Reisverhaal «In het land van Chinggis Khaan (deel 1)»

Wereldreis! | Mongolië | 0 Reacties 27 Juli 2013 - Laatste Aanpassing 12 Augustus 2013

Sain baina uu! Ta sain suuj baina uu?

Eenmaal aangekomen in Ulaanbaatar (UB) om 6u 's morgens was het natuurlijk de vraag waar we zouden verblijven. Op de trein had Uyanga ons al erg geholpen door verschillende hostels en guesthouses te contacteren. Echter, omwille van het naderende Naadam festival was er nergens meer een plaats vrij. Gelukkig waren er nog de vele aanbieders van goedkope accommodatie die ons, Westerse rugzaktoeristen, met veel "yes yes very good price!" probeerden mee te lokken vanaf het moment dat we voet zetten op Mongoolse bodem. We werden dan ook al gauw aangesproken door een medewerkster van de Mongolian Steppe Vision Guesthouse & Tours. Ze bood ons een double room aan tegen 25 USD per nacht, inclusief ontbijt, een aanbod dat we niet meteen wilden afslaan! Omdat het nog zo vroeg was kregen we die dag het ontbijt gratis met er nog een lunch bovenop. Als wederdienst hebben we hen de dagen nadien uitvoerig geholpen met hun applicatie om toe te treden tot Hostelworld, waarna we zelfs informeel tot ere-bezoekers van hun guesthouse werden uitgeroepen. Begin augustus zouden we dan ook nog enkele dagen bij hen verblijven.

Tijdens de eerste dagen in UB viel ons onmiddellijk op hoezeer de stad versmacht wordt door stof en smog, dat continu en haast oncontroleerbaar in massale hoeveelheden opstijgt vanuit de vele chaotische hoofdwegen die de stad doorkruisen. Volgens sommige rapporten zou UB zelfs diep in de top 10 staan van de meest vervuilde steden ter wereld voor wat betreft luchtvervuiling. Per dag ademen we immers het equivalent in van 2 pakjes sigaretten. Dit valt nog mee, want in de winter stijgt dit tot 5 pakjes per dag!

Wat ons eveneens onmiddellijk opviel was de manier waarop voetgangers de straat dienden over te steken. Omdat er weinig zebrapaden zijn (en waar er wel zijn eindigen ze soms in het midden van de straat, alsof ze hier niet echt het concept lijken beet te hebben) ben je verplicht om je leven op het spel te zetten door kriskras tussen de voorbijzoevende auto's je weg naar de andere zijde te zoeken (letterlijk dan, liefst niet figuurlijk!). Gelukkig rijden ze hier nooit echt snel en is men duidelijk gewoon aan deze manier van doen, maar het was niettemin toch even slikken! Een ander avontuur zijn hier de bussen. Elke bus ziet er anders uit, maar allemaal zijn het oude (elders afgedankte?), rammelende karren met foeterende chauffeurs die maar al te graag toeteren naar al hetgeen hen niet aanstaat. Toeteren is hier overigens dé absolute nationale sport. Iedereen toetert dat het een lieve lust is, maar niemand trekt er zich ook maar iets van aan. Verder zijn er nergens duidelijke busuren te vinden en betaal je steeds 400 MNT per rit (zo'n 25 eurocent), ongeacht hoelang je op de bus moet zitten. Busritten naar andere steden zijn natuurlijk wel duurder. Ben je echter aan het busstation afgezet maar heb je net de bus gemist? Geen probleem! Spring terug in je auto, achtervolg de bus en rijd hem met veel gevoel voor drama klem (James Bond kan er nog een puntje aan zuigen!). De chauffeur zal je zelfs zonder veel getoeter en gefoeter aan boord laten. Alsof de arme stakker het maar al te vaak moet meemaken...

Nog een opmerkelijke vaststelling: Coca-Cola is hier overal. Werkelijk overal. Overal zie je reclame van al hun producten; overal zie je consumptie. Wat misschien verklaart waarom zijn grote concurrent, PepsiCo, gratis Pepsi uitdeelde in de bioscoop, onder het credo "Gij zult Pepsi drinken tijdens dezen film!" Oftewel, de concurrentieslag in zijn meest concrete vorm. In elk geval, de verslaving aan suiker is verbijsterend. Zo deed onze tijdelijke gids het equivalent van maar liefst 10 klontjes suiker in zijn koffie. Stap bovendien eendert welke supermarkt binnen en het eerste wat je ziet zijn de gigantische hoeveelheden snoepgoed en frisdranken. Zoveel rekken van allerlei kleurrijke snoepjes! En zoveel mensen die staan te drummen om zoveel mogelijk van al dit lekkers zo snel mogelijk in hun karretjes te werpen. We zijn maar niet over Stevia begonnen... Waar is de groenten- en fruitafdeling vraag je je misschien af? Als je geluk hebt vind je wat komkommers, uien en appels.. o ja, en vijf rijen augurken. Allemaal import natuurlijk, aangezien Mongolie quasi geen landbouw kent, wat dan ook de hogere prijs voor deze producten verklaart. Zo kan je er ook geïmporteerde producten zoals Frankfurter Bockwürstchen en Franse Macédoine de Légumes terugvinden. Voor onze dagdagelijke groentjes en fruit zijn we uiteindelijk naar de vele markten gegaan, waar de keuze iets uitgebreider was. Je hebt hier in UB immers een groot assortiment aan containermarkten, zwarte markten en straatmarkten. De mensen zijn hier trouwens niet enkel verslaafd aan suiker, maar ook aan technologie en fashion. Veel mensen lopen rond met de nieuwste Samsungs of iPhones in hun broekzak, terwijl de exclusieve Louis Vuitton winkel 's werelds meest succesvolste is van de keten. Met zoveel smartphones op straat is het dan ook vreemd om al die mensen te zien met hun digitale weegschalen, wachtend langs de kant van het voetpad op een klant die zich voor zo'n 10 eurocent wil wegen. Erg winstgevend lijkt ons dit niet.. Dan kan je beter groenten en fruit verkopen aan al die toeristen die moeite hebben met het Mongoolse dieet van rijst, schapenvlees en bloemproducten!

Wat je hier ook veel ziet zijn apotheken. Dat leek ons handig toen we nood hadden aan een laxatief (ons rijst en noedeldieet van de trein bleek ons even parten te spelen.. althans in sommige delen van ons lichaam). Vol goede moed gingen we dus, samen met onze Point-It, op zoek naar de dichtstbijzijnde apotheek. In de Point-It staat namelijk een duidelijk figuurtje over constipatie: een toilet met een dikke rode streep door, gevolgd door een pijl richting medicijnen. Toen ik dit echter aan de apothekeres toonde bekeek ze me alsof ze het in Peking hoorde donderen, om dan vervolgens op de proppen te komen met een luchtverfrisser. Aangezien dit blijkbaar niet werkte trachtte ik constipatie uit te beelden. Daar stond ik dan, half gehurkt in het midden van een Mongoolse apotheek, doen alsof ik uit alle macht aan het drukken ben, om uiteindelijk enkel nog meer vertwijfelende gezichten te zien. Ze hoorden het niet enkel meer donderen in Peking, maar wisten precies niet goed meer of ze nu moesten lachen, wenen, vluchten of de politie moesten bellen. Of een ambulance. In elk geval kwamen we van een kale reis thuis. Gelukkig bleek het niet zo moeilijk te zijn om pruimen te vinden, waarna ons "probleempje" al snel vergeten was. In tegenstelling tot ons avontuur in de apotheek natuurlijk...

Omdat we tijdens ons verblijf in het land van Chinggis Khaan vooral vrijwilligerswerk wilden doen, hebben we veel minder tijd gespendeerd aan het verkennen van dit enorme land. We zijn wel eens op ons eentje naar het Terelj park getrokken, waar we, via de guesthouse waar we eerder hadden verbleven, afgesproken hadden met een nomadenfamilie om een nacht in hun ger (Mongoolse yurt) te verblijven. De eerste aanblik in hun ger was echter niet meteen de traditionele inkleding dan wel hun... televisie met bijbehorende videorecorder en DVD-speler! We konden dus al snel vaarwel zeggen tegen ons overgeïdealiseerd beeld van de Mongoolse nomaden.. Traditionele nomaden zijn er natuurlijk ook nog, maar het lijkt erop dat ook hier de Westerse invloed zich sluipend een weg probeert te vinden in hun oeroude tradities, iets wat, lijkt ons, op lange termijn de unieke eigenheid van hun cultuur zeker niet ten goede zal komen. Het was best een bizar beeld: samen dineren met de nomadenfamilie in hun ger terwijl we de, in het Mongools gedubbede, Amerikaanse reality show "The Biggest Loser" aan het zien zijn, waar dikke Amerikanen met mekaar in competitie treden om zoveel mogelijk te vermageren. Als we achteraf naar onze eigen ger gaan zien we dat de gastvrouw de houtkachel al heeft aangestoken. Met het knetterende vuur en de huilende wind in de achtergrond vallen we niet veel later dan ook als een blok in slaap... om enkele uren later opeens wakker te schieten door luide technodreunen die meedogenloos weergalmden in de donkere vallei! De toeristen in het toeristen ger kamp wat verderop hadden blijkbaar zin in een feestje! Het zou nog enkele uren duren vooraleer de rust zou wederkeren. 's Anderendaags werden we op een heerlijk ontbijt getrakteerd, met zelfgemaakte kaas die, nog warm en smeuïg, lekker uitgesmeerd kon worden over onze boterhammetjes. Iets wat steevast overal terugkwam, op elk moment van de dag, was de typische gezouten Mongoolse melkthee (suutei tsai). De smaak is even wennen in het begin, maar dat word je al snel gewoon.

Na het ontbijt trokken we erop uit naar het Boeddhistische Aryapala Initiatie- en Meditatiecentrum, dat gelegen is tegen een steile rotswand en waar je, tijdens de klim naar boven toe, begeleid wordt door vele tientallen borden met Boeddhistische wijsheden. Onderweg zijn we ook ovoos tegengekomen, heilige steenhopen die stammen uit de oudere shamanistische tradities van het land. Na dit bezoek hebben we afscheid genomen van de gastfamilie en moesten we onze weg zien terug te vinden naar UB. Uiteindelijk stopte er een minibus waar we dan als haringen in een ton werden gepropt. Deze private busjes bieden normaal plaats voor 8-10 mensen, maar er worden meestal veel meer mensen opgeladen dan toegelaten. In onze bus zaten 20 haringen. Het grote voordeel is dat je niet meer op en neer veert wanneer de bus zich een weg baant doorheen het puttenlandschap dat moet doorgaan als een "rijweg", eenvoudigweg omdat je je niet meer kán bewegen. Onze rit duurde gelukkig slechts anderhalf uur. Als je van verder komt kan je leven als haring echter soms 20 uur of langer duren.

Terug in UB hebben we het Nationaal Museum bezocht, een vijf verdiepingen groot complex dat de geschiedenis van Mongolie vertelt vanaf de steentijd tot de democratisering van de jaren '90. Allemaal uitermate boeiend, met als persoonlijk hoogtepunt misschien niet zozeer de vergoddelijkte frapatsen van een zekere Chinggis Khaan en zijn nazaten, als wel de uitgebreide expositie over de klederdracht en juwelen van de 20 etnische groepen die Mongolie rijk is. Nadien hebben we nog enkele Boeddhistische tempels bezocht, zoals de Gandan en Choijin tempels. De toegang bedroeg telkens zo'n 5000 MNT, oftewel 2,5 euro, terwijl je maar liefst 50000 MNT moest ophoesten om binnen foto's te nemen, iets wat we dan ook wijselijk aan ons hebben laten voorbijgaan. Hoewel sommige tempels in het hartje van de stad gelegen zijn, als relieken van de oude cultuur, verborgen tussen hypermoderne glazen torens van onze postmoderne geldcultuur, blijkt hun eigentijds ritme grotendeels bewaard gebleven. Toeristen komen en gaan, terwijl duizenden duiven de stoepa's blijven bekleden en monniken onverstoorbaar mantra's reciteren, gezeten in verborgen tempelhuisjes bekleed met heilige tangkha's en behuisd door beeltenissen van hun oude beschermheren, enkele van de vele boddhisattva's en arhats die het Mahayana Boeddhisme kent.

Via collega-vrijwilligers werden we op de hoogte gebracht van een obscure tentoonstelling over Noord-Koreaanse borduurkunst in het Culturele Paleis, vlakbij het Nationaal Museum, ter gelegenheid van de 60-jarige vriendschap tussen Noord-Korea en Mongolie. Omdat Mongolie eveneens goed bevriend is met Zuid-Korea (getuige de ontelbare Zuid-Koreaanse restaurants in UB) en de Verenigde Staten, zou dit land best wel eens de ultieme diplomatie kunnen leveren in het conflict op het Koreaanse schiereiland. In elk geval leek ons een Noord-Koreaanse tentoonstelling een niet-te-missen gelegenheid om mee te maken. Omdat er nergens een aanwijzing te vinden was waar we nu precies moesten zijn, duurde het even voor we het vonden. De eerste aanblik was er eentje van Kim Jong Il en zijn zoon, Kim Jong Un, omgeven door vlaggen en bloemen, terwijl vlakbij een oude televisie Noord-Koreaanse propaganda toonde, met grimmige zwart-wit beelden van de Koreaanse oorlog van begin jaren '50. Serieus blijven, niet lachen en respect tonen was de boodschap. Vooral omdat er een bewaker was die ons nauwlettend in het oog hield. De kunstwerken waren best indrukwekkend: zo'n 35 werken van Noord-Koreaans borduurwerk dat landschappen, dieren en Chinggis Khaan taferelen uitbeeldde. Naar het schijnt werd dit geheel door 7 vrouwen gemaakt in 7 dagen tijd. Slavernij misschien? Buiten deze kunstwerken werd er ook ruim aandacht besteed aan de Kim dynastie, met een grote fotomuur alsook een lange tafel vol propagandamateriaal, gaande van Noord-Koreaanse dagbladen en pamfletten tot dikke boeken in harde kaft geschreven door de Kim dynastie, handelend over socialisme en de Juche gedachte. Allemaal gratis mee te nemen overigens. Opdat hun boodschap toch maar verspreid zou geraken over de gehele wereld. Uitermate bizar. Uitermate fascinerend ook, maar tevens uitermate tragisch als je weet in welke gruwelijke omstandigheden de Noord-Koreaanse bevolking op hetzelfde moment moet trachten te overleven. Uiteindelijk beslissen we om slechts enkele pamfletten en een krant met erop een raketlancering mee te nemen. Kim Il Sungs uitgebreide verhandelingen over de Juche filosofie laten we toch maar links liggen.

Terug in UB werd het ook tijd om ons klaar te maken voor de jaarlijke hoogmis van de traditionele Mongoolse spelen, het Naadam festival, dat in UB plaatsvindt op 11 en 12 juli. Hoewel het Naadam gebeuren in UB veruit het bekendste en het grootste is, organiseren veel dorpjes en gemeenschappen op het platteland hun eigen Naadam festival, ergens tussen begin en eind juli. In UB vindt de meeste activiteit plaats in en rond het centrale stadion, waar zo'n 12000 mensen de worstelcompetitie kunnen volgen. Rond het stadion kan je naar het boogschieten of enkelbeenschieten (shagai) gaan kijken. Het paardracen vindt echter plaats buiten het stad, maar je kan hiervan enkel de aankomst meemaken. Wijzelf hebben na lang afdingen voor 20 euro per persoon tickets op de zwarte markt kunnen bemachtigen voor de tweede dag van het worstelen, inclusief de finale en de slotceremonie. Onder een loden zon (gelukkig zaten we onder een afdak!) zagen we de één na de andere Mongoolse worstelaar zich gewonnen geven, totdat de ultieme winnaar werd uitgeroepen om vervolgens geëerd te worden door de president. Om het publiek te voorzien van eten en drinken kwam men voortdurend rond met Coca-Cola producten (wat anders) en khuushuur (een soort gefrituurde vleesknoedel). We hebben er ook de beruchte arak thee (airag) geproefd, licht alcoholische, gefermenteerde merriemelk. De scherpzure smaak ervan bleek moeilijk verteerbaar te zijn voor onze Westerse smaakpapillen, wat resulteerde in een onmiddellijke verkramping van onze gelaatspieren. Tot grote hilariteit van de anderen. Met de camera als ultieme getuige natuurlijk.

De dag na Naadam, zaterdag 13 juli, zouden we dan eindelijk aan ons vrijwilligerswerk beginnen, 9 dagen na de oorspronkelijke startdatum van ons project. Misschien ondenkbaar in onze Westerse mentaliteit, maar hier past dit allemaal in het concept van margash, het Mongoolse equivalent van mañana: wat vandaag niet lukt doen we morgen wel... misschien. Voor onze avonturen tijdens dit vrijwilligerswerk, zie deel 2 van "In het land van Chinggis Khaan"!

 

 

 

 

Fotoalbums van locatie «Mongolia»

In het land van Chinggis Khaan (92)

27 Juli 2013 | Wereldreis! | Mongolië | Laatste Aanpassing 27 Juli 2013

  • fascinerend poseren(3)
  • Byambaa Batbaatar's werk (3)
  • de presidentiele inauguratie ceremonie(2)
  • Byambaa Batbaatar's werk (10)

 

Plaats een Reactie

 

      
This site is only viewable in landscape mode !
Session Tracking