frans koppel, Vic en Tiffany, die hiermee, samen met hun vriend Guillaume, hun droom proberen te realiseren. Een droom die evenwel constant bedreigd wordt door legers vraatzuchtige termieten! In onze houten bungalow stond enkel een bed en een klein tafeltje met stoeltjes, maar waar het natuurlijk om ging waren de heldere, groenblauwe zee en het stralend witte strand die slechts enkele meters verder lagen! Gelegen tussen de dichte jungle en dit strand met de gepaste naam "Sunset Beach" staan slechts enkele bungalows en aangezien het laagseizoen was, waren we er op sommige dagen werkelijk de enigen. Hogerop gelegen was een klein restaurantje met (wat had je gedacht!) Franse lekkernijen alsook eenvoudige Khmer keuken. We hebben nog nooit zoveel baguettes en crêpes gegeten als toen! Wat verder stond ook een open douche (grote, holle bamboestengel met gaatjes; watertoevoer uit een hoger gelegen bron) met uitzicht op het strand. Wat doe je nu tijdens twee weken op zo'n idyllische plek? Veel zwemmen natuurlijk en snorkelen, lezen, exploreren en vooral... genieten van de zeer spectaculaire zonsondergangen! Het spectrum aan kleuren dat je aan de hemel voorbij ziet schuiven, minuut na minuut, terwijl de zon geheel op zijn eigen tempo verder wegzakt, is van een bijna onaardse schoonheid, dat niet te vangen valt met een camera, ongeacht de grootte van je lens!

Na twee weken doorgebracht te hebben in het Paradijs, waar niemand een horloge heeft en iedereen tijd, kwam de Zondeval en keerden we terug naar de bewoonde wereld, waar niemand tijd heeft, zelfs al draagt iedereen een horloge. De eerste dagen waren dan ook ietwat bevreemdend om ons terug aan te passen aan het snellere levenstempo en al de luxueuze uitspattingen die daarmee gepaard gaan. Een van de moreel dubieuzere uitspattingen kwamen we overal in de grote steden in Cambodja tegen: oude Westerse mannen die op pad zijn, hand in hand met een knappe Khmer vrouw die vaak nog te jong is om zijn dochter te zijn. Veel Khmer vrouwen lijken hiermee in te stemmen om uit een spiraal van armoede te geraken. Zeer begrijpelijk natuurlijk als je weet dat 30% van de Khmer minder dan 30 eurocent per dag verdienen, maar het wordt iets minder begrijpelijk vanuit het standpunt van de Westerse mannen die misbruik lijken te maken van hun wanhopige situatie om hun eigen perversiteiten op hen te kunnen botvieren. Een alleen reizende Canadese zei ons dat ze nog weigert te spreken met die Westerse mannen omdat ze hun beweegredenen niet kent. Voor ons was het toch ook even slikken, want dit waren we nog nergens anders tegengekomen, en we hebben een vermoeden dat het in Thailand nog veel erger zal zijn!

Ondanks de wanhopig arme situatie van veel Khmer, blijven ze altijd goedlachs, uitermate vriendelijk en immer nederig. De brede glimlach die je van de kinderen terugkrijgt als je naar hen wuift werkte bijzonder aanstekelijk! Deze instelling is des te verbazingwekkender wetende dat het land nog aan het herstellen is van de duistere heerschappij van de Rode Khmer (1975-1979), tijdens wiens regime tot 2 miljoen mensen stierven, op een bevolking van 7 miljoen. Tijdens het uiterst brutale regime van Pol Pot werd geprobeerd een extreem Maoistische staat op te richten, waarbij elke verwijzing naar het individu in de kiem gesmoord moest worden. Het concept van families ging in tegen de Angkar filosofie van de Rode Khmer. Intellectuelen, monniken, ambtenaren werden in grote getalen vermoord. Zelfs het dragen van een bril of het kennen van een vreemde taal (vaak eenvoudigweg omwille van de eerdere Franse bezetting van Cambodja!) kon je leven kosten! Enkele dagen nadat de Rode Khmer aan de macht kwamen, op 17 april 1975 (Jaar 0), werden Phnom Penh en andere steden volledig ontruimd en moest iedereen opeens 14 uur per dag op het veld werken, in een poging om de jaarproductie aan rijst te verdrievoudigen, een onmogelijke taak. De meeste mensen stierven dan ook tijdens de onvermijdelijke hongersnood die hierop volgde, maar velen werden ook opgepakt en gedeporteerd naar een van de 150 executiecentra. Het beruchtste onder deze is S-21 of de Tuol Sleng foltergevangenis in Phnom Penh, waar 17000 mensen de dood vonden. Deze plaats is des te gruwelijker omdat het een normaal ogend gebouw is in het midden van de stad, en de plaats van een voormalige middelbare school. Echter, het klimrek op de speelplaats werd door de Rode Khmer omgetoverd tot de galg voor wispelturige gevangenen. Binnenin de gebouwen zelf heerst een onwezenlijk dense sfeer. Klaslokaal na klaslokaal veranderde in een claustrofobische cel waar gevangenen tot maanden aan een stuk vastgeketend werden aan ijzeren rasters en gruwelijke, middeleeuwse folteringen moesten ondergaan. Veel vloeren zijn zelfs nu nog bedekt met grote donkere vlekken. Wat verderop wordt het hallucinante karakter van deze plaats nog indringender, wanneer we geconfronteerd worden met de vele duizenden foto's die de bewakers namen van elke gevangene. Zo hadden ze direct een foto bij de hand als een gevangene het waagde te ontsnappen. Verdriet, woede, verbijstering, maar vooral angst valt af te lezen uit de vele blikken die je recht in je ogen aanstaren. Zeer veel angst...

Slechts 12 mensen wisten de horror van Tuol Sleng te overleven, omdat ze mechanicien waren of kunstenaar en hun talenten bruikbaar bleken voor de Rode Khmer. Vandaag de dag zijn er nog slechts 2 van hen in leven. Het toeval wilde dat we 1 van hen, Chum Mey, konden ontmoeten, gezeten op het speelpleintje van de voormalige school, waar hij zijn autobiografie promootte. Hij strijdt al jaren voor de oprichting van verschillende tribunalen om de schuldigen voor het gerecht te brengen. Een zo'n tribunaal is na jaren moeizame onderhandelingen eindelijk opgericht om de voormalige, nog levende leiders van de Rode Khmer te vervolgen. Nog niet zo lang geleden werd het voormalig hoofd van de Tuol Sleng gevangenis, Kameraad Duch, schuldig bevonden aan misdaden tegen de menselijkheid en veroordeeld tot een levenslange gevangenisstraf. Maar Chum Mey vecht door. Enkel wanneer meerdere tribunalen worden opgericht die zich richten op de lagere rangen van de Rode Khmer en op de vele bewakers die werkten in de executiecentra, kan Cambodja misschien echt in het reine komen met deze gruwelijke periode in zijn lange geschiedenis.

Veel gevangenen van Tuol Sleng die uiteindelijk geexecuteerd moesten worden, werden op trucks geladen en vervolgens naar de boomgaarden van Choeung Ek gebracht, net buiten Phnom Penh. Dit kleine gebied is de beruchtste van de vele tientallen Velden des Doods ("Killing Fields") die te vinden zijn in Cambodja. De sfeer is minstens zo deprimerend als in Tuol Sleng. Iedereen loopt er zwijgzaam rond, ingetogen luisterend naar een audiogids. Niemand glimlacht. Met reden, want op deze plaats zijn 20000 mensen doodgeknuppeld (kogels waren te duur voor de Rode Khmer) en, al dan niet nog levend, begraven in massagraven. Over een grote oppervlakte kan je tientallen van deze putten zien. Slechts enkelen zijn opgegraven geweest, waarbij soms tot 450 lichamen werden geteld. Hier en daar loop je langs afbakeningen waar regelmatig nog beenderen naar de oppervlakte komen, alsof hun zielen geen rust kunnen vinden op deze plaats. De schedels die zijn opgegraven liggen opgestapeld in een 17 verdiepingen tellende stoepa. Duizenden zijn het er. Nabij loop je langs enkele rustieke vijvers, waar eendjes en hun kroost lieflijk rondwaggelen en je verder enkel het geluid hoort van de wind die doorheen de bomen giert. Een bijzonder aangrijpende plaats is het massagraf waar vrouwen en kinderen in werden gedumpt, met vlakbij de Killing Tree, waartegen de Rode Khmer weerloze babies doodsmakten. Een Westers meisje probeert haar haarbandje aan de boom te hangen, tussen honderden andere kleurrijke lintjes. Iedereen kijkt zwijgzaam toe. Sommigen zijn bewogen tot tranen. De horror waartoe mensen in staat zijn is werkelijk eindeloos. En dat allemaal voor uitermate inferieure redenen, op een planeet die slechts een fractie van een pixel groot is tegen de oneindige zwarte leegte van het universum. Een fractie groot misschien, maar het is een wondermooie blauwgroene fractie en het is enige dat we hebben. De absolute absurditeit van de monstrositeiten die mensen kunnen veroorzaken wordt pas echt duidelijk als je Carl Sagan's beroemde "A Pale Blue Dot" speech leest:

Consider again that dot. That's here. That's home. That's us. On it everyone you love, everyone you know, everyone you ever heard of, every human being who ever was, lived out their lives. The aggregate of our joy and suffering, thousands of confident religions, ideologies, and economic doctrines, every hunter and forager, every hero and coward, every creator and destroyer of civilization, every king and peasant, every young couple in love, every mother and father, hopeful child, inventor and explorer, every teacher of morals, every corrupt politician, every "superstar," every "supreme leader," every saint and sinner in the history of our species lived there – on a mote of dust suspended in a sunbeam.

The Earth is a very small stage in a vast cosmic arena. Think of the rivers of blood spilled by all those generals and emperors so that in glory and triumph they could become the momentary masters of a fraction of a dot. Think of the endless cruelties visited by the inhabitants of one corner of this pixel on the scarcely distinguishable inhabitants of some other corner. How frequent their misunderstandings, how eager they are to kill one another, how fervent their hatreds. Our posturings, our imagined self-importance, the delusion that we have some privileged position in the universe, are challenged by this point of pale light. Our planet is a lonely speck in the great enveloping cosmic dark. In our obscurity – in all this vastness – there is no hint that help will come from elsewhere to save us from ourselves.

The Earth is the only world known, so far, to harbor life. There is nowhere else, at least in the near future, to which our species could migrate. Visit, yes. Settle, not yet. Like it or not, for the moment, the Earth is where we make our stand. It has been said that astronomy is a humbling and character-building experience. There is perhaps no better demonstration of the folly of human conceits than this distant image of our tiny world. To me, it underscores our responsibility to deal more kindly with one another and to preserve and cherish the pale blue dot, the only home we've ever known.

(...)

Na enkele uren te hebben doorgebracht op deze beangstigende plek, werden we zowaar geconfronteerd met... souvenirstandjes! Wie wil hier nu in vredesnaam een souvenir kopen?! We waren nog meer verbijsterd toen onze tuk-tuk chauffeur voorstelde om naar een schietstand te gaan, waar je je kan uitleven met allerhande dodelijk speelgoed (inclusief granatenwerpers!). Blijkbaar lagen deze schietstanden vroeger vlakbij de Killing Fields! Kan het nog cynischer... We hadden even een gevoel dat je misschien het best kan omschrijven als "Stop de aardbol, ik wil ervanaf!", om een goede vriend van ons te citeren.

Terug in Phnom Penh hebben we uiteindelijk nog enkele tempels zoals Wat Phnom bezocht alsook het mooie Koninklijk Paleis. Veel van ons transport van en naar deze plaatsen hebben we gedaan met de tuk-tuk, een soort veredelde driewieler met een overdekte vierzit. Tientallen keren per dag krijg je "tuk-tuk, sir?" naar je hoofd geslingerd; tientallen keren per dag wierpen we hen een brede glimlach toe met de woorden "no, thank you!". Het verkeer in Phnom Penh leent zich tot een intrigerende studie over hoe zo'n warrige chaos kan resulteren in een soort orde waardoor iedereen uiteindelijk toch geraakt waar hij of zij moet zijn. Een vreemde kronkel van de tweede wet van de thermodynamica? En je komt er bovendien vanalles tegen! Van achteloze tuk-tuk chauffeurs, traag voortschrijdende bromfietsen net niet bezwijkend onder het gewicht van de 6 personen die ze vervoeren, tot vrachtwagens, metershoog volgestapeld met alles wat je kan bedenken, van meubels, matrassen tot bamboestengels en fietsen en zelfs Boeddhistische monniken in knaloranje gewaden. Op een keer reed er voor ons een kleine, open vrachtwagen die volgestapeld lag met kippen, waartussen een man liep, druk in de weer met hen één voor één gedwongen te voederen! Op het platteland zagen we dan weer tientallen kinderen in mooi uniform, fietsend van of naar hun schooltjes op hun ouders' fietsen (veel te groot voor de drommeltjes natuurlijk, maar ze deden o zo hun best om het wiel rondgedraaid te krijgen!).

In Phnom Penh hebben we 5 dagen verbleven, waarna we de minibus hebben genomen naar Siem Reap, een reis die zo'n 6 uur duurde. Dit is de algemeen geweten tijdsduur, maar het zou een heel stuk langer duren als de chauffeurs zich aan de toegelaten snelheid zouden houden: waar je 40 mocht vlamden ze soms door tegen 110 km/u of meer. Niemand die erop let, niemand die erom geeft. Terwijl de Khmer bevolking alles mag op zijn eigen wegen, moeten Westerlingen die zich op de weg wagen zich strict aan de regels houden willen ze een boete vermijden. Zo hoorden we het verhaal van een Brit die een boete kreeg omdat hij overdag (!) met zijn lichten aan fietste, en dat terwijl de Khmers zonder problemen 's nachts zonder licht kunnen rijden. Gelukkig kan je nog altijd afdingen op je boete, zelfs tot 80%! Je moest dit alles eens bij ons proberen!

Siem Reap is een backpackersparadijs, waar toeristen samenkomen voor de tempels van Angkor en het uitgaansleven rond Pub Street. Wijzelf waren vooral gefocust op het eerste. Voor 60 USD per persoon hebben we een 7-dagenpas gekocht die ons toeliet de belangrijkste tempels grondig te bezoeken. Uiteindelijk hebben we zo'n 30 tempels aangedaan, op een totaal van zo'n 1000 (inclusief steenhopen die ooit iets van een gebouw moesten voorstellen). Zeer recent hebben radar- en satellietgegevens uitgewezen dat dit gebied ooit de grootste pre-industriele stad ter wereld moet geweest zijn, met een oppervlakte van meer dan 1000 km², meer dan zesmaal groter dan Brussel. De overgebleven tempels zijn een amalgaam van bouwstijlen, toegewezen aan een lange reeks Boeddhistische en Hindoeistische Khmer koningen die hier heersten tussen grofweg de 9e en 15e eeuw. Het hoogtepunt is het gematerialiseerde Hindoe universum van Angkor Wat, gebouwd door Suryavarman II tussen 1113 en 1150, met zijn vijf kenmerkende centrale torens die de vijf pieken van de berg Meru voorstellen, de woonplaats van de goden. Met een oppervlakte van 2 km² is deze tempel op zich al een reusachtig complex, waar we uiteindelijk een volledige dag zouden spenderen. Onze aandacht ging daarbij vooral naar de schitterende basreliefs die, met een totale lengte van 600 m, een hele reeks legenden en mythen uitbeelden uit de Hindoeistische Mahabharata en Ramayana, van de legendarische veldslag van Lanka tot de strijd tussen de asura's en deva's en het verkrijgen van het elixir van de onsterfelijkheid (amrita) door het Karnen van de Zee van Melk. Naast Angkor Wat zijn de belangrijkste tempels het Bayon met zijn 200 gezichten van Avalokitesvara, de boddhisattva van mededogen en Ta Prohm, een tempelcomplex dat traag maar gestaag opgeslokt wordt door de jungle en zijn dramatisch kronkelende wurgbomen (kapokbomen en wurgficus). Andere, minder bezochte tempels met minstens even indrukwekkende jungle-invasies zijn Preah Khan, Ta Nei en het totaal verlaten en overwoekerde Beng Mealea. Sommige mensen geraakten al uitgetempeld na een dagje Angkor Wat, maar voor ons bleef elke dag een ware ontdekkingstocht. Ons verplaatsend per tuk-tuk of met de fiets zagen we eilandtempels (Neak Pean), verlaten tempels vol laaghangende slingerbomen waar je je als Indiana Jones in bochten moest wringen om nauwelijks onderzochte tempelruimtes op je weg te vinden (Beng Mealea), tempels waar iedereen samendrumde voor een schitterende zonsopgang (Angkor Wat) en -ondergang (Phnom Bakheng, Sras Srang), tempels met uiterst verfijnde mythologische taferelen uitgehouwen in rode zandsteen (Banteay Srei), tempels waarvan zelfs veel tuk-tuk chauffeurs niet weten hoe er te geraken (Chau Srei Vibol) en tempels waar je enkel heen kan mits het beklimmen van 635 treden en waar Sovjet luchtafweergeschut je staat op te wachten (Phnom Bok). Al bij al was dit een geweldige duik geweest in het rijke verleden van een stad die er in zijn hoogdagen magnifiek moet hebben uitgezien! Bovendien hebben we regelmatig gebruik gemaakt van de rijkunsten van tuk-tuk chauffeur Pou Ree, een zeer aangename en warme persoonlijkheid die ons zelfs heeft meegenomen naar zijn thuis. Hij heeft ons 2 foto's meegegeven van zijn familie en wij hebben voor hem in ruil een foto gegeven van ons drie na ons bezoek aan de Ta Nei tempel (zie de fotoreeks, laatste foto). Zijn vrouw heeft een piepklein winkeltje vlakbij de jeugdherberg waar we verbleven en we hebben er dan ook regelmatig onze banaantjes of gesneden ananas gekocht. Uitermate trots vertelde hij ronduit over hun drie kinderen, waarvan twee momenteel studeren aan de universiteit (deze van Siem Reap en Phnom Penh). "All the time, papa money, papa money. School so much money!" We duimen samen met hem dat zijn kinderen later een goede job vinden om uit de spiraal van armoede te geraken! Pou Ree heeft ons ook meegenomen naar het huisje van zijn broer. Hij woont samen met zijn vrouw en drie kinderen in een bouwvallig houten huisje en verdient de kost met het aftappen en verkopen van palmwijn. Hiervoor dient ij zonder veel hulpmiddelen in bepaalde palmbomen te klimmen om er de bloemen te snijden om aldus het sap te verzamelen. Dit betekent zeer lange dagen om maximaal 6 bomen te behandelen, met een opbrengst van 4-5 liter per boom, waarvan de verkoop uiteindelijk 1 dollar oplevert per 4 liter. Door de levenscyclus van de palmbomen kan dit werk slechts gedurende 3 maanden per jaar gedaan worden. Weeral een leerrijke confrontatie met de moeilijkheden waarin mensen dienen te overleven voor enkele dollars, en dat terwijl wij zwemmen in oceanen van luxe!

Waar reizigers samentroepen heb je ook telkens de vele opdringerige verkopers van allerhande goedkope memorabilia en uitbaters van kleine restaurantjes die je vaak al aan de tempelingang staan op te wachten. Vooral de bedelende kinderen probeerden ons te overtuigen dat we hen toch maar een dollar zouden geven opdat ze naar school kunnen gaan, al dan niet door de aankoop van hun postkaarten of zijden sjaaltjes. Om te beginnen is school volgen gratis in Cambodja en moet je enkel betalen voor schoolmateriaal. Zelfs al kan je dit niet betalen, dan zijn er altijd oplossingen voorhanden (zoals schooltjes die opgericht en geleid worden door Boeddhistische monniken, zie verder). Geef bovendien geld en ze zullen zeker niet naar school gaan aangezien hun zaakje te winstgevend is. Langs de andere kant is het natuurlijk begrijpelijk dat straatarme ouders hun kinderen op pad sturen als ze weten dat toeristen al sneller smelten voor hun zielige oogjes en met geld over de brug komen (in India is geweten dat dakloze ouders soms hun eigen kinderen mutileren om zo meer geld in het laatje te krijgen!). De tegenstelling tussen hun chronisch gevecht om de dag door te komen enerzijds en onze "vanzelfsprekende" luxe werd trouwens pijnlijk duidelijk in Phnom Penh toen we een bedelende moeder met haar kind minutenlang zagen staren naar een Westers koppel en hun weldoorvoede dochter die zich, twee meter verder, klaarmaakten om te vertrekken van het restaurant waar ze net gedineerd hadden.

Desondanks werd ons steeds aangeraden beter geld te geven aan organisaties die met daklozen en straatkinderen werken. Zo hebben we bij de Lolei tempel Vanna ontmoet, een leraar en ex-monnik die in een nabij gelegen schooltje werkt, dat opgericht werd door monniken en zich vooral richt op arme kinderen wiens ouders onvoldoende middelen hebben om hun kinderen school te laten lopen. De school kan enkel functioneren op basis van giften. Tijdens de rondleiding die ons werd gegeven, vertelde Vanna ronduit over hoe het is om hier les te geven met een minimum aan middelen. Hij laat ons enkele computers zien die hij drie maanden tevoren had aangekocht met de giften die hij mocht ontvangen, alles nog steeds in hun originele verpakking. Als we hem vragen wat hij het meest dringende nodig heeft (misschien kunnen we hem verderhelpen, dachten we), zegt hij simpelweg, "stroom". Omdat generatoren en zonne-energie nog boven zijn huidig budget liggen, en vooral ook omdat die computers niet al te lang mogen gestockeerd blijven zonder te werken, is hij dringend op zoek naar meer fondsen voor deze en andere projecten.

Wat ook beter is dan kinderen geld te geven is hen een goocheltruc tonen, of een kleine vaardigheid proberen aanleren. Je zal zien dat ze vrijwel onmiddellijk hun ouderlijke orders vergeten! Toen een zo'n kindverkopertje ons vertelde dat hij vreemde valuta verzamelde hebben we hem dan ook graag een briefje van 100 MNT gegeven, dat we nog bijhadden van Mongolie. Het andere 100 MNT briefje hangt nu tegen de muur van de Rosy jeugdherberg in Siem Reap.

Met nog een lekker cadeautje van Pou Ree in onze rugzak vertrokken we uiteindelijk uit Cambodja met een bus voor een 10 uur durende rit naar Bangkok, het immer kleurrijke mekka voor hedonistische jongeren en voor anderen die op zoek zijn naar avontuur. Maar daarover later meer. Veel groetjes en tot gauw!

 

 

 

 

Fotoalbums van locatie «Cambodia»

Cambodja, van paradijzen tot oude gruwelen (125)

15 Oktober 2013 | Wereldreis! | Cambodja | Laatste Aanpassing 15 Oktober 2013

  • Tuol Sleng foltergevangenis (2)
  • Tempels van Angkor - Banteay Kdei (1)
  • Phnom Penh - Koninklijk Paleis (2)
  • Phnom Penh - Koninklijk Paleis (3)

 

Plaats een Reactie

 

      
This site is only viewable in landscape mode !
Session Tracking