Reisverhaal «Zuid Sinaï»
De Zuid Sinaï woestijn
|
Egypte
|
1 Reacties
04 Januari 2018
-
Laatste Aanpassing 11 Januari 2018
4 januari 2018
Een tip van een gezin dat ook houdt van reizen en andere culturen ontdekken, bracht ons tot in Dahab. Ondanks de veiligheidsproblemen die er op dit moment in Egypte zijn, is Zuid Sinaï relatief rustig en veilig, zeker in vergelijking met het onrustige noorden. De angst zit er wel in, dat merkten we als we buiten Dahab zelf gingen. Tijdens de uitstap naar het Katherinaklooster werden we in het totaal 12 keer gecontroleerd, van politiecontroles tot gebarricadeerde wegen met strenge militaire controles. Tineke maakte de vergelijking met reportages van Rudy Vranckx en daar had het zeker veel van weg. Begin de jaren 2000 waren er de bloedige aanslagen in Sharm el Sheikh en Dahab en nog vorig jaar was er een aanval op het Katherinaklooster. De toeristen blijven weg en het arme zuiden, waar toerisme toch een beetje welvaart bracht, doet er alles aan om de extreme Islam militanten buiten te houden. De Egyptische politiek is instabiel, het Midden Oosten is meer dan ooit een kruidvat en de Egyptische pond is sterk gedevalueerd. De toekomst voor de Egyptenaren is heel onzeker en de Sinaï, al meer dan een halve eeuw een militair schaakbord, lijdt hieronder. Langs de kust zien we onafgewerkte vakantieparadijzen die staan te verloederen, de toeristen komen nauwelijks en de inwoners zijn oprecht dankbaar met ons bezoek. Het is dikwijls pijnlijk om zien.
Ons prachtig huisje ligt in 'Assala. Het is de Bedoeïnenwijk van Dahab. Habibi (zo noemt ons huisje) heeft een gezellig bebloemde binnentuin en een dakterras. Het was er zalig zonnen, een beetje afgeschermd van het leven er buiten. Vanaf het dakterras was het boeiend het dagelijkse leven te observeren. Kinderen speelden blootsvoets met banden en al hetgeen ze vonden op straat, oude pick-ups reden af en aan, volgestouwd met mensen, vuil, groenten, waterbakken, … Mannen dragen een lange djelabiya en een sjèl rond het hoofd gewonden, de vrouwen een zwarte abeya en dikwijls is hun hoofd verborgen onder een niqaab. Vijf keer per dag wordt vanop luidsprekers op de minaretten opgeroepen tot gebed. Het is een kakafonie van zingende (hoewel met weinig zangtalent) imams, de eerste keer om 5 uur in de ochtend. Eenmaal we de deur uitstapten, zaten we er middenin. Het was weer even schrikken van het vuil op de straat, de zwerfkatten en -honden, de drukte, de anarchie op de weg en de soms schrijnende armoede. Maar we voelden ons weer op en top op reis, in een andere cultuur … we keken opnieuw naar onszelf tegen een andere achtergrond.
De tegenstelling met de wijken Masbat en Mashraba is groot. Daar liggen de souvenirwinkels, guesthouses en eethuisjes. Grote resorts vind je er niet, het is geen Sharm el Sheikh. Dahab heeft een hippieverleden en die kleinschalige flowerpowersfeer hangt overal en we voelden er ons goed ! Eenmaal we het paradijslijk terras van de Eels Garden View, de Yallahbar of Urgh Dive binnenstapten en ons installeerden tussen de kussens en onder de palmbomen, was de bedoeïnenwereld ver weg en waren we volop toerist die van dit stukje hemel op aarde genoot. En dat was het ook wel ! Hoewel putje winter daalde de dagtemperatuur niet onder de 20 graden en was het met een trui 's avonds heerlijk buiten zitten. De blauwe Golf van Akaba wordt omringd door de prachtige geelbruine woestijnbergen van de Sinaï en Saoedi Arabië. Vanaf het terras stapten we zo de zee in, waar tussen de kleurrijke koralen een ongeziene diversiteit aan visjes zwemmen. We kwamen hier niets tekort en lieten ons graag bedienen met pizza, pannenkoeken, frieten, Sprite, de plaatselijke Stella en verse vruchtensappen. We waren telkens blij als we 's avonds passeerden langs het centrale plein van 'Assala, waar de Bedoeïnmannen aan de waterpijp naar de Engelse voetbal of slecht geacteerde soaps keken en in allerlei winkeltjes prullen, lekkere hapjes maar ook stinkende vis en ingewandenvlees werden verkocht voor bijna niets. Dan voelden we ons tussen de locals. Maar omgekeerd waren we even content de cultuurshock even achter ons te laten en de luxeterrassen op te zoeken.
Fadeya is Bedoeïn en woont schuin tegenover onze villa, ze verzorgt de tuin en kwam graag een babbeltje slaan. Ze nodigde ons uit bij haar thuis om kennis te maken met haar ouders. Zo zaten we met oudejaarsavond op de tapijtjes in een scheef gemetseld kamertje tussen de uiterst sympathiek familie van Fadeya. We brachten als dank een paar aubergines mee die meteen heerlijk werden klaargemaakt en met farashih (een plat brood) geserveerd. De hele familie werd voorgesteld, van boorling tot de opa. Het was hartverwarmende gastvrijheid van mensen die weinig hebben maar gelukkig zijn. Fadeya liet ons trots zien hoe de farashih werd gebakken op een soort omgekeerde koepel. Lisse en Jolente mochten de deeg rollen en vonden het brood heerlijk. 's Avonds kwam ze graag nog eens langs voor een babbel en zo kon ze even gratis op het internet. Ze beschreef haar leven als Bedoeïn, hoe ze als jong meisje naar de universiteit gaat en wil genieten van vrijheid maar gebonden is aan tradities. Ze vertelde ook over de verhouding met de 'Egyptenaren', de hadar, die hier geld verdienen met het toerisme maar verder de Bedoeïnen veroordelen als arm en achter. We vroegen haar om samen met ons iets te gaan eten aan de zee maar dat deed ze niet, dat hoort niet als Bedoeïn en ze zou niet echt welkom zijn. Ik moest terugdenken aan de ontheemde aboriginals in Australië en de gestrande Mongoolse nomaden in Ulaanbataar. Ook deze generatie Bedoeïen is de eerste die zich vestigt maar het zit niet in hun bloed. Neem mensen weg uit hun vertrouwde omgeving van generaties en je krijgt een verhaal met veel vallen en opstaan en onbegrip, gebaseerd op onwetendheid. ‘De Bedoeïenen vinden in de woestijn beter hun weg dan ze in de stad ooit zullen vinden' , las ik in de reisgids en daarvan waren we getuige. Fadeya nodigde ons uit om samen met haar vader en moeder een dag de woestijn in te trekken. Geweldig hoe papa Ali zijn gammele maar ijzersterke 4x4 door het woestijnzand laveerde. Daar waren ze in hun sas, ging de Bedoeïnenmuziek een streepje luider en behendig en spectaculair reden we over zandduinen in een immens mooi en gevarieerd landschap. Hij bracht ons naar diepe kloven waar wind de rotsen zandstraalde tot prachtige formaties. We reden tot een grote paddenstoelrots, een meesterwerk van duizenden jaren erosie. Fadeya en haar moeder staken ’s middags een vuurtje aan en bereidden een geweldig lekkere maaltijd en maakten een brood, Libbah, onder de as van het vuur. Wij alleen in het midden van de woestijn, samen met een Bedoeïnenfamilie voor wie dit onherbergzame landschap een echte thuis is. Het was een fantastische dag, een onvergetelijke belevenis.
We wisselden uitstappen af met een dag rust, gewoon genieten van de zon, we lazen een boek of strip op het dakterras of binnentuin. Lisse en Jolente haalden weer hun hele gamma spelletjes boven. Tegen de middag gingen we even snorkelen en aten we iets lekkers, heerlijke vakantiedagen.
Mohammed, de vriendelijke klusjesman regelde graag de uitstapjes. Zo kon hij natuurlijk ook een graantje meepikken, met plezier want hij deed het prima.
Hij bracht ons naar Three Pools, een snorkel- en duikplaats ten zuiden van Dahab. Op de onderwaterflanken van de drie diepe ‘putten' in de zeebodem groeit prachtig koraal, de hoge bergen staan met de voeten in de zee. Een zalige namiddag in de hangmat of al drijvend boven al het natuurschoon. ’s Avonds bereidde Mohamed zijn vrouw kushari, de Egyptische variant van spaghetti, het smaakte !
Mohammed bracht ons ook naar ‘the blue hole', een wereldberoemde duikplaats. De onderwaterwereld daar was buitengewoon, zo geplukt uit de betere natuurdocumentaire. Elk op een kameel vertrokken we voor een lange tocht naar het zuidelijkste strand van Ras Abu Galum, een groot natuurpark. Lisse bereed de kameel alsof ze nooit anders deed. Dat was toch anders bij mij, na tien minuten hing ik hulpeloos aan de zijkant van het prachtdier, tot grote hilariteit van de rest natuurlijk. Alweer een superervaring, door het verlaten landschap langs de kust en over rotsen, bovenop deze slanke viervoeter. Enkel de jonge kameeldrijver volgde op zijn blote voeten om de dieren in het gareel te houden. In het natuurpark gingen we alweer magnifiek snorkelen, ik hoopte op een ontmoeting met een manatee of zeekoe, die er onderwater grazen maar het zeldzame dier liet zich niet zien. Na wat luilekkeren en vooral genieten van de overweldigende rust, namen we de boot terug en dan ben ik zeker in mijn element, ik vaar zo graag, dan geniet ik dubbel.
Een goede tweehonderd kilometer van Dahab ligt het beschermd natuurgebied van Katherina. Geen kalkheuvels en zandstenen woestijn maar een gebergte van 600 miljoen jaar oude granietstenen met een unieke fauna en flora. De tweede hoogste berg is de Jebel Moesa en de beklimming stond die dag op het programma. Het is op deze 2200 meter hoge berg dat volgens de overlevering Mozes de tien stenen tafelen van God ontving. Daarmee ligt daar de wortel van drie wereldgodsdiensten : het Jodendom, Christendom en de Islam. Wat er ook van zij, deze plaats is zo beladen met geschiedenis dat het me kippenvel gaf, ook letterlijk want de temperatuur daalde aan de top tot tegen het vriespunt en het waaide er stevig. De rit tot ginder was adembenemend mooi. De Sinaï is niet zomaar een woestijn, hij wordt beschreven als de meest gevarieerde op aarde en dat hebben we kunnen zien, we kwamen ogen tekort ! Toen we ’s avonds terugreden was het volle maan. Het schijnsel gaf de woestijn weer in grijswaarden, heel bijzonder. De klim gebeurde onder begeleiding van een Bedoeïnengids van de Djebeliyastam, ooit naar daar gebracht om de monniken van het Katherinaklooster bij te staan en te beschermen. Het klooster ligt aan de voet van de berg, daar waar Mozes de brandende braamstruik zag. De ligging tussen hoge rotsen en de 1500 jaar oude beschermingsmuren gaf een bijzonder zicht tijdens de beklimming. Hoe belangrijk en wereldbekend dit bedevaartsoord ook is, we waren er, naast een busje Chinese toeristen en veel militairen, helemaal alleen. De huidige veiligheidssituatie zal er veel mee te maken hebben, Christelijke heiligdommen zijn een regelmatig doelwit van terreur in het Egypte van vandaag. Het was een vreemde sfeer die er hing. De klim tot de top was prachtig, unieke landschappen en een unieke locatie. Onderweg warmden we op aan een vuurtje met hete thee of chocomelk en tijdens het afdalen kleurde de ondergaande zon de granieten toppen bijzonder mooi. Op de top was het te koud om lang te blijven, een kleine kerk en moskee stonden op de plaats waar het allemaal zou zijn gebeurd. Heel bescheiden allemaal, zelfs wat verwaarloosd, eigenaardig voor zo een heilige plaats. Het was donker toen we met zaklampen terug langs de hoge muren van het klooster naar onze taxi stapten. De militairen waren dankbaar voor ons bezoek en riepen nog toe dat België ‘great footballplayers' heeft, we brachten als zeldzame toerist toch een beetje variatie in hun eentonige dag. Wat een bijzondere dag alweer.
Onze reis naar de Sinaï overtrof alle verwachtingen. De prachtige woestijn, de wonderlijke onderwaterwereld, de boeiende Bedoeïnencultuur, het paradijselijke en relaxe, overgoten met een stralende zon. Het was de max !
Herman