Reisverhaal «Het moet gewoon even van mij...»
My First Trip...
|
Nepal
|
0 Reacties
08 December 2005
-
Laatste Aanpassing 08 December 2005
Het moet gewoon even van mij af hoe schoon het hier is. Dit is dag 9 in het hoogste gebergte van de wereld. De vergezichten zijn enorm. Elke dag krijgen we steeds beter zicht op de spitse en besneeuwde reuzen. Bij dit schrijven zitten we op 3670m hoogte, badend in de zon. Diep voor mij - pakweg 500m lager- stroomt de rivier die we al dagen volgen. Het geklater van het water diep beneden is hier nog slechts een zacht geruis. Voor mij prijkt de immense Annapurna II. De top ligt 8000m boven het strand van Oostende. Het heeft iets onwezenlijks. Je moet je de afstand van 8km tussen 2 gekende dorpen maar eens projecteren in de hoogte. Daar ligt de top: jong, spits, fel gekarteld, te schitteren in de zon. Boven aan de top hangt een kleine witte wolk of is het gewoon opwaaiende sneeuw. Het maakt niet uit. Het is gewoon oogverblindend, maar ook zo vluchtig. Terwijl je kijkt, verdwijnt het in de immense luchtmassa. Boven ons hoofd cirkelen sierlijk gieren die geduldig turen naar een hapklare brok eten. Je wordt stil bij dit alles. Het is genieten! Vooreerst op onze tocht door Asia durven we echt het woord "vakantiegevoel" in de mond nemen. En dat is terecht! Op tafel voor mij staan onze lege tassen die even voorheen gevuld waren met heerlijk verse groentensoep dat we samen met een stuk boekweitbrood tot ons hadden genomen. Dat was onze lunch na een zeer pittige klim. Achter ons zit een lama - priesteres- op een constant ritme gebeden te lezen uit iets dat ik een boek zou kunnen noemen; uren aan een stuk. 2 andere vrouwen zitten bij haar. Ze doen niets. Wellicht luisteren ze gewoon. De vrouwen zijn omwikkeld met enkele lagen van gekleurde doeken. Het heeft iets heel armoedigs, maar het is zeker meer dan dat. De mensen lijken vrede te vinden in dit zware berglven. Bovendien zijn ze oprecht blij dat we hun plaats uitkozen om te eten en te slapen. Onze kledij, onze rugzakken, onze moderne spullen, onze aanwezigheid is voor hen een attractie. Het is een wederzijds gevoel dat ons overmeestert. Het samengaan van deze twee totaal verschillende culturen heeft iets vredigs. We lijken wederzijds te genieten van elkaars aanwezigheid. Alleen kunnen we dit niet met woorden duidelijk maken. Stilaan valt de avond. Het is 16.00. De vallei wordt geleidelijk aan gevuld met een dunne wolkensliert. De zon verliest het beetje per beetje van de wolken. Toch voelt ze noch aangenaam aan. Nog even en ze verdwijnt achter een van de zovele hoge toppen. De sneeuw daarboven neemt de kleur aan van de ondergaande zon: eerst geligm dan oranje-rood. Schitterend. Een laatste zonnestraal en dan valt de klite. Haast van het ene moment op het andere. We haasten ons om verschillende lagen kleren boven onze T-shirt aan te trekken. Het wordt tijd om binnen dicht bij elkaar te kruipen rond de brandende houtkachel. Wat een heerlijke dag...