Reisverhaal «Dit was Laos»
Een jaar van huis
|
Laos
|
0 Reacties
03 Januari 2015
-
Laatste Aanpassing 03 Januari 2015
3 januari 2015
Op 9 december 2014 wiebelden we met de nachttrein de Mekong over, een natuurlijke grens tussen Thailand en Laos. Het enige wat vaststond was dat we over land naar Cambodja wilden reizen, voor 7 januari want ons visum telt 30 dagen. Het werd dus een doorreis van de hoofdstad Vientiane, in het noordwesten naar de 4000 eilanden in het zuiden. Onze route zie je op het plannetje dat verschijnt als je op de startpagina van onze blog op de naam Laos drukt. Misschien heb je dit al gezien en denk je, vertel eens wat anders, OK, dat zal ik doen. Ik zal schrijven wat voor een land Laos voor ons was. De nummering heeft niets te maken met een top 10. Het is de som van dit alles die onze reis maakte.
- 1.Het land van ‘sabai dee’
De schoolkinderen in hun wit-blauw uniform zwaaiden ‘sabai dee’ of de kleintjes met blote poep of de grote mensen (ze zijn eigenlijk niet zo groot) groetten ons zittend of liggend aan hun kraam, vriendelijk, zonder hun stem te verheffen. Het enige wat te luid stond was hun microfoon, om verslag uit te brengen bij de petanque of te zingen op een trouwfeest. ‘Sabai dee’ dus, gevolgd door een vragende blik in de ogen wanneer we meer wilden, de weg bijvoorbeeld of een bestelling. Uiteindelijk de weg min of meer gevonden en onze bestelling min of meer gekregen, ja, zo min of meer is ook goed hier.
- 2.Het land van overstekende koeien
We zijn er al aan gewend, dat beesten ook tot openbare weggebruikers horen. Overstekende koeien, zwijnen, honden, kippen, … veelal gevolgd door hun kalf, biggetjes, puppy, kuiken, …Tot groot jolijt van Lisse en Jolente. Tijdens onze brommervijfdaagse op het Bolavenplateau hadden ze zelfs voor onderweg een handcode afgesproken voor het soort babydiertje dat ze zagen. Guesthouses met een puppy of poesje zijn zeker van een prima beoordeling door de meisjes. Krijgen wij dan een poes of hond als we terug thuis zijn? Zeg kindjes, die diertjes worden wel groot, hé.
Laos is voornamelijk boeddhistisch en daar horen tempels bij én monniken met oranje gewaden. Allebei fleuren ze het straatbeeld op. De tempels zijn met taferelen beschilderd, versierd met goud en ze hebben iets elegant. In Champasak bezochten we de ruïne van Wat Phou (Wat, wat gewoon tempel betekent). Hij werd in de Khmerperiode gebouwd net zoals de bekende Ankor Wat die we volgende week gaan bezoeken. Wat Phou was oorspronkelijk een hindoetempel, maar er prijkt nu een grote Boeddha op de oude heiligste plaats. Ik kijk graag hoe jonge en oude Laotianen een offer (torentje van bladeren en bloemen), kaarsen of wierookstokjes plaatsen bij een beeld, het is levendiger dan een kaarsje laten branden in de kerk. De kleine tempeltjes die we zagen langs de kant van de weg zijn eigenlijk geesteshuisjes en zijn een vorm van animisme (een stroming binnen het hindoeïsme). Men gelooft in het bestaan van goede en kwade geesten in de natuur en wil ze gunstig stemmen door offers te brengen. Bedankt wikipedia, want tot vorige week dacht ik dat het gewoon een miniversie was van een boeddhistische tempel.
- 4.Het land van huis op stelten
Houten paalwoningen zagen we niet enkel aan de oever, maar ook elders in Laos. Meestal zaten de bewoners en familie onder de schaduw van hun huis. Er is ook plaats voor een hangmat, een wiegje, een fiets, brommer, een winkeltje of rommelig huis-tuin-en-keukengerief. Als de huizen van beton zijn krijgen ze soms nog een laag roze of groene verf, tja, smaken verschillen… Tijdens 2 overnachtingen sliepen we ook in een houten paalwoning bij mensen thuis. De matrassen werd open geplooid voor het slapen gaan. Dan moest ik toch denken aan ‘onze’ slaapkamers. Wij willen ieder kind een eigen slaapkamer geven, waar meer in staat dan enkel een bed. Alweer een blikopener. Neen, we gaan onze huisinrichting niet veranderen in de Koevliet, maar wanneer ik vind dat er dringend moet opgeruimd worden zal ik toch eens terugdenken aan het huishouden hier.
- 5.Het land van de Mekong en de watervallen
De Mekong die helemaal door Laos stroomt om via Cambodja uit te monden in Vietnam zagen we in al zijn rust. In Vientiane sprongen Jolente en ik ons in het zweet tijdens de aerobicles naast de Mekong. In Thaeket lunchten we onder de platanen aan de oever van de Mekong. In Pakse voer de rivier ons naar Champasak. Daar stond ons guesthouse naast de Mekong, dus werd deze waterweg het unieke uitzicht om 2014 af te sluiten. Een vertakking in het zuiden van Laos kreeg de naam 4000 eilanden en op één ervan hangen wij in de hangmat naar de Mekong te kijken. Deze ochtend om 7 uur dobberden we al op de rivier, zeg maar zee, om naar de Irrawaddydolfijnen te speuren. Omdat deze walvisachtigen op tijd moeten ademen zagen we hun ronde kop en lijf met kleine vinnen verschijnen, neen, van deze dolfijnen moesten we geen sprongen of salto’s verwachten. Tot hier de rust van de Mekongwateren, want ik heb nog niets gezegd over de wilde watervallen. De watervallen op het Bolavenplateau hadden indruk op ons gemaakt, van paradijselijke tot hoogste watervallen, maar wat we gisteren te zien kregen overtrof alle verwachtingen. Hier naast het eiland Don Khon gaat de Mekong zodanig te keer tussen kilometers rotsen dat je niet weet waar eerst kijken. Nog een waterval die we niet zullen vergeten is diegene die we met de kajak deden. Jolente, de gids en ik namen de waterval iets te letterlijk.
- 6.Het land van karstbergen
Wat mij vooraf aantrok waren die karstbergen. Mijn hart ging dus sneller slaan als ik dit landschap zag verschijnen in Vang Vieng. Met hun bijzondere vormen schieten ze precies uit de grond, hoge rotsen met bomen op. Klauterend, ja echt op handen en voeten, op zo’n rots zagen we ook de gelaagde stenen en de kleine en grote gaten als gevolg van erosie. De grotten zijn daar ook een gevolg van. Ok, we hebben niet alle grotten kunnen bezoeken die we wilden bezoeken, maar volgens Herman horen de grotten van Han ook tot de wereldtop. Vermits Vang Vieng het meest noordelijke punt was dat we bezochten vreesde ik dat we geen karstbergen meer gingen tegenkomen. Maar oef, in het savannelandschap rond Thaeket zag ik ze weer! En daar moest ik ze na 4 dagen achterlaten.
- 7.Het land van de baguette
In het land van gekookte rijst, gebakken rijst en kleverige rijst (sticky rice) kan je ook stokbrood kopen. Merci aan de Fransen, de vroegere kolonisten! En met choco erop kan de kinderen hun ontbijt niet meer stuk. Met uitzondering van ons lunchpakket bij kajaktocht trokken we op pad zonder eten. Werkelijk overal, zelfs in de kleinste dorpjes vonden we een kraampje/winkeltje/eethuis, zelfs op de bus kwamen ze eten verkopen in een plastic zakje of op een saté. Wat ik niet begrijp is dat er soms zo’n 10 kraampjes naast elkaar staan die net hetzelfde verkopen. Heel fotogeniek wel, een straat met enkel watermeloenkraampjes.
Mister Vieng, een koffieboer leidde ons door zijn ecologische tuin en liet ons proeven van –voor ons- onbekende vruchten. Hij toonde ons het verschil tussen de koffiebomen Arubica, Robusta en Liberica. Niet dat ik het nog weet, maar het hele proces van boom tot koffie zal me wel bijblijven. Een kopje koffie met baguette klinkt niet Aziatisch, maar is voor mij wel Laos.
- 8.Het land van rechte wegen
Na de vele bochten in Indonesië en Nepal deed het deugd eens meer dan één kilometer rechtdoor te rijden. We namen meestal de bus om ons naar het volgende verblijf te verplaatsen. Daar horen de nodige verhalen bij over een platte band, een halve inboedel op de zitplaatsen, kindjes op schoot, pispauzes in de struiken, uren leesplezier en overstekende koeien (zie 2). Ook tijdens onze brommertrip stuurden we rechtdoor met een hoog born-to-be-wild gehalte. Je zou dus denken dat de kans om je te misrijden klein is. Toch deden we het. Toen ik na één uur op onverharde weg eerder het gevoel had dat ik aan het mountainbiken was en we al een paar keer de weg hadden gevraagd (zie 1) besloten we om te keren en dat was de enige manier om alsnog onze meest paradijselijke bestemming te bereiken, Tad Tayiscua. De meest opvallende voertuigen hier vond ik de blinkende pick-ups, zo’n hoge auto met laadbak. Ze steken nogal af tegen de vele dongdongs op de weg, een kar waar een motor met wieltjes voor hangt.
- 9.Het land van 10 000 kip
In Bangkok was de waarde van ‘bath’ zoveel als onze oude Belgische franken (maal 40), leek makkelijk, maar was het niet. Hier in Laos is 10 000 kip gelijk aan één euro, das pas eenvoudig. Al vergissen we ons wel eens met de blauwe briefjes van 1000 en 10 000. Toen ik gisteren om een vruchtensap ging met 100 000 (10 euro) zei de vrouw ‘big money’ en gebaarde dat ze niet kon wisselen. Ik mocht het haar een andere keer komen betalen… Ik ga met plezier terug. Ze heeft ook een dochtertje dat net kan stappen, dat vinden Lisse en Jolente nog leuker dan een puppy, maar ze vragen niet om er zo één in huis te halen.
- 10.Het land van zonnige dagen
Hier in Laos hebben we,wandelend in Tad Loh, 500 m regen gevoeld en voor de rest van onze reis zOn! Wie zin heeft om ooit te komen overwinteren in Laos? De droogste maanden zijn december en januari met een aangename temperatuur tussen 16 en 29 graden. Het regenseizoen loopt van begin mei tot eind september en het is dan ook heter. ‘The climate builds the character’ zei Ankermi, onze gastheer in Flores (Indonesië). Hij kan het weten, hij is getrouwd met een Zwitserse. Onze ‘ingesteldheid’ versus die van de Laotianen kan ik dus op het klimaat steken.
Tineke