Reisverhaal «Myanmar: de lange versie (er is geen korte)»

Myanmar | Myanmar | 2 Reacties 04 December 2012 - Laatste Aanpassing 04 December 2012

Nu moet je Myanmar bezoeken, zo lezen we in onze reisgids. Het is zes november en we vliegen naar Yangon, de oude hoofdstad van dit land. Sinds twee jaar lijkt de militaire dictatuur, die deze oude Britse kolonie sinds zijn onafhankelijkheid in zijn macht had, zichzelf te ontmantelen en de deur open te zetten voor democratische hervormingen. Openheid naar het buitenland is één van deze stappen. Je raakt het land makkelijker binnen als reiziger en je investeert hiermee niet meer rechtstreeks een slecht regime. Plus, je kan een zo goed als van toerisme vrijwaard land ontdekken! Zo staat er geschreven.

Ingelezen over zijn recente verleden zet Air Asia ons een uur later veilig aan land. Vanuit het hypermoderne Bangkok is dit een stap terug in de tijd. Je betreedt met het verlaten van de luchthaven een andere wereld. Opnieuw. We delen een taxi met een Nederlands koppel en laten ons afzetten in het Three Seasons hotel. Blijkbaar mochten we van geluk spreken nog een kamer te kunnen bemachtigen. Deze mededeling en de sterk verhoogde prijs verrast ons wel wat. Hongerig naar alles trekken we de stad in.

Yangon is uniek en de beleving intens. We wandelen door belachelijk brede lanen, afwisselend bezet met asfalt en rode grond, gevormd in een dambordpatroon en omzoomd door grote donkergroene bomen. Hun wortels breken de voetpaden open. De tijd lijkt hier anders te tikken. De omringende hoge woonblokken, vaak in koloniale stijl, zijn allemaal vervallen, vertonen zwarte plekken en zijn begroeid met groene spontane planten. Alsof stad en natuur harmonieus samenleven. Briljante architecten als Hundertwasser en Gaudi zochten hun leven lang naar deze perfecte combinatie van menselijke bouw en de natuur. Wel, het kan dus ook makkelijker. Een militaire dictatuur en enkele decennia van isolatie bereiken hetzelfde effect. Het centrum van de stad is met enkele hoge kantoorblokken, brede banen en stapvoets verkeer al wat moderner. De brede voetpaden zijn hier de hele dag lang bezet met allerlei verkoopsstandjes en een gezellige drukte. We proeven direct het multiculturele Yangon in een Indisch theehuis met een puri & curry. Later ontdekken we de Chinese wijk, kruisen we moskeeën, synagogen en christelijke kerken.

Ons eerste doel is echter de Bogyoke Aung San waar we op de zwarte markt lokale Kyat hopen te bemachtigen. Banken, alle in handen van de overheid, zouden slechte tarieven aanbieden. Later blijkt dit echter niet het geval, maar toch proberen we zo weinig mogelijk te investeren in deze nog broze regering. Na enkele doorverwijzingen bekomen we in een klein hoekje van de overdekte markt onze centen, alles goed natellend en beducht voor vervalsingen. Het gebrek aan straatverlichting jaagt ons vroeg terug naar het hotel.

De dag erop bezoeken we blootsvoets de enorme Shwedagon Paya, het religieuze meest imposante hoogtepunt van het land. Met tranen in de ogen van blinkende goud in overdaad vragen we ons af waar de eenvoud van het boeddhisme is gebleven. Verrast door een nieuwe regenbui wordt het een korte dag en ’s avonds nemen we de nachtbus naar Bagan. De hoofdstad van het eerste Birmese rijk ontstaan in de 11de eeuw.

We hadden besloten dit keer om enkel de toeristische hoogtepunten van het land, zo terug te vinden in elke reisgids, te bezoeken. Eerst en vooral moet je als toerist toestemming krijgen van en veel geld betalen aan de overheid om in andere gebieden van het land te mogen reizen. Anderzijds gingen we ervan uit dat zelfs de hoogtepunten authentiek zouden zijn en voldoende avontuurlijk wegens het beperkte toerisme. Zo dachten we.

Slapen is moeilijk op de nachtbus. Tijdens de eerste avondlijke uren verstoren lokale films, series en muziekclips de rust. De 30 graden buitentemperatuur wordt ondertussen ongenadig afgekoeld door de airco tot je het zelfs met een fleece en langebroek wat frisjes hebt. Daarbij maakt de bus regelmatig stops waarbij alle lichten aangaan. Onze eindbestemming wordt iets vroeger bereikt dan voorzien en om 3.30 uur worden we met onze bagage gedropt in Nyaung U, één van de drie dorpen die samen met de grote archeologische site, het huidige Bagan vormen.

We hebben op dat moment nog geen verblijfplaats. Op voorhand een hotel regelen is niet onze gewoonte, buiten als we een grote stad bezoeken. Het is leuker en veiliger om gewoon ter plaatse iets uit te zoeken. Zo weet je immers steeds waarvoor je betaalt. In Myanmar, als niet toeristisch land, zou het trouwens niet nodig zijn op voorhand te reserveren, zo hadden we geoordeeld.

Wel wat moe, maar met goesting en een koplamp starten we te voet aan onze zoektocht. Al spoedig laten we ons echter overhalen deze verder te zetten in een lokale taxi, hier is dat paard en kar. De afstanden zijn toch wat groot en we vangen voorlopig bot. Het is uiteindelijk 9 uur wanneer we ons dodelijk vermoeid neervlijen op een zacht bed, in een kamer in een ander dorp die ongeveer qua prijs-kwaliteit in orde is. Wat een geschifte zoektocht! In Nyaung U was alles volgeboekt en geen vrije kamer te vinden de eerstkomende week. Toch verrassend voor een niet zo toeristisch land… Gelukkig konden we naast onze frustratie genieten van een eerste zonsopgang op de top van één van de tempels en onze hilarische bestuurder. Zijn paard mende hij in een niet te imiteren dierlijke taal en ons wilde hij heel veel vertellen, maar moest in zijn beperkte Engels toch steeds besluiten met ‘this is the néw Bagan’ of ‘this is the old Bagan’. Zo rond 7 uur raakten we een stuk wiel van onze kar kwijt, wat hij vlotjes met een steen terug op zijn plaats timmerde.

De vlakte van Bagan bestaat uit duizenden tempels die we gedurende drie dagen per fiets verkenden, ons langs de toeristische bussen manoeuvrerend en verkopers afslaand. We laten graag de foto’s spreken. Gezien ze op hun mooist zijn in ochtend- en avondlicht planden we onze bezoeken met zonsop- en ondergang, ’s middags even duttend in ons hotel Yun Myo Thu. Hier waren we de enige Westerse toeristen. Het personeel was dit duidelijk niet gewend, onhandig in hun soms onderdanige vriendelijkheid. Zoals het komen bijvullen met trillende arm van je koffiekopje terwijl de thermos gewoon naast jou staat. Als we met een vraag bij de receptie aanklopten, pleegden ze eerst drie telefoontjes waarna enkele minuten later een tolk per brommer arriveerde om ons verder te helpen. We werden heel goed behandeld dus namen we de wat vuile kamer en rare insectenbeten erbij.

Een minder leuke ervaring was het vaststellen van een lekke band van onze beider fietsen na het bezoek aan een afgelegen tempel. Ervoor waren ze nog in perfecte staat. Voor we zelf goed en wel beseften wat er scheelde was er reeds een lokale jongen die ons kon helpen, zijn papa was immers fietsenmaker. Alles leek zo ingestudeerd en te toevallig, Tom heeft al wat ervaring met lekke banden, dat we gewoon besloten te voet terug te keren en nieuwe fietsen te huren.

Op Tom zijn verjaardag verplaatsten we ons naar het meer noordelijke gelegen Mandalay, de tweede grootste stad van het land. Onderweg mochten we voor het eerst een echte Birmese curry proeven. Deze zijn niet pikant en worden vergezeld met een dozijn schaaltjes die verschillende salades, groenten, soepjes en kruiden bevatten. Een dampend bord rijst voor je, een tasje thee ernaast en bedien jezelf. Heerlijk!

Mandalay valt tegen. Het is een grote lawaaierige stad die het romantische karakter van Yangon ontbreekt, waardoor het vooral een troosteloze indruk nalaat. De zin om Tom zijn verjaardag te vieren vervalt helemaal als tijdens ons avondeten een halfnaakt kindje van een jaar of twee komt bedelen. Ons geboekte verblijf, het Nylon hotel, is te duur voor wat het is. Maar na Bagan voelt dit stukje Myanmar opnieuw authentiek.

Dinsdag de 13de huren we een fiets om de stad verder te verkennen. De voormiddag brengt ons echter in een buitenwijk die mogelijks nog armer en meer triest oogt. De mensen zijn heel vriendelijk, maar in zulk een omgeving voelen we ons niet op ons gemak en het vuil en de stank doen ons onze tocht snel afronden. In de namiddag bezoekt Tom het oude Koninklijke paleis en de noordelijke tempels. De Shwenandaw Kyaung is een prachtig klooster en ook de beklimming van de heuvel naar zijn bedevaartsoord op de top een mooie ervaring. Al doe je dat laatste best niet bij zonsondergang om de toeristenmassa en geruzie over de beste plaats voor de mooiste foto te vermijden.

De dag erop laten we ons per jeep naar de hoogtepunten rond de stad brengen. Deze zijn mooi, maar lopen over van de toeristen. Onze bestuurder blijkt ook zijn vaste tour te hebben en wil niet weten van onze eigen voorstellen. Bij het vastleggen van dit transport had ons hotel nochtans verzekerd dat we konden doen wat we wilden. We proberen toch te genieten van Amrapura, Saggaing en Inwa en al bij al wordt het een relax dagje.

Donderdag is grijs en we krijgen zelfs wat regen. Gelukkig staat er niet veel op het programma buiten tijdig ons transport nemen naar Kalaw. De trip duurt van 18 uur tot 1.30 uur (ze hadden ons meegedeeld tot 4 uur, dus we hadden geen kamer meer geboekt), maar we vinden snel een hotel. Na een korte nacht verhuizen we de dag erna naar het nabij gelegen Golden Kalaw waar we vanop  ons leuke balkon genieten van dit stadje in de bergen. Met zijn 10 dollar tevens onze enige echt goedkope verblijfplaats in Myanmar. De overige plaatsen kostten minimum het dubbele. Tijdens de Britse koloniale periode was dit een rustoord voor de rijke blanken en we begrijpen volledig waarom. De temperatuur is heerlijk koel en de omgeving fris groen, verrijkt met vele bloemen. In het stadje hangt een gezapig vakantiesfeertje rond de mystiek blinkende stupa. We laten er ons door inspireren en spenderen de tijd met wat wandelen in de omgeving, de markt verkennen, lekker eten en lezen op ons terras. Hiertoe ook wel wat gedwongen door regelmatige buien en dichte mist. Ondertussen leggen we ook onze trekking vast bij Uncle Sam.

Deze gaat van start op maandag. We hebben een lokale vrouwelijke gids die ons gedurende vier dagen zal leiden door de heuvels tot het Inle Lake. We overnachten bij gastfamilies in dorpjes onderweg en de gids zorgt voor eten. We dragen juist onze reservekleren, een handdoek, wat toiletgerief en ons drinkwater. De rest van onze spullen wordt naar ons verblijf aan Ine Lake vervoerd. Het worden vier prachtige dagen en drie onvergetelijke nachten. We aanschouwen weidse vergezichten en bucolische taferelen, wandelen langs flanken bezet met theeplantages en felgele sojavelden, lopen door bamboebossen en chiliplantages, doorkruisen diep ingesneden valleien en glooiende heuvels, passeren ossenkaren en kuddes buffels,…

Maar specialer waren misschien nog onze nachten bij de gastfamilies.  De eerste keer dat je het erf van je slaapplaats betreedt is het weliswaar even slikken. Het traditionele huis is een houten woning op palen. Het bewoonde deel is het verdiep bestaande uit bamboe muren en vloeren en ingedeeld in ongeveer drie kamers. Een ‘living’ waar wij steeds sliepen samen met Boeddha, althans zijn beeltenis geplaatst op een klein met bloemen omgeven altaartje. Een keuken met houtvuur en een slaapkamer. Slapen doe je met je hoofd naar Boeddha. Lig je nonchalant met je voeten in zijn richting zullen ze je vriendelijk terecht wijzen. Omkleden doe je achter de deur zodat Boeddha je niet kan zien. Meubels zijn onbestaande. Alles doe je op de grond. Onder dit verdiep liggen, eveneens afgesloten met bamboemuren, groenten die moeten drogen, materiaal en slapen de dieren. Meestal bezit de familie één of twee koeien. Elektriciteit is beperkt tot enkele families die een zonnepaneel hebben. Er wordt geleefd met het zonlicht. Na zonsondergang wordt er gepraat rond het houtvuur in de keuken. Iedereen loopt binnen en buiten. Heel het dorp is steeds overal welkom. Wassen? Buiten aan de regenput. De regenput ligt langs de weg zichtbaar voor het hele dorp? Hier is een loungyi (traditionele rok). Toilet? Houten barak met een gat in. En vliegen.

Je ervaart met andere woorden hoe deze mensen écht leven. Allemaal verdienen ze hun kost van de landbouw. Onze gids, zelf afkomstig van een bergdorp fleurt elke keer op bij onze gastfamilie. Enthousiast zal ze constant als tolk optreden en ons meer vertellen over het leven van deze mensen.

We wandelen gemiddeld een schappelijke vijf uur per dag, maar in combinatie met korte en slechte nachten op de harde vloer zijn we dag vier best wel moe en blij dat we onze eindbestemming, het Inle Lake, hebben bereikt. Het meer strekt zich breed uit tussen de bergen en is een topattractie bij toeristen. De laatste afstand tot onze nieuwe verblijfplaats Nyaungshwe overbruggen we per boot. Tijdens onze eerste bootrit snappen we direct de populariteit. We varen eerst door kleine groene kanalen langs drijvende tuinen en tomatenplantages. Dorpen worden volledig boven het water gebouwd en zijn verbonden via houten bruggetjes. En overal boten. Van kleine sloepjes tot grotere gemotoriseerde. Eens op het echte meer heb je zicht op een brede horizon en de lucht die zich weerspiegeld op het water.

Moe bereiken we Little Inn guesthouse. Dit hadden we geboekt omwille van zijn kamers gelegen in een rustige tuin. Deze kamers hebben ze, maar bij aankomst blijkt dat ze ons in een kamertje naast de straat en tegenover de receptie steken. Na wat klagen en geruzie krijgen we uiteindelijk onze derde en laatste nacht pas een nieuwe kamer, in de tuin.

Vrijdag 23/11 nemen we rustig de tijd om het dorpje wat te verkennen en alles voor onze komende dagen en komende bestemming te organiseren. We ontmoeten enkele andere toeristen die ons adviseren een bezoek te brengen aan het Balloon festival, een lokaal feest in de buurt. Niet wetende wat juist te verwachten besluiten we de tip te volgen en met een gedeelde taxi worden we ’s avonds naar Taunggyi, een nabijgelegen stad waar de festiviteiten plaatsvinden, gebracht. Een eerste verrassing is de stad zelf. Zo groot, en weinig vervallen ogend. En dan het festival… We zullen de verdere avond spenderen met onze taxigenoot, de übersympathieke Amerikaan Chris, en het meest gebruikte woord de komende uren zal ongetwijfeld ‘crazy’ zijn. Niet omwille van onze gespreksonderwerpen, laat staan onszelf, maar omwille van de setting.

Het festival houdt in dat ze, aja, om het uur een luchtballon oplaten. Hiervoor wordt een immens braakliggend terrein aan de voet van de stad gebruikt. De ruimtes rond dit terrein worden bezet door duizenden eetstalletjes, cafeetjes, verkoopskraampjes en een onvervalste kermis! Met alles erop en eraan. Draaienmolens, reuzenrad, schiettent, irritant luide muziek (Gang nam, overal), nog luidere micro’s van gokkantoren en roze suikerspinnen. En tienduizenden mensen. Als we zulk een reuzenrad van dichterbij bekijken zien we tot onze verstomming dat het rad manueel wordt in gang getrokken. Letterlijk. Een achttal hippe jongeren klimmen langs de spijlen tot boven aan de top en gaan dan gezamenlijk aan één kant van het rad hangen, met hun gewicht zo de molen in gang draaiend. Tegen hoge snelheid laten de waaghalzen zich dan op de grond vallen. Naast de kermis zien we nog een echt festivalterrein waar een dj op een groot podium een uitzinnig dansende menigte jongeren entertaint.

En dan de ballonnen… Wij dachten dat je deze kon bewonderen van achter de omheining rond het braakliggende terrein. Dat kan, maar blijkt dat het terrein zelf is volgestroomd met mensen en dat ze tussen deze massa de ballon doen opstijgen. Het zeil van onze eerste ballon is mooi versierd met afbeeldingen van Buddha. Het mandje onder het zeil is onbemand want dat steekt tjokvol vuurwerk. En vanaf de ballon de lucht in gaat wordt de lont ontstoken en het vuurwerk één voor één afgeschoten. Een prachtig zicht. Voor en na het oplaten van de ballon wordt er in de menigte gedanst en gefeest, als in een trance, al zal de veel aanwezige whiskey hier ook in mee spelen. Bij het opstijgen van de tweede ballon krijgen we al een waarschuwing. Deze stijgt niet zo snel op waardoor een deel van het vuurwerk dicht boven onze hoofden reeds wordt verschoten. Van op een meer veilige afstand zien we het grondig misgaan bij de volgende ballon. Nog voor deze de lucht in gaat schiet het zeil van de ballon in brand. De ballon stijgt amper en het eerste vuurwerk wordt gewoon in de massa geschoten waar paniek ontstaat, ook wij rennen nog verder weg. De ballon, ondertussen volledig in brand zweeft gelukkig tot buiten het terrein waar deze crasht in bomen, die prompt vuur vatten. De brandweer moet alles gaan blussen terwijl het vuurwerk vanop de grond blijft ontploffen! Bij ons weten geen gewonden, maar wij houden het voor bekeken. Crazy, crazy!

De volgende dag verkennen we het meer per boot. De boot legt een vast toeristisch traject af met stops bij een ‘sigarenfabriek’ en ‘textielwerkplaats’, eigenlijk soevenierswinkels, maar dit is de enige manier om het meer te bezoeken en we genieten ervan. Mooie natuur, een unieke manier van leven en enkele mooie religieuze monumenten kleuren deze dag.

Zondag ontmoeten we toevallig Belgische reisgenoten en genieten samen van een leuke lunch. Rond 13.30 uur vertrekken we voor een lange verplaatsing naar Kinpun waar we de komende dag uiteindelijk rond 7.30 uur toekomen. Een nachtbus zorgde voor het grootse deel van deze verplaatsing, de laatste drie uur was dit een pick up. Een speciale ervaring om na een slechte nacht de zon te zien opkomen en het eerste leven te aanschouwen vanuit deze winderige laadbak.

We dutten even in onze ruime en propere kamer van het mooi gelegen Sea Star Hotel, onze beste accommodatie van de voorbije maand. Een elektriciteitspanne met hitte tot gevolg jaagt ons uit de kamer en we verkennen Kinpun. Dit schreeuwerige dorpje heeft als enige bestaansreden de Gouden Rots, een boeddhistisch pelgrimsoord voor alle Birmezen, en onze bestemming morgen. Je kan dit religieus monument op twee manieren bereiken. Of te voet, onze voorkeur, of per overvolle truck. Alle gemotoriseerd vervoer moet immers vanuit Kinpun en via deze trucks verlopen. Het dorp bezit geen enkele charme. Het is gewend iedereen maar één keer te zien.

Na een deugddoende nacht vatten we ’s morgens vroeg onze pelgrimstocht aan. Het is reeds heet en vochtig. Ons wandelpad meet 11 km tot onze bestemming, maar begint ongeveer onmiddellijk te stijgen. Via rotsen en trappen hijsen we ons gedurende verschillende uren omhoog, af en toe een schaduwstop makend om ons t-shirt uit te wringen. Ons pad wordt begrensd door tropische natuur en duizenden standjes die eten, drinken, speelgoed, religieuze attributen,… verkopen. We komen verschillende andere pelgrims tegen (geen enkele Westerling), allemaal maken ze de tocht in omgekeerde richting. Op de top worden we getrakteerd op prachtige vergezichten op de groene bergen en een fikse bui. Helaas zullen de bergtoppen de rest van de dag door de wolken worden omgeven. In deze mist wandelen we de chaos binnen die de gouden rots omsluit. Tientallen trucks spuwen een constante stroom van lokale pelgrims uit die worden opgewacht door verkopers, dragers, een kilometerslange sliert hotels, restaurants en winkeltjes. Als je uiteindelijk blootsvoets de top bereikt zie je de verrassend kleine rots een beetje balanceren tussen de massa en bebouwing. Sereniteit, rust en intimiteit zijn niet direct aanwezig rond dit religieuze monument. We voelen ons eerder in een amusementspark en hadden het mooier verwacht, maar zijn blij met de ervaring.

De dag erop is de cirkel rond en belanden we na een vijf uur durende busrit opnieuw in Yangon. Dit keer hebben we twee nachten geboekt in het guesthouse Daddy’s Home. Vriendelijk personeel, en … ja, alles heel eenvoudig. Opnieuw onder de indruk van deze unieke stad beleven we onze laatste dag in Myanmar. Terwijl we wat soeveniertjes kopen trachten we deze intense en soms wat verwarrende maand te laten bezinken.

Weetjes:

-          Alle mannen (met uitzondering van de Intha, het volk dat het Inle meer bewoont) dragen een traditionele lange rok, meestal met hemd erboven. En net als in Indonesië lopen veel kinderen en jongeren met Angry Birds t-shirts rond. Zijn er ergens enkele containers van een boot gevallen?

-          In het verkeer rijd je hier rechts, de meeste geïmporteerde wagens hebben echter ook hun stuur rechts staan wat tot gevaarlijke situaties kan leiden, zo mochten we al tijdens onze eerste taxirit ondervinden.

-          Aung San Suu Kyi, dé verzetsstrijdster van het land is goed op weg eveneens een toeristische attractie te worden. Haar afbeelding is in de toeristenwinkeltjes reeds terug te vinden op t-shirts en magneten.

-          Het gebrek aan infrastructuur is schrijnend. Slecht wegennetwerk, geen of slechte elektriciteitsverbinding (voortdurend pannes, zelfs in Yangon, ’s lands grootste stad) en heel vaak is stromend water niet aanwezig in huishoudens. In de steden zijn er op straat publieke watervoorzieningen waar men volop gebruik van maakt. Het is wel even schrikken als er tijdens een avondwandeling in het donker, straatverlichting is immers eveneens zeldzaam, plots naast jou twee halfnaakte mannen opdoemen, zichzelf vrolijk inzepend.

-          Als een busmaatschappij je hier een pick-up van je verblijf naar het busstation aanbiedt, mag je dat ook letterlijk nemen. Het publiek transport voor korte afstanden is hier een overdekte pick-up die steeds stampvol wordt geladen.

-          Wegens een beperkte aanwezigheid van wagens waren files hier tot voor 6 maanden een onbekend fenomeen, tot de importbelasting werden verlaagd. Ondertussen is file een perfect legitiem excuus om te laat te komen.

-          In alle cafés en restaurants hangen tv’s, vaak flat screens die Westerse zenders uitzenden. Zo hebben we films als Mission Impossible zien passeren, de premier leage dartsen vol spanning en ongeloof mogen volgen en gelachen met de eeuwenoude skètches van Mr. Bean! Afgaande op het plezier van de aanwezige Myanmarezen blijkbaar een universele vorm van humor.

-          Er is een duidelijk zichtbare kloof tussen arm-rijk. Het koninklijk paleis te Mandalay is omgeven door een brede gracht, waarlangs een soort van dijk is gebouwd. ’s Avonds joggen er duidelijk te corpulente mensen in een Westerse sportoutfit terwijl vijf meter verder graatmagere kindjes met zelfgemaakte vislijntjes een avondmaal trachten te verzamelen.

-          Chris heeft een filmpje gemaakt van de brandende crashende luchtballon. We proberen het te bemachtigen en te posten! Crazy!

-          Prikkeldraad. Zelfs in het kleinste dorpje vind je huizen omgeven door prikkeldraad.

 

 

 

 

Fotoalbums van Myanmar

Myanmar (108)

06 December 2012 | Myanmar | Myanmar | Laatste Aanpassing 06 December 2012

  • IMG 2575
  • IMG 2382
  • IMG 3224
  • Elke avond wordt er nagepraat rond het houtvuur

 

Plaats een Reactie

Gwenny Dag Tom en Kim, Zo te zien hebben jullie het daar heel erg naar jullie zin! Het lezen van jullie blog zorgt er telkens opnieuw voor dat ik ook zin krijg om op reis te vertrekken. Geniet er nog van! Groetjes, Gwenny P.S. Hier in Gent valt momenteel de eerste winterse sneeuw! Geplaatst op 05 December 2012
marc & mona Hey Tom en Kim, klinkt allemaal zeer herkenbaar voor ons, natuurlijk, we zijn slechts een goei week na jullie in dezelfde voetsporen getrokken ! Mooi mooi allemaal ;) En hopelijk nog eens tot gauw ! Geplaatst op 04 December 2012

 

      
This site is only viewable in landscape mode !
Session Tracking